zondag 15 december 2019

Klusbus


Drie weken achter elkaar ben ik nu met de auto naar het werk en terug gereden.
Het is een ongekende luxe om me niet elke avond voor een werkdag druk te hoeven maken over het weer:
Regen? Dan zeker een regenbroek aan
Koud? Goed inpakken
Onder nul? Is er kans op gladheid? Dan overleggen of ik de auto kan gebruiken.
Kan dat niet? Dan vroeg op om de bus te halen
Die hele lithanie kan ik nu vergeten. Alleen als het vriest, moet ik even opletten: een dekentje over de voorruit scheelt een heleboel krabwerk.

Intussen staat mijn scootertje in de schuur. Eén keer in de week trap ik hem aan voor een onderhoudsrondje, want het is niet goed voor em om te lang achter elkaar stil te staan. In de tweede week bel ik vriend en garagekabouter P. Of hij de scooter met al z’n gebreken wil adopteren. Hij vindt het leuk, want zat net weer eens uit te kijken naar een klusmotor of -brommer. We spreken af dat hij hem op een woensdag komt halen.
Als hij aanbelt, doen we eerst een rondje koffie en dan gaan we de papieren bekijken. Er blijkt een code te ontbreken, die we via de rdw aan moeten vragen. Dat betekent dat P. officieel nog even niet met de scooter mag rijden.
Geeft niks. Hij gaat em toch eerst helemaal uit elkaar halen. En nu gaat ie mee in de bus. Jawel, P. heeft een echte klusbus voor motoren. Handig.

Dan is het afscheid daar. De Kisbee gaat met een klein loopplankje de bus in, waar ie stevig wordt vastgezet. Met droge ogen zie ik ze vertrekken.
Een week later hoor ik wat er allemaal mis is. P. vertelt het vrolijk met veel technische details en met enige verontwaardiging over bepaalde reparaties die wel erg nonchalant zijn verricht.
Ik ben blij dat de scooter in goede handen is, want net als hij zelf, ben ik er van overtuigd dat P. hem weer netjes aan de praat krijgt en dat hij of een van zijn kinderen er nog een hoop plezier van kan hebben.

zaterdag 7 december 2019

Een werkdag

Het bedrijf waar ik werk gaat alles wat bewaard moet worden online opslaan. Dat spaart een hoop opslagruimte op allerlei schijven en het brengt een nieuwe manier van werken met zich mee waar iedereen erg aan moet wennen. Documenten waar je in werkt, staan niet meer op de bekende plekken, maar ergens in de cloud.

Je kunt ze openen op vier verschillende manieren, waarvan het niemand precies duidelijk is hoe die met elkaar in verband staan, wat het handigst is, en waar je documenten blijven als de computer ze automatisch opslaat. We zijn er nu een paar weken mee aan het worstelen en iedereen is echt van goede wil, maar omdat het systeem nog lijdt aan kinderziektes, lopen we voortdurend tegen problemen aan.

“Kun jíj je documenten openen?”
“Even kijken…. ja, ik kan overal gewoon bij.”
“Hm, ik krijg een rare melding.”
“O wacht, ik ook. Ik kan dit niet openen. En die ook niet. Ook een melding.”
“Dan moeten jullie resetten, want dan is er niet goed gesynchroniseerd. Heb ik vanmorgen ook al gedaan.”
“Weet jij hoe dat moet?”
Er moeten wat geheimzinnige codes worden ingevoerd en dan verschijnt er rechts onder in beeld een pop-up met de vrolijke melding dat er 523 documenten gesynchroniseerd worden, nee, 876, nee, 1247 …. Het getal loopt op tot een onwaarschijnlijke hoogte.
Wachten.
Koffie halen.
“Héé, het is gelukt. Nu kan ik overal weer bij.”

Ditzelfde scenario speelt zich drie dagen achter elkaar af. We vragen aan De Mensen Die Het Kunnen Weten of dat normaal is. Nee, dat synchroniseren zou gewoon vanzelf moeten gebeuren. Maar dat komt wel goed.

Op woensdagmorgen constateer ik dat een opgeslagen geluidsbestand verdwenen is. Een interview dat ik gisteren gemonteerd heb. Met een zucht open ik het ruwe interview dat er nog wel is en begin opnieuw aan de montage. Ik sla het voor de zekerheid op drie verschillende plekken op. Dan ga ik aan de slag met een artikel waarvoor ik gisteren achtergrondinformatie heb gezocht.  Ik ben een uurtje aan het schrijven en dan haal ik koffie. Als ik verder wil gaan, krijg ik het document niet meer geopend. Sterker, geen enkel document laat zich openen. Ja hoor. Er moet weer gesynchroniseerd worden.
Maar deze keer komen er allerlei nieuwe, onbekende pop-ups in beeld over documenten waarvan de synchronisatie vastloopt.

“Er is een storing,” horen we even later. “Hier heeft iedereen last van.”
Als twee koppen koffie later de storing is opgelost, blijkt het stuk waar ik net aan gewerkt heb verdwenen te zijn. Ik vind alleen de achtergrondinformatie terug.
Diep ademhalen.
Níet heel hard schreeuwen.
Níet mijn laptop uit het raam gooien.
Ik pak rustig mijn spullen in en ga naar huis.
Morgen met een schone lei beginnen. Maar wel snel, want dat stuk had eigenlijk vandaag af moeten zijn.
Een uitstekende oefening in zelfbeheersing, zo’n nieuw systeem.

zondag 1 december 2019

Etentje in de polder

Vrijdag heb ik een etentje met collega’s. Om vijf uur moet ik ergens in de Ooypolder zijn en halverwege de middag kijk ik wat google over de route te zeggen heeft. Hoewel H. vandaag de auto nodig heeft, heb ik nu tóch de luxe van een auto voor de deur. Ik kijk hoe ver het rijden is en hoe lang. Erg ver is het niet: 13 kilometer. Maar met het vrijdagmiddagverkeer zal ik er volgens google wel zo’n 50 minuten over doen.

Ik klik op het fietsje van google maps en zie dat de route dan een paar kilometer korter is; ingeschat op een half uur fietsen. Ik kijk naar buiten, waar een vriendelijke zon aan de hemel staat en mijn besluit is genomen. Ik ga fietsen.

Even over vieren vertrek ik, want dan hoef ik me niet te haasten. Het is koud, maar prima fietsweer. Over de fietssnelweg, langs de Waalkade, de polder in en langs de dijk. Daar word ik ingehaald door collega V. op z’n elektrische fiets. Hij zwaait en na een tijdje zie ik hem een eind verderop linksaf slaan. Aha, daar moet ik dus ook heen. Het is een smalle, slingerende weg die helemaal de bewoonde wereld uit gaat. Dat zal vanavond terug wel flink donker zijn, denk ik.

De B&B waar we eten, is een vriendelijke plek. Ik ben ruim op tijd en beetje bij beetje druppelen alle collega’s binnen. De meesten hebben een tijd in de file gestaan, want behalve V. en ik is iedereen met de auto. We spreken af dat we het eerste stuk samen terug zullen fietsen. Hij kent de weg goed omdat hij hier vaak komt. Het etentje is erg gezellig. Zo vlak voor Sinterklaas is er voor iedereen een klein cadeautje met een gedicht. Ze worden allemaal voorgelezen, onder gelach en bewondering dat er voor iedereen zoiets passends gevonden is. Het eten is lekker en ineens is het negen uur en tijd om te vertrekken.

V. heeft zijn fiets aan de andere kant van het huis staan en ik ga op zoek naar het kleine fietsenrek waar de mijne in staat. Wat is het donker! Ik loop er eerst voorbij, maar zie hem dan toch staan. Jas goed dicht, slot los, handschoenen aan. Ik trek m’n fiets naar achteren het rek uit, maar dan stokt ie want ik had hem met het kettingslot vastgezet. De ketting ligt nu in het hoge gras.. Intussen is V. achter het huis vandaan gekomen en hij schijnt me bij terwijl ik tussen de brandnetels naar het slot zoek.

Even later zijn we op weg. Het is aardedonker hier en ik ben blij met de degelijke verlichting die V. op z’n fiets heeft. Hij kent de bochten en loodst me van de smalle kronkelweg naar de rechte dijk. Verderop zien we verlicht Nijmegen liggen met z’n karakteristieke Waalbrug. Als we weer in de buurt van de bewoonde wereld zijn, scheiden onze wegen. Ik bedank m’n collega hartelijk. De rest van de weg is bekend en makkelijk.

Ik ben toch wel blij dat ik dat hele donkere stuk niet in m’n eentje hoefde te fietsen. Volgende keer even goed nadenken voordat ik m’n vervoermiddel kies.

zaterdag 23 november 2019

Ik heb vanmorgen iets groots gekocht

“Ik heb vanmorgen iets groots gekocht”, app ik naar mijn dochter E. en voeg een foto toe.
Haar antwoord komt pas een uur later, want zij bevindt zich een uurtje of wat eerder in de tijd, op vakantie in Mexico.
“Heuh echt?”
"Toch wel een auto?"
Niet gek dat ze verbaasd is, want ik heb tot nu toe mijn hele leven geen tweede auto willen hebben. Tot nu toe lukte het allemaal met goede afspraken, een fiets en een scootertje voor woon-werk verkeer.

Een scooter heeft een hoop voordelen. Ik kom de week door met ongeveer drie liter benzine, als er een file staat, rij ik daar vrolijk langs en ik heb maar een klein parkeerplaatsje nodig. Op de fiets vind ik 15,5 kilometer net een beetje te ver, maar in de zomer kan het af en toe wel eens.
Maar als het winter wordt, is het altijd wat lastiger te organiseren. Als het vriest is het (vooral ’s morgens vroeg) wel erg koud en voor gladheid ben ik bang. Dus als het echt koud wordt, en H. moet voor een vergadering een eind weg (wat steeds vaker gebeurt), ben ik aangewezen op het OV. En dat is geen soepele verbinding.

Zoals gezegd: tot nu toe lukte het allemaal best. Alleen begint de laatste maanden het systeem te haperen. Twee keer binnen een maand stond ik met m’n scootertje ergens onderweg stil en moest ik hem laten ophalen en repareren. Na die tweede keer vertelde ‘het scootermannetje’ dat m’n motortje wel erg oud begon te worden. Aan de starter kon hij daarom niet zoveel meer doen. Het knopje van de elektrische starter werkte al steeds slechter. Kort na dat gesprek over die oude motor gaf ie alleen nog maar een naar, astmatisch kuchje als ik hem indrukte. Oké, dan heb ik de kickstarter nog, maar dan moet ik de scooter wel eerst op de standaard hijsen. Beetje lastiger. En ook de kickstarter laat me soms schrikken door pas na een keer of acht stevig trappen aan te slaan.
Kortom: ik vertrouw m’n scootertje niet meer helemaal. De laatste weken ga ik als het even kan wat eerder weg van m’n werk om te voorkomen dat ik echt in het donker ergens met pech kom te staan.
Omdat H. eind volgend jaar van plan is met pensioen te gaan, wil ik geen nieuwe scooter kopen. Als H. niet meer werkt, kan ik de auto gebruiken. Ik moet deze winter nog even doorkomen en leg me er bij neer dat ik dan misschien een tijdje de bus zal moeten nemen.

Afgelopen woensdag was het erg koud. Ik keek naar het weerbericht en zag dat het donderdagmorgen waarschijnlijk zou vriezen. H. had de auto nodig en was zo lief om me naar de bushalte in Nijmegen te brengen, wat me een overstap scheelt.
Tegen half vijf borg ik mijn spullen op om de bus van een paar minuten over half te halen. (Soms is die iets te vroeg dus  je moet zorgen dat je op tijd bent). Het duurde behoorlijk lang voor er een bus kwam, waardoor ik de aansluiting miste. Dat werd 25 minuten wachten. Maar na 25 minuten was er geen bus. Wel een aankondiging op een scherm dat ie over 15 minuten zou komen. Weer wachten. Tien minuten later sprong het cijfer op het scherm van 5 minuten weer terug naar 15. “oponthoud” stond er onder. Op vijf minuten na deed ik zo twee volle uren over een afstand van ruim 15 kilometer.

Bij de gedachte dat ik de hele winter van dit systeem afhankelijk zou zijn werd ik zó moedeloos, dat ik die avond besloot om voor één jaar van mijn principes af te stappen. En dus heb ik vanmorgen iets groots gekocht

zondag 17 november 2019

Kersverse schrijfster

Woelwater.
Zo heet het boekje dat mijn collega/vriendin dit weekend ten doop hield. Maanden lang praatte ze er tijdens onze lunchwandelingen met veel enthousiasme over. Over de kunstenares die precies de illustraties maakte die bij haar verhalen passen, over de uitgever die ze vond en waar het meteen mee klikte. Over het luisterboek dat ze zelf insprak en waar ze zelf een mooi geluidsdecor bij had gezocht. En tenslotte over de boekpresentatie op zaterdag 15 november.

(“In het rechter hoekpand van het winkelblok van Oh la la, nabij nr. 82, schuin tegenover de kerk”, stond op de uitnodiging. Een andere collega lachte bij het lezen van die aanwijzingen dat het haar deed denken aan de postbezorging zoals ie een paar eeuwen geleden waarschijnlijk ging.)

Na het delen in zoveel voorpret was het jammer dat ik niet naar de boekpresentatie kon komen. Die viel helaas samen met de jaarlijkse broers- en schoonzussendag. Maar gelukkig was de tent ook de volgende dag open en kon ik toch de tentoonstelling gaan bekijken van de originele illustraties en natuurlijk een gesigneerd exemplaar van Woelwater kopen.

Dus reed ik zondagmorgen naar Beneden-Leeuwen om daar de kersverse schrijfster te vinden op de aangeduide plek. In een leegstaand pand met daar binnen een grote partytent waarvan de wanden bedekt waren met schilderijen en etsen. Ik had het me anders voorgesteld. Meer zoals in een galerie, met een kleiner aantal werken, groter van formaat, ingelijst. Hier waren losse papieren mannetje aan mannetje opgehangen. Even schakelen. Maar hoe langer ik naar de prenten keek, hoe mooier ik ze begon te vinden. Vooral de abstracte waterschilderijtjes in allerlei kleurenvariaties. Er waren ook meer mensen dan ik had verwacht. Het duurde even voor ik Karin kon feliciteren met haar eersteling.

Na een tijdje werd er op een toeter geblazen. Dat was het sein dat we moesten luisteren. Uit twee grote speakers klonk het eerste, korte waterverhaal; een column vol zelfspot om van te glimlachen.
Ik liep nog een rondje langs alle prenten, maakte een praatje met de uitgever, hoorde de kunstenares uitleggen hoe ze een ets gemaakt had en kreeg koffie van de trotse partner van Karin. Na nog een keer toeteren en weer een kort verhaal, deze keer live voorgelezen, verliet ik de tent met mijn gesigneerde boek. “Taal, lees, water… we delen het met plezier!” heeft Karin boven haar handtekening geschreven.
En zo is het.

zondag 10 november 2019

Rondje langs allerlei water


We stappen op de fiets op deze zonnige herfstdag. Ik dacht toch echt dat we volgens het weerbericht vanaf vandaag regen zouden krijgen. Des te meer genieten we van dit fietstochtje. Eigenlijk valt er niet veel te schrijven over zo’n rondje van veertien kilometer. Het is bijna windstil en we rijden gewoon vanaf thuis over de fietspaadjes langs het water. 

Het is altijd leuk om te kijken naar de tuinen die, net als de onze, aan dat water grenzen. De één zet de boel af met een strakke beschoeiing, de ander laat de natuur z’n tuin in komen. Je ziet verzakte steigertjes, bootjes die zo vol water staan dat ze bijna zinken, treurwilgen die zich over het water buigen, saaie grasveldjes. Zoveel manieren om een tuin aan het water te hebben.

We verlaten de woonwijken en rijden de dijk op. Gezicht in de zon, klein beetje tegenwind, en heel veel mensen die net als wij lekker even buiten fietsen of lopen. Een Vlaamse gaai scheert voor ons langs en verdwijnt in een groepje bomen. Een eind verderop gaan we de dijk weer af. Even lekker met een vaartje naar beneden. Langs deze weg stond altijd een rij hoge bomen, maar vandaag zien we ineens alleen nog maar stronken staan. Aan de stronken zie je goed hoe dik de bomen waren en we vragen ons hardop af waarom ze zijn weggehaald. Jammer. 

Buitenlucht en beweging. Eigenlijk zou je een paar keer per week een eind moeten gaan fietsen of lopen. “Oké, dat gaan we doen,” beloven we onszelf en elkaar. Dit was weer een goed begin. En nu hebben we koffie verdiend. Lekker.  

zaterdag 2 november 2019

Een naafdynamo met een shimanostekkertje


Om half acht ’s avonds heb ik een afspraak hier in het centrum. Zonder er bij na te denken pak ik m’n fiets, maar als ik die de schuurdeur uit rij weet ik het weer: m’n licht doet het niet. Ik had het eerder deze week al gezien en bedacht dat ik daar in het weekend naar moest kijken. Niet aan deze afspraak gedacht. Ik loop vlug terug naar binnen om een zaklampje te zoeken en die hou ik voor me uit, zodat ik in m’n donkere kleren niet onzichtbaar ben. Als ik terug ben, plak ik een briefje op de koelkast: FIETSLAMPJE!

Zaterdagmorgen ga ik naar de fietsenwinkel om een nieuw lampje te halen. Het oude lampje heb ik mee als voorbeeld, maar de fietsenman vertelt me dat het niet kapot is. “Heb je een naafdynamo?” vraagt hij, “dan moet je even het stekkertje loshalen. Er zit waarschijnlijk wat roest op waardoor ie geen contact maakt. Dat moet je er even afschuren of krabben met een schroevendraaiertje of zo.” Ik bedank hem en neem m’n lampje weer mee naar huis.

Daar tik ik op internet ‘naafdynamo’ in en bekijk waar ik dat stekkertje moet zoeken. Ik zet m’n fiets ondersteboven om er beter bij te kunnen en hoewel ik geen roest zie, ga ik met een klein stukje schuurpapier aan de slag. Lampje weer in de koplamp, aan het wiel draaien …. Niks. Ik bestudeer de lamp en de draadjes die er heen lopen, maar ook als ik nóg een keer het denkbeeldige roest in het stekkertje heb weggepoetst en het lampje zorgvuldig op z’n plek heb geduwd, gaat er geen lichtje branden. (En ja, het aan/uit knopje heb ik ook gecontroleerd). 

Ik weet het niet meer en vraag H. of hij iets ziet wat ik niet gezien heb. Hij doet nog eens dezelfde dingen die ik had gedaan en dat helpt allemaal niks. Er zit niets anders op dan terug te gaan naar de fietsenwinkel. Er staat een hele verzameling te repareren fietsen achter de werkplaats, maar de fietsenmaker is zo vriendelijk om meteen te kijken wat er mis is. Stekkertje controleren, lampje controleren … en dan haalt ie een lange ijzeren pin met een haakje tevoorschijn waarmee hij iets doet in het binnenste van de koplamp. “Wil je het wiel even optillen?” vraagt hij en laat het draaien. En kijk, er is licht.

Hij hoeft er niets voor te hebben, zegt ie, maar ik geef hem toch vijf euro, want hij heeft zijn kostbare tijd aan mijn fiets besteed. Blij rij ik weer naar huis; mijn fiets is weer veilig en winterklaar. En al is het me niet gelukt om de lamp zelf te fixen, ik heb vanmiddag een heleboel geleerd: -hoe ik m’n koplamp los moet maken, en dat een naafdynamo een shimanostekkertje heeft en dat daar contactpuntjes in zitten die kunnen roesten. Als ik weer een niet-werkende koplamp tegen kom, is het heel goed mogelijk dat ik die zó weer aan de praat heb.

Klusbus

Drie weken achter elkaar ben ik nu met de auto naar het werk en terug gereden. Het is een ongekende luxe om me niet elke avond voor ...