Posts tonen met het label Nijmegen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nijmegen. Alle posts tonen

zaterdag 3 oktober 2020

Geel als citroen, rood als tomaat

Tegenwind op de heenweg, en dan heb je terug lekker de wind mee. Dat is over het algemeen mijn voorkeur als we een stuk gaan fietsen. Vandaag hebben we niet alleen tegenwind, maar gaat de weg ook hier en daar een stukje omhoog. En wat zwaarder weegt: ik heb nog niet ontbeten! Ik ben blij als we in Nijmegen aankomen bij Café De Blonde Pater; dé plek voor een ontbijtje buiten de deur in Nijmegen en omgeving.

Al is m’n vakantie achter de rug en is dit weer een gewone werkweek, met een gepensioneerde H. in huis krijgt het werkende leven toch een vleugje vakantiegevoel. Mijn vrije vrijdag is ineens een gezamenlijke vrije vrijdag. Een dag om leuke dingen te doen. Vooral als na een druilerige week het weerbericht voor deze dag droog en aangenaam is. Dus zitten we om kwart over tien in De Blonde Pater, waar H. een klein ontbijt bestelt en ik een ‘uitgebreid ontbijt’.

De twee borden die ons gebracht worden, lijken verdacht veel op elkaar en dat blijkt een vergissing. Dus moet ik, hongerig als ik ben, nog iets langer wachten, terwijl H. al aan z’n beschuitje begint. Het uitgebreide ontbijt is decadent. Een scone met room en jam, een pannenkoekje, een beschuit, een cracker, twee boterhammen, een roerei, plakken jonge kaas en brie, een glaasje yoghurt met muesli. Veel te veel natuurlijk, maar ik sla er een behoorlijk gat in.

Met nieuwe energie fietsen we heuvelop verder Nijmegen in om naar Museum het Valkhof te gaan. We zijn er precies op tijd voor ons gereserveerde tijdslot. We zetten de fietsen neer en doen netjes onze mondkapjes op, want die zijn in het museum verplicht. H. vindt op zijn telefoon het mailtje met de reserveringen, maar als we onze museumjaarkaart moeten laten zien, merk ik dat m’n bril niet in m’n tas zit. Shit, op tafel laten liggen na het ontbijt.

Heuvelaf ben ik zo terug bij de Pater en nóg een keer de heuvel op heb ik de scone er tenminste weer afgefietst. We kunnen het museum in. Na de vaste collectie bekijken we de tentoonstelling ‘Geel als citroen, rood als tomaat’ van meubel- en productontwerper Ineke Hans en beeldend kunstenaar Erik Mattijssen. Het zijn 26 kleurrijke scènes, steeds met bij elkaar gebrachte werken van beiden.

Behalve veel kleur zit er humor en een soort gekte in, die we allebei kunnen waarderen. Leuk! Het is al halverwege de middag als we weer naar buiten lopen en eindelijk de mondkapjes weer af kunnen doen. Weer een museum om bij te kunnen schrijven op de museumjaarkaart. Een lekker dagje uit. En dan is het echte weekend nog niet eens begonnen.


zondag 1 december 2019

Etentje in de polder

Vrijdag heb ik een etentje met collega’s. Om vijf uur moet ik ergens in de Ooypolder zijn en halverwege de middag kijk ik wat google over de route te zeggen heeft. Hoewel H. vandaag de auto nodig heeft, heb ik nu tóch de luxe van een auto voor de deur. Ik kijk hoe ver het rijden is en hoe lang. Erg ver is het niet: 13 kilometer. Maar met het vrijdagmiddagverkeer zal ik er volgens google wel zo’n 50 minuten over doen.

Ik klik op het fietsje van google maps en zie dat de route dan een paar kilometer korter is; ingeschat op een half uur fietsen. Ik kijk naar buiten, waar een vriendelijke zon aan de hemel staat en mijn besluit is genomen. Ik ga fietsen.

Even over vieren vertrek ik, want dan hoef ik me niet te haasten. Het is koud, maar prima fietsweer. Over de fietssnelweg, langs de Waalkade, de polder in en langs de dijk. Daar word ik ingehaald door collega V. op z’n elektrische fiets. Hij zwaait en na een tijdje zie ik hem een eind verderop linksaf slaan. Aha, daar moet ik dus ook heen. Het is een smalle, slingerende weg die helemaal de bewoonde wereld uit gaat. Dat zal vanavond terug wel flink donker zijn, denk ik.

De B&B waar we eten, is een vriendelijke plek. Ik ben ruim op tijd en beetje bij beetje druppelen alle collega’s binnen. De meesten hebben een tijd in de file gestaan, want behalve V. en ik is iedereen met de auto. We spreken af dat we het eerste stuk samen terug zullen fietsen. Hij kent de weg goed omdat hij hier vaak komt. Het etentje is erg gezellig. Zo vlak voor Sinterklaas is er voor iedereen een klein cadeautje met een gedicht. Ze worden allemaal voorgelezen, onder gelach en bewondering dat er voor iedereen zoiets passends gevonden is. Het eten is lekker en ineens is het negen uur en tijd om te vertrekken.

V. heeft zijn fiets aan de andere kant van het huis staan en ik ga op zoek naar het kleine fietsenrek waar de mijne in staat. Wat is het donker! Ik loop er eerst voorbij, maar zie hem dan toch staan. Jas goed dicht, slot los, handschoenen aan. Ik trek m’n fiets naar achteren het rek uit, maar dan stokt ie want ik had hem met het kettingslot vastgezet. De ketting ligt nu in het hoge gras.. Intussen is V. achter het huis vandaan gekomen en hij schijnt me bij terwijl ik tussen de brandnetels naar het slot zoek.

Even later zijn we op weg. Het is aardedonker hier en ik ben blij met de degelijke verlichting die V. op z’n fiets heeft. Hij kent de bochten en loodst me van de smalle kronkelweg naar de rechte dijk. Verderop zien we verlicht Nijmegen liggen met z’n karakteristieke Waalbrug. Als we weer in de buurt van de bewoonde wereld zijn, scheiden onze wegen. Ik bedank m’n collega hartelijk. De rest van de weg is bekend en makkelijk.

Ik ben toch wel blij dat ik dat hele donkere stuk niet in m’n eentje hoefde te fietsen. Volgende keer even goed nadenken voordat ik m’n vervoermiddel kies.

zaterdag 27 augustus 2011

Middeleeuws Nijmegen

Als we op zaterdagmorgen even naar Nijmegen gaan, zien we al uit de verte dat er in het Kronenburgerpark iets te doen is. Er staan witte tenten en daar omheen is bedrijvigheid. Als we dichterbij komen, zien we een vrouw in Middeleeuws kostuum lopen en dan gaat ons een licht op. Dit weekend is het Gebroeders van Limburg Festival! Drie dagen per jaar herleven de Middeleeuwen in Nijmegen. Onder andere hier in het Kronenburgerpark.
Er is nog weinig publiek, maar er wordt volop gewerkt aan het opzetten van tenten, het aanleggen van vuurtjes en het aanslepen van materiaal.
Op een open plek vlakbij de kruittoren is een enorme houten constructie opgezet, wapentuig waarmee klaarblijkelijk de toren bedreigd wordt. Op het moment dat we er langs komen, zijn de voorbereidingen klaar en wordt het eerste schot gelost. Door het neerlaten van een gewicht aan de ene kant van de reuzenkatapult, wordt aan de andere kant een plastic zak met tien liter water afgeschoten.
Het werkt; de zak spletsht stuk tegen de toren.
We lopen verder naar een tent waar een Middeleeuwse smid met een enorme blaasbalg een vuurtje opstookt. Hij is meteen bereid om uitleg te geven over alles wat er in zijn smidse te zien is. Een zeis die in oorlogstijd met een kleine ingreep tot wapen wordt omgesmeed, een houten hooivork, waarover hij vertelt dat men jonge boompjes zó leidde dat er van nature drie- of viertandige vorken groeiden die dan geoogst en scherp gesneden werden. Hij wijst ons op de lepel die hij in zijn hoed heeft gestoken en legt uit dat het woord bestek komt van “bijsteken”. Ook vertelt hij plastisch waar de uitdrukking “oprotten” vandaan komt: in de Middeleeuwen werden ongewenste sujetten buiten de stadsmuren opgehangen om letterlijk op te rotten.
De enthousiaste smid krijgt meer publiek en wij gaan verder kijken. Er zijn legertenten opgezet voor hoge legerpiefen, waarin houten bedden staan met dekens van bont. Er staat een lange tafel waaraan Middeleeuwers gezellig bij elkaar zitten. Er wordt met hooibalen gesjouwd naar een plek waar blijkbaar de paarden ondergebracht zullen worden. Ergens gaat een kanon af en over het hele kampement drijft een rookwolk die sterk naar zwavel ruikt. “Kanonniers mochten niet in de kerk komen”, vertelt een Middeleeuwer ons, “zij zouden een pact met de duivel hebben.”
Als we van ons rondje legerkamp terugkomen, staat de reuzenkatapult weer klaar om te schieten. Deze keer is ie nog beter scherpgesteld, en gaat de waterbal precies het open raam in waarop gemikt werd. Er wordt gejuicht en voor het smalle raam verschijnt een lachende man die de resten van de kapotgeschoten waterbal omhoog houdt.
Langzaam lopen we het park uit en de winkelstraat in. Voor ons loopt een Middeleeuws geklede vrouw met een mand op haar rug. “Brood en krakelingen, 1 euro vijftig”. We doen onze hedendaagse inkopen, maar komen regelmatig Middeleeuwers tegen. We zien muzikanten, dienstmeiden en een stadsomroeper die in z’n pauze anachronistisch staat te bellen met z’n i-phone.
Leuk, zo’n onverwacht dagje terug in de tijd. Vooral als je dacht dat je gewoon even wat nuttige dingen ging kopen in de stad.

zondag 31 oktober 2010

Stedentrip naar Nijmegen

Hoe zou je als toerist Nijmegen bekijken?
Met die vraag in ons achterhoofd stappen we op de fiets. Het is een grijze, maar droge dag en we hebben nog niet ontbeten. Dat doen we straks bij De Blonde Pater op de Houtstraat.
Honderden keren zijn we er langs gelopen en nu gaan we er voor het eerst naar binnen. Na zeven kilometer fietsen ontbijten we uitgebreid, lekker en gezellig. Onbegrijpelijk dat we dit nooit eerder hebben gedaan!
Als we betaald hebben wil H. onze leidraad pakken: ‘Rondje Romeinen, een fietstocht door de oude en jonge historie van het Rijk van Nijmegen.’ Helaas, het ligt nog thuis op tafel.
We gaan er niet voor terug en fietsen richting Ubbergen. Op zoek naar het enige Romeinse amfitheater in Nederland. We weten dat het er moet zijn en waar ongeveer, maar hebben het nog nooit bekeken. Bij het oude museum Kam vinden we op een kaartje aangegeven waar we moeten zijn, maar er is bar weinig van terug te vinden. In Xanten is een amfitheater nagebouwd en we nemen ons voor daar dan maar een keer heen te gaan.
Terwijl we verder fietsen proberen we de stad te bekijken alsof we er nog nooit geweest zijn, maar dat lukt niet erg. Wel zien we gevelstenen die ons nooit eerder opvielen en gaan we straatjes in die we allebei niet kennen, maar natuurlijk komen we ook steeds weer bekende plaatsen tegen. Als we langs het voormalig kazerneterrein de Limos komen, blijkt H. dat niet te kennen. Ik vertel hem dat er tussen de huizenblokken een soort houten vlonderterrassen zijn die een binnenplaats vormen en we gaan er kijken. Later staan we plotseling voor het Albertinumklooster. Prachtig gebouw waar we eigenlijk nooit geweest zijn. We zigzaggen tussen studentenwoningen door en fietsen over het universiteitsterrein en dan begin ik het koud te krijgen. Tijd voor een kop koffie bij Blixem, waar we heel langzaam en zorgvuldig bediend worden door het speciale personeel. Afrekenen doe je in de winkel, waar allerlei grappige hebbedingetjes liggen. We neuzen er een tijdje rond.
Voordat we naar huis gaan, willen we nog even langs een Turkse winkel om olijven, een Turks brood en een paar stukjes mierzoete baklava te halen. Toch wel handig om de weg te weten in de stad waar je als toerist rondfietst. We vinden de winkel en alles wat we nodig hebben en met een rugzak vol lekkere dingen fietsen we de stad weer uit.
Nijmegen, leuke stad voor een stedentrip

zondag 30 augustus 2009

Bunkerboot

Op een rustige plek aan de Nijmeegse Waalkade, achter een parkeerterrein, ligt een boot waar ze scheepsbenodigdheden verkopen. Een bunkerschip.
H. wist het omdat hij er jaren geleden iets had gekocht. Ik wilde voor m’n kano stootwillen kopen, van die kussentjes die je aan de rand hangt tegen beschadiging bij het aanleggen. Dus gingen we op zoek naar de bunkerboot.
Langs het parkeerterrein reden we een doodlopend weggetje af naar het water. Het was er stil. Geen mensen, geen bedrijvigheid.
De boot lag er, maar zag er van buitenaf leeg uit. Nergens een bordje, naam of opschrift. Aarzelend liepen we de brede loopplank op en keken om een hoekje in de boot. Er was een soort kantoortje met daarin een jongeman en een labrador. H. vertelde waar we voor kwamen en jawel, zoiets had hij wel. “Loop maar mee”. Tegen de hond zei hij “Blijf”, en toen die vervolgens braaf aan de voet meeliep, grinnikte hij: “wat luistert ie goed hè.” ‘
De stootwillen waren er niet in ons maatje, maar ze konden wel besteld worden. Bijna verlegen zei de verkoper dat we dan wel een aanbetaling moesten doen. Daarvoor moesten we weer even meelopen. Samen met de hond liepen we de lange boot door. Er hingen zwemvesten, boeien en allerlei soorten touw, maar ze hadden ook w.c.papier, schoonmaakmiddelen en verf . Pakken met op elkaar geperste, kleurige doeken. “Poetslappen”, legde de jongen uit, “afgekeurde kleren van de kringloopwinkel.”Terwijl hij onze bestelling in de computer zette, vertelde H. dat hij hier ooit een zwemvestje had gekocht en dat het leuk was dat de boot er nog steeds lag.
“Nou”, zei onze verkoper, “dat kon binnenkort wel eens afgelopen zijn.” Hij vertelde dat de bunkerboot een ligvergunning had voor 100 jaar, maar dat die in 2013 afgelopen zou zijn. En de gemeente wil de boot weg hebben. Ze willen hier allemaal terrasjes maken. “Maar”, zei hij, “dat kan zomaar niet. We hebben tegen de gemeente geprocedeerd en gewonnen.”
“Goed zo”, knikten we opgelucht. Maar dát hadden we gedacht! De gemeente pikt haar verlies niet en geeft nu gewoon geen toestemming voor een weg of pad naar de boot.
“Onze opslagplaats aan wal moet neergehaald en ze willen de boel verlagen.” De jongen wijst op het terrein, de bosjes en de gebouwen verderop, een paar meter hoger dan het schip, en hij lacht schamper. “Terwijl iedereen weet dat het parkeerterrein nú al regelmatig onderloopt.”
We leven mee. “Dus over een paar jaar is deze boot weg.” “Nee”, zegt hij. “M’n baas gaat em echt niet weghalen! Desnoods maakt ie er een massagesalon van”.
Hij glimlacht. “Veel plezier met jullie kano hè. Ik bel als de spullen binnen zijn.”
Nagekeken door de hond gaan we de boot af en klimmen naar onze auto, een meter of wat hogerop.

Cello’s in het stadhuis van Arnhem

We zetten de auto in parkeergarage Musis en dan wandelen we op ons gemak naar het stadhuis van Arnhem. We zijn zó vroeg, dat we nog een rond...