woensdag 28 december 2022

Niet ziek

clip art tekening van niezend poppetje

Uche uche uchch… snuf.
Arme H. Hij is echt hartstikke verkouden. Overdag was het al flink hoesten, maar ’s avonds in bed is het nog erger. Met twee paracetamollen hoopt ie toch een beetje te kunnen slapen, maar het helpt weinig. En hij is niet de enige die ervan wakker ligt.
Steeds als ik bijna in slaap val, word ik wakker van het gehoest, gesnuif, gedraai en gesnotter naast me. Na een tijd besluit ik hem voor de rest van de nacht te verlaten. Gelukkig hebben we op zolder een kant en klaar bed staan, waar dochter E. met kerst een nachtje in heeft gelogeerd. Ik hoef er alleen maar in te kruipen.

Het is vakantie en ik slaap lekker door tot ik wakker wordt. Ik begin de dag goed met een half uurtje binnen sporten en dan kijk ik voorzichtig om een hoekje bij H. Hij ligt nog te slapen. Zachtjes pak ik m’n spullen, ga douchen en aankleden en dan naar beneden om een ontbijtje klaar te zetten met veel fruit.

Een uurtje later hebben we samen ontbeten en H. gaat met z’n iPad op de bank liggen.
‘Hoe voel je je nu?’ vraag  ik. ‘Ben je echt ziek?’
‘Ik ben niet ziek,’ zegt H. ‘Maar ik heb wel hoofdpijn en ik voel me nogal beroerd.’
‘Maar dan ben je toch ziek.’
‘Nee,’ zegt H. ‘Want ik heb geen koorts.’
‘Je hoeft toch geen koorts te hebben om ziek te zijn.’
‘Jawel, anders ben je niet ziek.’

En dat vind ik nou wonderlijk; dat je het fundamenteel oneens kunt zijn over zo’n gewoon, algemeen gebruikt woordje. Ik ben eigenlijk benieuwd hoe anderen daar over denken. Ben je pas ziek als je koorts hebt? En is dat dan echt pas bij 38 graden? Of hangt dat er vanaf wat je normale niet-ziek temperatuur is (geen idee trouwens, ik meet nooit m’n temperatuur als er niks aan de hand is).

Nu hangt H. de hele dag een beetje niet-ziek op de bank. Ik laat hem lekker hangen en denk er het mijne van ('wel ziek' dus). Misschien ga ik vannacht nóg een nachtje uit logeren. Want of je het nou ziek noemt of niet, het maakt wel een hoop lawaai als je er naast ligt.

maandag 19 december 2022

De winter in het kort

Het is 19 december. Nog twee dagen… dan is het de eenentwintigste. Officieel begint dan net de winter, maar het is ook de kortste dag van het jaar. Ik kijk ieder jaar uit naar het moment dat de dagen weer langer worden. En ik ben niet de enige! Ik las dat de oude Germanen al feest vierden rond de zonnewenden.

Prachtig woord: zonnewenden. Als je erop googelt, vindt je allerlei interessante weetjes. Dit jaar is de officiële winterzonnewende op 21 december om 22.48 u. De kortste dag is dan al voorbij, die duurt in Amsterdam 7 uur, 40 minuten en 40 seconden. De dag erna is een tikkie langer en daarna komt er elke dag een beetje meer dag bij.

Natuurlijk hebben lange winteravonden ook wel iets. Knus in huis met kerstlichtjes, rug tegen de verwarming (ook als je die maar op 17 a 18 graden zet, voelt dat lekker warm) Samen netflix kijken, kerst vieren met familie, oud- en nieuw met vrienden… Maar als ’s morgens om vijf voor zeven de wekker gaat, verlang ik toch wel heel erg naar de lente.

Al googelend op het internet kwam ik ook de meteorologische winter tegen, die al op 1 december is begonnen. Voor weermetingen verdelen ze het jaar graag in vier gelijke blokken die altijd hetzelfde zijn. Elk stuk drie hele maanden. Dus december, januari en februari voor de winter. Dat betekent dat de meteorologische lente precies op 1 maart begint.

Met alle respect voor de winter- en schaatsliefhebbers: ik heb m’n winter liefst zo kort mogelijk. En als ik uitga van de gewone 21 december als start en de meteorologische 28 februari als slot van de winter, klinkt dat best goed. Ik stem vóór!


 

zondag 11 december 2022

Even een wasje draaien

Als ik op woensdagmiddag een lakenwas wil ophangen, krijg ik de wasmachine niet open. Ik trek tevergeefs, draai aan de knop, doe de hoofdschakelaar uit en weer aan, maar het deurtje blijft dicht. Raar is ook dat er geen lampje meer gaat branden als ik de knop op een willekeurig programma zet.
‘Er is iets niet goed met de wasmachine,’ vertel ik beneden aan H.

Die legt het boek opzij dat hij aan het lezen is en loopt mee naar het washok op zolder. Hij probeert dezelfde dingen die ik heb gedaan, maar waar mijn pogingen ophielden, gaat hij verder. De stekker van de wasmachine blijkt muurvast te zitten en H. schroeft en wrikt net zo lang tot ie los is. Ergens is blijkbaar iets te heet geworden, er zitten stukjes plastic binnenin vastgesmolten.


We vinden ergens nog een bruikbare vervangende stekker en na een half uurtje lijkt het probleem verholpen. De deur is intussen open, en het is duidelijk dat de was nog niet lang gedraaid had toen de boel uitviel. Er zit een laag water in de machine en de natte boel ruikt bepaald niet fris. Ik zet het programma opnieuw aan en … er begint een lampje te knipperen met een slotje, maar verder gebeurt er niets.

Ik haal de kleddernatte was uit de machine en breng die in verschillende sessies een verdieping lager om ze daar in het bad te gooien. Het helpt niet. Volgens het boekje met gebruiksaanwijzingen kan het lampje een aantal dingen betekenen. Ik voer elke mogelijke aanbevolen actie uit, maar het levert allemaal niets op. Het icoontje blijft knipperen en verder niks. Er zal toch een monteur bij moeten komen.

Donderdag moet ik werken en H. belt de monteur. Die zal dinsdag langskomen.
Dinsdag! En dat bad vol vuile, natte was ruikt nú al muf. Ik loop naar de buren om te vragen of we daar misschien een was mogen doen.

‘Nou jaah,’ roept de buurman. ‘Dat is al de vijfde wasmachine waarvan ik deze week hoor dat ie kapot is!’ Hij somt op bij wie allemaal. En natuurlijk mag ik komen met m’n natte was.
Een paar uur later draag ik een mand met frisse, schone was naar huis om daar op zolder te hangen. Op de overloop staat een tweede mand, vol gekleurd goed dat nog aan de beurt moet komen. Maar dat moet nog even wachten tot dinsdag. Want vol vertrouwen ga ik er vanuit dat die monteur de boel wel weer aan de praat krijgt. Daar zijn monteurs toch voor!
    

 

maandag 5 december 2022

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en zette de versnelling lager. Maar de auto bleef een geluid maken alsof ik nog met 100 km. per uur reed. Ook toen ik stilstond bleef hij razen.

Bij groen trok ik heel voorzichtig op en zocht zo snel mogelijk een plekje langs de weg om stil te staan. Ik zocht het telefoonnummer van de ANWB, m’n bril, m’n telefoon… Ze gaan natuurlijk om een kentekennummer vragen, maar dat weet ik nooit goed uit m’n hoofd. Ik stapte uit om het te checken.

Eens kijken of ie nog steeds dat rare geluid maakt, dacht ik voordat ik ging bellen. Maar toen ik de motor startte, zei de auto dat er helemaal niks aan de hand was. Dus reed ik een stukje, en nog wat verder, en tenslotte helemaal door. Gewoon naar m’n werk. En ’s avonds gewoon weer terug. Toen ik het aan H. vertelde, zei die doodleuk dat hij dat ook wel eens gehad had.

Een paar weken later gebeurde het weer en we besloten dat er toch even naar gekeken moest worden. H. maakte een afspraak voor maandagmorgen. Niet ideaal in combinatie met mijn agenda, maar wel fijn dat het snel kon.  In het weekend bekeek ik een paar keer het weerbericht en elke keer dat ik keek, werd de kans op regen voor maandag groter. Op zondagavond was duidelijk dat het de hele dag zou regenen bij een temperatuur van een graad of twee. Zucht.
Hoewel ik er een hekel aan heb om met de bus naar het werk te gaan, moet dat dan toch maar voor een keer.

Het is een tijd geleden dat ik dit stuk voor het laatst met OV deed en ik kijk zondagavond even op 9292ov hoe laat ik weg moet. Eerst naar Dukenburg, dan met de 99 naar Grave. Tot mijn verbazing krijg ik als reisadvies een haltetaxi. Minstens een uur van te voren reserveren en betalen via de app. ‘Sluit goed aan op de bus en/of trein’, staat in de informatie en ook: ‘de haltetaxi kan tot 15 minuten na de gereserveerde tijd arriveren’. Een vreemde combinatie.

Ik zoek verder of er ook een reisadvies is met gewoon twee bussen, maar lijn 11 naar Dukenburg blijkt opgeheven te zijn. Nou, lekker dan. De omweg via Dukenburg was al een rammelende verbinding (met regelmatig een bus die niet kwam opdagen), als er ook nog een deeltaxi bij komt, ga ik tóch maar liever op de fiets.

Maandagmorgen fiets ik warm ingepakt naar Grave. Dik vest aan, regenpak, waterdichte laarsjes, hoofdband onder m’n fietshelm en een paar extra droge handschoenen mee voor de terugweg. Het valt mee, maar het is ook weer geen fietstochtje dat je voor je plezier maakt. Vooral de terugweg, met wind en regen tegen, terwijl om vier uur de avond al begonnen lijkt.

Als ik thuis kom, staat de auto op de oprit. Terug van de garage.
En hoe sportief ik ook ben (vooral in de zomer), morgen mag m’n fiets lekker in de schuur blijven staan.

zondag 27 november 2022

To test or not to test

Eén streepje. Geen corona dus.
Voor de vierde keer deze week gooi ik na een negatieve test een pakketje afval in de prullenbak. Oké, het zijn geen enorme hoeveelheden plastic, maar als je je shampoo in blokken koopt en herbruikbare zakjes mee naar de winkel neemt zodat je losse broodjes niet in een plastic zak hoeft te doen, voelt dit toch een beetje als achteruitlopen.

Ik vraag me af wat het eigenlijk uitmaakt, of ik corona heb of gewoon een griepje. Zelf voel ik me niet beter als ik dat enkele rode streepje zie. H. laat zich door mijn gehoest en gesnotter niet uit ons echtelijk bed jagen. Hij kruipt zelfs lekker tegen me aan als ik koortsig hitte lig te verspreiden. En als het corona was, veranderde daar niets aan.

Eventjes ging ik een van de afgelopen dagen de deur uit, naar de apotheek. Binnen droeg ik netjes een mondkapje, want ook zonder covid wil ik niemand besmetten. Kijken mensen me nu een beetje raar aan omdat ik zo’n maskertje draag of verbeeld ik het me?

“Deskundigen pleiten voor het loslaten van alle coronaregels”, stond een paar dagen geleden in verschillende kranten. Maar onze regering wil daar nog niet helemaal aan. En bij mij op het werk zijn juist sinds een week of wat de zelftests voor collega’s terug van weggeweest.

Voor deze verkoudheid/griep hou ik het voor gezien met testen. Op zondag voel ik me wat beter dan vrijdag en zaterdag. Maandag blijf ik in elk geval nog thuis (werken). En nou ja, oké, dinsdagmorgen moet ik dan misschien tóch nog één keer een testje doen omdat ik dan afspraken op kantoor heb. Maar daarna moet het maar eens afgelopen zijn met die tests, want volgens mij slaat het eigenlijk nergens meer op.

zaterdag 19 november 2022

Een schadeformulier (niet) invullen

De man van mijn Syrische vriendin heeft een half jaar geleden eindelijk zijn rijbewijs gehaald. Dat kostte hem aardig wat moeite; bij het theorie-examen was de taal een probleem, bij het rijden het Nederlandse systeem, dat hem nou eenmaal niet met de paplepel is ingegeven.

Maar het is hem gelukt én hij heeft een betaalbare auto op de kop getikt. Het maakt het leven een stukje eenvoudiger voor hem en zijn gezin. Van zijn werk, op afroep bij een kapper, is hij nu een uur eerder terug, want hij hoeft niet meer met drie verschillende bussen. In de schoolvakantie kunnen ze af en toe een dagje op stap met de kinderen.

Op woensdagmorgen gaat mijn telefoon. Het is H.H. Hij heeft maandag een ongeluk met de auto gehad en vraagt of ik kan helpen met het schadeformulier. Het klinkt niet al te dramatisch en ik fiets naar hun huis om te kijken wat ik kan doen. Het blijkt iets ingewikkelder te zijn dan ik dacht. Toen H.H. maandag stil stond voor een rood stoplicht, reed een vrouw bij hem achterop. Bumper ingedrukt, grote schrik bij iedereen. De vrouw zelf kwam niet uit de auto, maar haar bijrijder wel. Hij vroeg H.H. om de schade te laten taxeren; als het niet te duur was, wilden ze buiten de verzekering om betalen.

Het bedrag viel tegen en ze maakten een afspraak om het schadeformulier in te vullen. Maar toen H.H. de man weer zag, zei die dat ze niet gingen meewerken. Ze vertrouwden hem niet. Op internet hadden ze een foto van zijn auto opgeduikeld (uit 2019, lang voordat H.H. hem kocht,) waarop de achterbumper beschadigd was. Ze weigerden het schadeformulier in te vullen.

Wat nu? Samen bekijken we het half ingevulde formulier. Ik bel de verzekering van H.H. om te vragen wat je in zo’n geval kunt doen. Een vriendelijke jongeman gaf me het telefoonnummer van de verzekering van de ‘tegenpartij’, dan kon ik bellen om de ander aansprakelijk te stellen. De andere verzekeraar stond me vriendelijk te woord, noteerde de gegevens en stuurde een mail met een in te vullen schadeformulier. Samen met H.H. vulde ik dat in en we stuurden het per mail terug.

De volgende dag al was er een antwoord: ‘onze verzekerde geeft aan dat u achteruit bent gereden tegen de voorkant van onze verzekerde. Hierdoor kunnen wij de aansprakelijkheid inzake deze schade niet erkennen.’

Als ik het lees, word ik zó boos. Het is niet alleen een valse leugen, het ruikt aan alle kanten naar discriminatie. Ik weet honderd procent zeker dat H.H. de waarheid spreekt. Hij vraagt of ik weet hoe hij de beelden van de camera bij het stoplicht kan opvragen. Dat blijkt alleen de politie te mogen, bij heel zware ongevallen. Maar hij heeft zelf ook foto’s gemaakt, direct na de aanrijding, en daarop is een zwart spoortje te zien, waar zijn achterband over de weg gleed toen hij naar voren geduwd werd.

Deze foto sturen we naar de verzekering als bewijs. En nu maar hopen dat dit geaccepteerd wordt, want de kosten voor zo’n reparatie zijn moeilijk op de brengen voor een Syrisch vluchtelingengezin met een knipperlichtbaantje en een uitkering. Ik duim voor gerechtigheid, maar we durven nergens op te hopen.

zaterdag 12 november 2022

Bomen inpakken

Om de week werk ik een vrijdagmiddag in de Waalgaard, een perenboomgaard die bezig is een voedselboomgaard te worden. In een paar jaar tijd moeten de rijen perenbomen grotendeels vervangen worden door andere bomen, struiken en lage beplanting.

Het idee van een voedselboomgaard is dat er verschillende lagen beplanting zijn: grote bomen, kleine bomen, kruidachtige planten, klimplanten, bodembedekkers en wortelgewassen. Zo kan een kleine oppervlakte veel voedsel opbrengen, het is relatief onderhoudsvrij en het bos is een ecosysteem met veel biodiversiteit
Zo, dat klinkt als een reclamepraatje, maar ik ben dan ook enthousiast over deze manier van voedsel verbouwen. 


Vrijdagmorgen sla ik m’n ochtendworkout over, want ik weet dat er ’s middags een flinke klus wacht. Er zijn veel perenbomen verkocht, die binnenkort klaar moeten staan om opgehaald te worden. Vandaag komt er een man met een machine die de bomen met kluit en al uit de grond schept. Die kluiten moeten ingepakt worden, zodat ze niet uitdrogen en vervoerd kunnen worden zonder dat de wortels bloot komen te liggen.

We zijn met een stuk of twaalf vrijwilligers en na een korte instructie gaan we in tweetallen aan de slag. Voor elke boom die uit de grond gehaald wordt, ligt een korf klaar; een plat, rond metalen netwerk, iets groter dan een fietswiel met er bovenop een lap jute. De bomen worden er midden op gezet. We trekken de boom rechtop, winden de juten lap om de kluit en daarna moet de metalen korf omhoog getrokken worden, om de ingepakte kluit heen, zodat de jute stevig vast zit.

Eerst werken we rustig de rij af die al klaarstaat. Maar dan wordt iedereen geroepen om bij de graafmachine in de buurt te blijven. Hier is de grond droger en vallen de kluiten uit elkaar. Het is zaak om in te pakken zodra een boom is neergezet. We zwermen om de graver heen. Steeds als een nieuwe boom uit de grond komt, schieten drie mensen toe. Eén houdt de boom rechtop, twee trekken snel de jute omhoog en het net er omheen.

Boven het geraas van de machine uit klinkt een ringtone. En dan ineens staat alles stil, want het is de telefoon van de man die de graver bedient. Kalmpjes voert hij zijn telefoongesprek terwijl we er met z’n allen omheen staan te wachten. We kijken elkaar aan en lachen. Best prima om even pauze te hebben, want het is pittig werk.

Aan het eind van de middag kijken we tevreden naar de rijen bomen die netjes ingepakt staan te wachten tot ze opgehaald worden. Hoeveel zijn het er? Misschien zeventig of tachtig? En er zijn er duizend verkocht. Het is duidelijk: de volgende vrijwilligersdag op m’n rooster kan ik rustig weer m’n ochtend-workout overslaan. 

Theezakjes

Mijn vriendin K. komt lunchen. Ik heb lekkere broodjes en kaasjes gekocht en het is precies het goede weer om buiten te zitten. Maar eerst m...