dinsdag 10 januari 2017

Drie weken eenzame opsluiting in de schuur.

De tweede maandag van 2017 staat mijn scootertje koeltjes met z’n stuur van me afgedraaid in de schuur. Als ik hem naar buiten gereden heb en de starter indruk, slaat de motor aan, maar zodra ik probeer gas te geven, sterft het gepruttel weg en even later is het stil. Nog een keer proberen. Er gebeurt precies hetzelfde.

Ik had het kunnen weten. Ruim drie weken heb ik niet op de scooter gereden en dan heeft ie weleens meer moeite met starten. Niet dat ik drie weken vakantie heb gehad, maar de week voor kerst en de afgelopen week kon ik met de auto en was het zo koud dat ik daar graag gebruik van maakte. Gelukkig kan ik vandaag ook nog uitwijken naar de auto, maar morgen is die door H geclaimd, dus vanavond moet ik het scootertje weer aan de gang zien te krijgen. Ik klop vriendelijk op z’n tank, pel mezelf uit (helm, motorjas- en handschoenen, zeilbroek) en rij met de auto naar mijn werk.
’s Avonds na het eten ga ik de schuur in, waar mijn oranje monster nog steeds staat te mokken.
“Drie weken eenzame opsluiting in de schuur,” straalt ie verontwaardigd uit, maar ik zeg dat dat zwaar overdreven is. Er komt regelmatig iemand in de schuur om iets uit de vriezer of de voorraadkast te halen of om een fiets te pakken.

“Een fiets! Je vindt het te koud om op de scooter te gaan, maar fietsen doe je wel!”
Zo komt het niet goed; het wordt tijd voor actie. Ik bedenk dat ik kan proberen of wat extra benzine wil helpen. De tank is niet leeg, maar wel minder dan half vol. Normaal zou dat geen probleem zijn, maar na een paar weken stilstaan misschien wel. Ik zoek een kleine jerrycan en fiets naar de benzinepomp in het dorp. Het moet een raar gezicht zijn dat iemand op de fiets komt tanken, maar er is niemand aanwezig die erom kan lachen. Dan doe ik het zelf maar. Vrolijk fiets ik terug met vijf liter benzine in mijn fietstas.

Ik schroef een plastic tuit op de jerrycan en giet de tank van de scooter helemaal vol. Meteen houdt ie op met mopperen en als ik hem naar buiten rij, heb ik al het gevoel dat we geen ruzie meer hebben. Hoopvol druk ik op de starter en jawel, hij loopt als een zonnetje. We maken samen een klein proefrondje in de buurt en dan gaan we weer naar binnen.

Dinsdagmorgen twijfel ik er geen moment aan dat ik op de scooter naar m’n werk kan en het klopt. Alsof ie nooit geweigerd heeft, brengt ie me zonder hapering waar ik wil zijn. Naar de halve parkeerplaats vlakbij de hoofdingang van Dedicon, die altijd vrij is omdat er geen auto smal genoeg is om daar te parkeren.
scooter




zaterdag 7 januari 2017

Een weekendje Peru

We hebben allebei vrij deze vrijdag. H. had bedacht dat we wel een dagje naar Antwerpen konden gaan, maar op zo’n koude dag hebben we helemaal geen zin om door een stad te gaan rondstruinen. We kunnen natuurlijk ook Museum MAS in gaan om daar warm en droog Kunst te kijken, maar we kiezen ervoor om thuis te blijven en te beginnen aan een project dat al een tijdje wacht: een fotoalbum maken van onze Peru-vakantiefoto’s.

We doen het natuurlijk helemaal verkeerd: eerst een uur lang struinen tussen de hele verzameling foto’s, op zoek naar die ene die alles in zich heeft dat we in Peru vonden. Die moet op de omslag. Terwijl we zoeken, zeggen we tegen elkaar dat je dat beter als laatste kunt doen, maar intussen scrollen we door. Het is zo leuk om al die foto’s ruim twee maanden later weer te bekijken.

Terwijl het buiten vriest, lopen wij weer over zonnige pleinen in Arequipa, Puno en Cuzco en bekijken we weer de indrukwekkende Inca-bouwwerken en de strakblauwe luchten boven het berglandschap.
We vinden de ultieme foto voor de omslag en vervangen die vijf minuten later door een nog betere. We beginnen weer bij het begin om een chronologisch fotoverslag van drie weken vakantie te maken. Zoeken, kiezen, schuiven en herinneren. Zo zijn we de hele dag bezig en dan zijn we nog niet op de helft. Dit gaat een dik en duur vakantieboek worden.

Maar kijk, vrijdag hebben we ons al de benzine van een heen-en-weertje Antwerpen bespaard en twee museumkaartjes. En zaterdagmiddag gaan we weer een paar uurtjes aan de slag en wie weet zondag ook nog. Zo maken we er een lang weekend Peru van. En dat mag best een paar tientjes kosten.

dinsdag 27 december 2016

Kerstdiner met hond

Er ligt een oor onder de bank! Ik loop met de stofzuiger door het huis om de kruimels van het kerstdiner op te zuigen. In de keuken, onder de grote eettafel door en tenslotte door de zithoek, waar ik onder de bank tegen iets aanstoot. Op m’n knieën buig ik voorover om te kijken wat er voor groots ligt en daar ligt een oor.

Ze hebben een hond, mijn broer en zijn gezin. Het is een Amerikaanse bully, een pitbull-achtige hond.  Nog jong dus hij zal nog een stuk groter worden, maar nu is het ook al een stevig beest. We wisten dat de hond mee zou komen, maar dat deze familie-avond zulke gevolgen zou hebben, had niemand voorzien.

 Ik haak het mondstuk van de stofzuiger voorzichtig achter het oor en trek het onder de bank uit. Het is een groot, gedroogd varkensoor. Eén van de lekkernijen die Charley’s baasjes voor haar hadden meegenomen. Om haar zoet te houden? Daar was helemaal geen verwensnoep voor nodig. Charley is de liefste hond die je je kunt voorstellen.

En nou is haar varkensoor hier onder de bank blijven liggen. Als een herinnering aan een gezellige Kerst met familie en hond. Over een paar weken krijgt ze het terug. Dan gaan we met z’n allen een weekendje naar Texel. Een idee dat plotseling opkwam en dat meteen is omgezet in een boeking. Nee, dat deze familie-avond dat gevolg zou hebben, hadden we niet voorzien.

zaterdag 24 december 2016

Hoezo stress voor het Kerstdiner?

De dag voor Kerst en alle boodschappen zijn al gedaan. H. is naar een verjaardag en ik heb alle tijd om een beetje te knutselen. In de tuin is spontaan iets met dennentakken opgekomen. Een kerstboom kun je het niet noemen, want het is meer een slordige, magere struik. Deze zomer heb ik het ding laten staan met de bedoeling hem in deze tijd te verwerken tot kerststuk. En dat ga ik dus nu doen.

Kerststuk
In de schuur vind ik een ring van oase die ik alvast in een bak water leg en dan ga ik met een snoeischaar naar buiten. Zonder pardon knip ik alle bruikbare takjes van de lelijke kerststruik, zodat ie nog veel lelijker wordt. Ik breng ook een bezoekje aan de rozemarijn, waarin ik iets voorzichtiger knip want die wil ik een beetje mooi houden. De klimop heeft decoratieve uitgebloeide bolletjes in de aanbieding en voor een beetje kleur (en geur) snij ik tenslotte sterretjes uit mandarijnenschillen.
Nu heb ik genoeg materiaal bij elkaar om een kerststuk te maken. Gezellig.

Maar ik ben nog niet klaar met m’n kerst Doe Het Zelf dag. We hebben ingrediënten in huis gehaald om dadelrollen te maken. Van die lekkere zoete caloriebommen waarvan je dunne plakjes snijdt om bij een kaasplankje te eten. Eerst kraak ik geduldig walnoten tot ik 100 gram blote noot heb. Daar gaan dadels, gedroogde abrikozen en nog wat dingetjes door. De dadels moeten in de keukenmachine tot een kleverige massa gehakseld worden en het is een heel geknoei om dat spul te verwerken. Als alle zoetigheden door elkaar gekneed zijn, ziet het tamelijk smerig uit. Ik rol er drie worstjes van, wat al een iets beter beeld oplevert, maar ik moet zeggen dat kleur en structuur nog steeds doen denken aan minder aantrekkelijke zaken. Dat maakt allemaal niet uit, want als je er een plakje van geproefd hebt, wil je meer! Alleen moet het eerst minstens 24 uur in de koelkast met rust gelaten worden, dus: afblijven.
 
Nu ben ik uitgeknutseld. Op een laag tafeltje staat het kerststukje naar manda- en rozemarijn te geuren en in de koelkast liggen drie dadelrollen te wachten tot ze gegeten mogen worden.
Stress voor het Kerstdiner? Integendeel, ik vind het heel rustgevend, zo’n middagje voor de Kerst.

zondag 18 december 2016

Jonkerbos War Cemetry

Voordat we in oktober naar Peru gingen, hadden we de gewoonte ontwikkeld om elke zondagmorgen een eind te wandelen. De laatste vijf, zes weken waren dat stevige wandelingen met zoveel mogelijk hoogteverschillen (voor zover dat in Nederland bestaat).
Sinds we terug zijn van die vakantie, zijn onze zondagen aanmerkelijk luier en vandaag vinden we dat we maar weer eens iets buiten moesten gaan doen. Het wordt een fietstochtje naar Nijmegen, langs plekken waar we niet zo vaak komen. We zwerven in de buurt van het Goffertpark rond en komen uit op de Weg naar Jonkerbos, waaraan het Jonkerbos Oorlogskerkhof ligt.


“Dat heb ik nou eigenlijk nog nooit bezocht”, zegt H.
“Wil je er nú naartoe?” vraag ik en na een korte aarzeling besluit hij dat we dat best even kunnen doen. We steken de weg over en zetten onze fietsen neer tegen het lage hek. Het kerkhof ligt er verlaten bij. “Jonkerbos War Cemetry” staat op een bordje bij het hek, dat gewoon open kan.
Achter een open stenen bouwwerk ligt een weids grasveld met verschillende rijen graven. Het kerkhof is vanaf de weg wel zichtbaar, maar nu we het hek door zijn, zien we pas hoeveel van die witte stenen er staan.  We lopen langs de rijen. Op sommige stenen staat alleen maar dat er een soldaat ligt, zonder naam, maar op de meeste stenen staan naam, rang en regiment van de dode. En de leeftijd! Het zijn vrijwel allemaal jonge mannen, jongens vaak nog, van 19 of 23. Jonger dan onze kinderen.

De afgelopen weken heb ik me voor m’n werk verdiept in de biografie van Roald Dahl die gevechtspiloot was in de tweede wereldoorlog. Hij heeft verhalen geschreven over die periode, waarin ik las hoe de piloten zich klaarmaken om te vliegen en een paar uur later zitten te wachten hoeveel van hen deze keer niet meer terugkeren. Dat waren deze mannen, die hier onder al die rijen witte stenen liggen.

Het kerkhof is netjes bijgehouden, de graskantjes strak afgestoken. In het open gebouwtje staan banken voor bezoekers en we stellen ons voor hoe de steeds oudere familieleden van de gesneuvelden zo’n plek hard nodig hebben na een bezoekje aan een graf. Achter een deurtje ligt een register, een boek waarin iedereen iets kan opschrijven. Op het plakkaat aan de andere muur lezen we dat hier 1629 militairen van het Britse gemenebest begraven liggen en dan nog 13 van andere nationaliteiten. Allemaal gesneuveld in de tweede wereldoorlog.

Zwijgend lopen we terug naar het hek. Dat was een ongeplande, maar indrukwekkende onderbreking van ons fietstochtje. We stappen weer op de fiets en rijden na een tijdje weer naar huis. Moeten we vaker doen, gewoon even naar buiten op een zondagmorgen. Dan zie je nog eens wat.

zondag 11 december 2016

Dromen

Het is zondagmorgen en we zijn laat wakker. Als ik beneden kom, staat mijn dochter eitjes te bakken. Onderdeel van het zondag-ontbijt dat ze voor ons klaarzet. Ook zoon J. komt mee ontbijten. Gezellig, zo met z’n vieren.
Als we aan tafel zitten, vertelt E. dat ze over mij gedroomd heeft. “We zaten samen in de auto op een drukke weg, en jij ging ineens spookrijden. Heel eng, iedereen begon te toeteren en ik riep steeds tegen je dat je naar rechts moest!”
“Nou,” zeg ik, “wat zou zo’n droom nou zeggen over hoe jij over mij denkt?”
Ze lacht en ik geef haar meer munitie door te vertellen over een droom die ik zelf weleens heb gehad. Ik zat in een hoog, happer-achtig voertuig, de bestuurdersplek zo hoog dat ik de lampen van de lantaarnpalen naast me zag. En vanaf daar moest ik het ding besturen, terwijl we tussen ander verkeer door reden. Dat ging steeds maar nét goed.

Nu begint iedereen te vertellen over rare dromen. E. en ik hebben weleens de wc-droom, waarin je op de wc zit terwijl iedereen je kan zien. De mannen kennen die droom niet, maar J. heeft wel laatst gedroomd dat hij per ongeluk iets had ondertekend waardoor hij partijleider werd. Geen idee van welke partij, maar hij moest een toespraak houden en ontdekte toen dat hij geen broek aan had.
H. droomt soms dat hij kan vliegen. Lekker relaxed een klein stukje boven de stad, waar hij al het gewoel onder zich ziet.

Intussen hebben we allemaal genoeg ontbeten. We ruimen gezamenlijk af en voordat ze naar de douche verdwijnt zegt E. dat ze straks wel even af wil wassen, want vanavond na het eten doet ze het liever niet omdat ze snel naar Amsterdam terug wil.
Als ze is gaan douchen, bedenk ik dat ze natuurlijk gaat vragen of iemand haar vanavond naar het station wil brengen. Vaak strijk ik mijn hand over m’n hart, sla de wijn bij het eten over en rij haar naar Nijmegen. Maar nu haar droom zo duidelijk heeft onthuld hoe ze over mijn rijvaardigheid denkt, kan ik dat natuurlijk beter aan een ander overlaten.

vrijdag 2 december 2016

Verjaardagscadeau van mijn dochter

Woensdagavond heeft mijn dochter een verrassing voor me in Amsterdam, waar zij ook woont. Als laat verjaardagscadeautje. Ze moet ’s morgens werken en we hebben afgesproken dat ik vroeg in de middag naar haar toe kom.
“Weet jij iets leuks om ’s middags in Amsterdam te doen?” appt ze een paar dagen van tevoren. Ik denk een tijdje na en app dan terug
“Wat denk je van tassenmuseum Hendrikje?”
Meteen antwoord:
“Haha, dat had ik ook bedacht!”
Dat is dus een goed begin van ons moeder-dochter uitje.

We gaan van boven naar beneden het kleine museum door. Op de bovenverdieping leren we over de geschiedenis van de tas. Over beurzen aan een koord om je middel, stelsels van haken met kettinkjes waar allerlei kleine gebruiksvoorwerpen aan hangen (chatelaines heet dat) en dijzakken die vrouwen in de 17e en 18e eeuw onder hun wijde rokken droegen, waar ruimte genoeg was. In vitrines zien we voorbeelden uit de verschillende periodes. Bewerkelijke kralenweefsels, harde buidels van hout, ijzer, schildpad en allerlei soorten leer die in onze moderne ogen erg illegaal aandoen. (krokodil, varaan, olifant)

We dalen af naar de speciale tentoonstelling van koninklijke tassen, waar we niet alleen tassen van Queen Elisabeth, Grace Kelly en onze eigen Maxima zien, maar ook uitleg krijgen over de etiquette rondom de handtas en de subtiele signalen die koningin Elisabeth gaf door haar tas links te dragen in plaats van rechts of tijdens een diner op de grond te zetten (dan wilde ze weg).
Helemaal beneden is de museumwinkel, waar we een tijdje ronddwalen. We zien wel een paar leuke tassen, maar laten ons niet tot een aankoop verleiden. Dan moeten we vertrekken, want met het oog op de verrassing hebben we een strak tijdschema.

Om halfzes zijn we bij het restaurantje in de Pijp waar E. heeft gereserveerd voor een kaasfondue. Het is een gezellige plek en behalve de kaasfondue met knapperig brood krijgen we ook rauwe groente om mee te dippen, een salade met een lekkere dressing en een schaaltje frietjes.
Helemaal tevreden lopen we een tijdje later buiten. Wat de verrassing ook zal zijn, het is nu al een geslaagde dag
.
Het wordt een cabaretvoorstelling van Wim Helsen in de Kleine Komedie. 
“Vind je dat leuk?” vraagt E.
Zeker vind ik dat leuk. Ik heb de kleine Belg een paar keer op tv gezien en vind hem meestal erg grappig. We hebben plaatsen op het tweede balkon, helemaal bovenin. E. legt uit dat het al bijna uitverkocht was toen ze de kaartjes reserveerde en maakt zich zorgen of het wel goede plaatsen zijn en of we straks geen last hebben van die lange meneer twee plaatsen voor ons. Maar ze hoeft nergens bang voor te zijn. Het is van bovenaf prima te zien en de voorstelling is hilarisch.
Met de tram gaan we terug naar haar huisje vlakbij het Bos en Lommerplein, waar we nog even gezellig nakletsen. Deze middag en avond samen waren echt een geweldig leuk cadeau. Iets beters had ze niet voor me kunnen bedenken.

Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn

Zondagmorgen. We zijn laat opgestaan, maar omdat de tijd vannacht een uur terug is geschoven, zitten we toch nog voor tien uur aan het ontbi...