donderdag 24 november 2016

Roald Dahl en Arnhemse Meisjes

Opening kinderboekwinkel Nijmegen 1987

Voor mijn werk ga ik naar de kinderboekwinkel in Arnhem om daar de eigenares te interviewen. We maken namelijk een themanummer over Roald Dahl; een cd over zijn leven en werk met veel audiofragmenten. Omdat de kinderboekwinkel in Nijmegen – van dezelfde eigenaars als die in Arnhem – destijds geopend is door Roald Dahl himself, wilden we daar graag een interview over.

Ik word vriendelijk ontvangen in de ruimte boven de winkel, waar de tafel vol ligt met vellen papier. Carole en Bart de Mooij zijn bezig hun beide kinderboekwinkels over te dragen. In Nijmegen is de nieuwe eigenares al begonnen en de winkel hier in Arnhem gaat in januari in andere handen over. Nu gaan er uitnodigingen de deur uit voor een afscheidsfeest. “Zullen we eerst onze handtekeningen eronder zetten en ze dan kopiëren? Of gaan we ze allemaal persoonlijk ondertekenen?” vraagt Carole. Ze besluiten dat niemand erover zal vallen als het op de makkelijke manier gaat. Om te beginnen zal Bart 150 kopieën maken.

Maar een ronkende kopieermachine is geen prettig achtergrondgeluid bij een audio-interview, dus gaat ie na vijftig kopieën uit. De rest komt nog wel. Terwijl Bart op de achtergrond zachtjes met papieren ritselt (in de winkel beneden is het rustig genoeg voor de verkoopster die vandaag meewerkt) zet ik mijn opnameapparaatje aan en beginnen we met het gesprek.

De opening van de Nijmeegse Kinderboekwinkel was in 1987, dus bijna dertig jaar geleden. Carole pakt er een map bij met brieven en knipsels en terwijl ze vertelt, komen de herinneringen boven. Het contact met de beroemde schrijver begon een paar jaar eerder, toen ze hem in een brief liet weten dat ze de GVR niet alleen een erg leuk boek vond, maar dat de Nederlandse vertaling ook geweldig was. “Zoiets weet zo’n schrijver natuurlijk niet”, zegt ze. Hij schreef een vriendelijk briefje terug en bij een volgend bezoek van hem aan Nederland maakten ze kennis.
Foto: Arnhemse meisjes

Een rode draad in het contact met Roald Dahl waren Arnhemse Meisjes. Die koekjes vond hij fantastisch. In “Roald Dahl’s kookboek” is een recept van deze koekjes opgenomen met een heel verhaal erbij waarin de Kinderboekwinkel een rol speelt. De versie van Carole is een beetje anders dan die van de schrijver zelf in het kookboek. Ze vertelt hoe Dahl - “hij vond zichzelf wel erg belangrijk” - na het proeven van de Arnhemse Meisjes haar zoontje naar de bakker stuurde om het recept te gaan vragen. “Ga jij eens even naar de bakker om het recept te halen, en zeg maar dat ze een boek van mij cadeau krijgen.” Carole lacht: “ten eerste was dat boek natuurlijk niet van hem maar van ons, en ten tweede: dat hij het zo vanzelfsprekend vond dat de bakker zijn geheime recept wel even voor hem mee zou geven … dat was wel tekenend voor hem.”

Hij kreeg het recept, maar vermoedelijk was er iets uit weggelaten. “al waren de koekjes nog zo goed, we zijn er nooit in geslaagd de kwaliteit van die in Arnhem te evenaren,” staat in het kookboek. Carole laat me het recept en het verhaal erbij zien en maakt een kopie voor me. Leuk om ook in de Roald Dahl special te stoppen. Samen met de kopie geeft ze me ook een uitnodiging mee voor het afscheidsfeest. Als ik later in de trein de papieren uitvouw om ze rustig door te lezen, zie ik onderaan mijn uitnodiging met pen geschreven de ondertekening. Hartelijke groet, Bart + Carole.

zondag 20 november 2016

Godmorgon


Al maanden stonden de grote, zware pakketten van Ikea in de ‘studeerkamer’. Een nieuwe Godmorgon wastafelcombinatie met spiegel. Vroeg in de zomer hadden we ze gekocht, maar op de een of andere manier kwam het er maar niet van om de badkamer nu ook echt aan te gaan pakken.
Tot ik vond dat we nou maar eens een datum moesten prikken. “Hebben we in het weekend van 19 november iets speciaals te doen? Nee? Dan nu dus wel.”
Dus deze zaterdag komt het er dan eindelijk van.
    
“We moeten maar wat emmers en flessen water neerzetten”, zegt H. “En van tevoren allemaal naar de wc, want de waterleiding zal een groot deel van de dag afgesloten moeten worden.” Hij bedenkt dat we ook een emmer klaar moeten zetten voor wie toch nog moet, maar dat vind ik niet zo handig. Aangezien we gewoon buren met een wc hebben, ga ik even checken of we bij hen terecht kunnen.  Geen probleem. Ze zijn er niet de hele dag, maar we hebben tenslotte de sleutel.
Voordat we iets afsluiten, pakken we de verschillende onderdelen uit en bestuderen de gebruiksaanwijzingen.

Er is een porseleinen wasbak met kraan, een onderkastje met twee laden en een grote spiegel. En dan nog de slangetjes en buizen om de boel op de waterleiding aan te sluiten. We besluiten met de ladenkast te beginnen. Daar zal de zware wasbak straks op moeten rusten. Als ik de bijgeleverde schroefjes vergelijk met de plaatjes in het instructieboekje, begin ik me zorgen te maken.

Samen kijken we naar de vier schroefjes die volgens de tekening rechtstreeks de muur in zouden moeten. Zonder plug en niet langer dan twee centimeter. We kunnen ons niet voorstellen dat dat klopt. Ik bel naar het nummer waar je van Ikea klushulp kunt krijgen en vraag ernaar. Een vriendelijke dame haalt dezelfde handleiding erbij en ziet hetzelfde als ik. Vier schroefjes die zo de muur ingaan. Ik vraag of er geen gevallen bekend zijn van neerstortende wasbakken, maar nee, die zijn er niet. Het zal zo dus wel in orde zijn, veronderstelt de dame.

Wij vertrouwen het niet en besluiten er toch grotere schroeven voor te gaan gebruiken mét pluggen. Die moeten we dan eerst even gaan halen bij de bouwmarkt. Net voordat we vertrekken gaat de telefoon. Het is de Ikeadame, die er toch nog een tijdje over door was blijven denken en navraag had gedaan. Er zitten niet standaard pluggen bij, vertelt ze, omdat alle muren verschillend zijn en elke muur z’n eigen ophangsysteem vraagt. Advies is om bij de plaatselijke bouwmarkt te vragen wat er voor onze badkamermuur nodig is.

Ik vind het te prijzen dat ze terugbelt, maar met de instructies laat Ikea hier duidelijk wel steken vallen. Dat hadden ze er wel even bij mogen zetten. Later ontdekken we trouwens dat de twee-centimeterschroefjes ergens anders voor gebruikt moeten worden en dat ze helemaal niet bedoeld waren om het kastje mee op te hangen. Wij hebben dan intussen een stel lange, stevige bouten gehaald die klaarliggen om de muur in te gaan.

Tegen de tijd dat het water echt afgesloten moet worden, zijn we twee keer hen en weer naar de Gamma geweest, hebben we een paar koppen koffie gedronken en zijn meerdere keren naar de wc geweest. Het weghalen van de oude wasbak en het aansluiten van de nieuwe stukken pijp duurt uiteindelijk helemaal niet zo lang, dus dat bezoek aan het buurtoilet komt er helemaal niet van. Ook blijven de emmers en flessen water ongebruikt in de keuken staan.

In de badkamer hebben we nu een mooie, nieuwe wasbak. Eéntje die zo stevig hangt dat je niet bang hoeft te zijn om midden in de nacht ineens een harde klap te horen, gevolgd door spuitend water uit een kapotgescheurde leiding. Dat hebben we goed gedaan.

dinsdag 15 november 2016

Busreis naar Puno

(achteraf verhaal over onze Peru-vakantie)

Woensdag 12 oktober,
Van Arequipa gaan we met de bus naar Puno, een kleine 300 kilometer naar het Oosten. Bij één van de vele reisbureautjes in Arequipa hebben we kaartjes geboekt voor de bus van 8.30 u. We moeten een uur van tevoren inchecken, dus staan we op tijd op. Om even voor zevenen kunnen we vanaf ons hotel een taxi nemen. We zijn de grote verkeersdrukte net voor en komen ruim op tijd aan bij het busstation.
Daar gaan we eerst op zoek naar het loket van de busmaatschappij Cruz del Sur, waar we mee zullen reizen Vanachter de balies van andere vervoerders proberen dames ons te strikken om bij hen een kaartje voor de bus te kopen.
“Puno?”
We schudden ons hoofd. Hoeft niet; we hebben al een voucher en die moeten we inwisselen voor een ticket bij Cruz del Sur.

In half Spaans half Engels krijgen we uitgelegd waar we nu heen moeten. Een minuutje lopen en daar is de grote wachtruimte met aan één kan de incheckbalies van alle verschillende busmaatschappijen en aan de andere kant souvenirwinkeltjes. Middenin staan rijen stoelen. We kunnen onze bagage afgeven en dan wachten.
Om acht uur worden reizigers voor Puno opgeroepen. Bij de balie krijgen we te horen dat we verderop eerst nog 3 soles (ca. 80 cent) belasting moeten betalen. De blauwe belastingbonnetjes worden, net als de ontvangstbewijzen voor de bagage, aan de tickets geniet en we mogen weer achter aansluiten aan de balie. 

Deze keer kunnen we door naar een volgende, luxere wachtruimte. Nog een kwartiertje, dan vertrekt de bus. Gauw nog even naar de baňos, want zo’n toilet in de bus is functioneel maar niet echt fijn.
Net op tijd. Iedereen loopt naar de klaarstaande bus. Voor het instappen moet iedereen z’n ticket én paspoort laten zien en worden tassen ingekeken en bevoeld. In allerlei verschillende talen zoeken mensen naar hun stoelnummers. Als iedereen binnen is, komt een mannetje langs met een kleine camera. Van voor naar achter worden alle passagiers snel vastgelegd.
Waarom? Waarschijnlijk voor het geval we in een ravijn storten.

We vertrekken en zitten meteen vast in de ochtendspits. Langzaam rijden we door de rommelige, stoffige buitenwijken vol half afgebouwde huizen, stoffige winkeltjes, bouwbedrijven en zanderige percelen met stenen muurtjes er omheen. Daarna volgt een woestijnachtig berglandschap. Eerst nog met hier en daar kleine, tegen de bergwand geplakte huisjes. Later alleen nog de autoweg, met daarlangs plastic flesjes en andere rommel die mensen uit het raam van hun auto gooien.
Hier en daar graast een kudde lama’s van de droge graspollen.

Onderweg worden kartonnen doosjes uitgedeeld met een ontbijt: een broodje kip en een cakeje. Ook krijgen we allemaal een bekertje cocathee, tegen hoogteziekte.
We maken maar één tussenstop, maar doen toch ongeveer zes en een half uur over de rit.

Dan zijn we in Puno, 3800 meter hoog, aan het blauwe Titicacameer. Daar liggen de rieteilanden die we morgen gaan bezoeken.
 
(zie: Rieteilanden)

vrijdag 4 november 2016

Sssst

Het is spitsuur.
In Utrecht wachten mijn twee collega’s en ik op de trein naar Nijmegen. Er zijn veel wachtenden en als de intercity aankomt en snelheid mindert, kijken we hoopvol naar de cijfers op de wagons. Even dreigt de 1 van een Eerste klaswagon voor onze neus te stoppen, maar het wordt toch nog een 2.
“Linksaf naar boven”, spreken we snel af en bemachtigen daar meteen een zitplaats.
Na een gezamenlijke cursusdag zijn we geanimeerd in gesprek tot ik plotseling zie dat we ons in een stiltecoupé bevinden. Ik stop halverwege een zin en wijs m’n collega’s op het raam met de S van Stilte.

Het gesprek valt meteen stil en een vrouw aan de andere kant van het middenpad zegt zachtjes: “Ik wilde er net iets van zeggen” Ze glimlacht en doet de oortjes van haar i-phone in haar oren, waarna ze schijnbaar in slaap valt.
Nu wij niets meer zeggen, is duidelijk een telefoongesprek te horen dat iemand in de volgende coupé voert. Een jongeman die tegen een paal geleund in een e-book staat te lezen, kijkt verstoord die kant op. Na een minuut stapt hij naar voren, buigt zich over een stoel en knipt met zijn vingers. “Dit is een stilte-coupé!” Geschrokken wordt het gesprek beëindigd. Nu is het echt stil. Het enige dat nog te horen is, is wat krantengeritsel en nu en dan een kuchje. Mijn ene collega pakt een tijdschrift, met de andere mime ik een staartje aan onze laatste zinnen van daarnet. Dan zoeken we in onze tassen naar iets om te lezen.

Ik had graag nog een tijdje gezellig met mijn collega’s gepraat, maar het gesprek op een andere plaats voortzetten is geen reële optie in deze volle trein. We zouden niet alleen onze zitplaats kwijt zijn, maar ons tussen de mensen door moeten wringen die in de gang staan en op de trapjes zitten.
Stilte kan fijn zijn als je ervoor kiest, maar vandaag neem ik me dit voor: de volgende keer dat ik in de spits op een trein wacht ga ik niet alleen de nummers 1 en 2 op de wagons in de gaten houden, maar kijk ik ook even op het raam of daar niet toevallig de S van Stilte op staat.

zondag 30 oktober 2016

Palacio de Gobierno

(Achteraf verhaal uit onze eerste vakantieweek in Peru)
Onze gastvrouw in Lima, Silvia, heeft een vriend die in het Palacio de Gobierno werkt, het ‘Binnenhof’ van Lima. Ze heeft het voor elkaar gekregen dat we het paleis mogen bezoeken en op maandag 3 oktober gaan we er ’s middags naartoe. In de ochtend hebben we al een bezoekje gebracht aan het chocolademuseum, we hebben de grote kathedraal bekeken, we zijn door de Chinese buurt gewandeld en hebben uitgebreid en laat geluncht bij de Peruaanse chinees, de Chifa.
 
 
Het is al vier uur geweest als we bij de ingang van het officiële gebouw aankomen en de man in uniform die daar zit, zegt vriendelijk dat het te laat is voor een bezoek.
Dan krijgen we een staaltje Peruaans doorzeuren te zien. Silvia betoogt dat ons beloofd is dat we naar binnen mogen en ze belt haar vriend binnen, Señor Flores. Na tien minuten geduldig wachten, krijgen we toch groen licht. We gaan het hek door en komen bij een klein kantoortje waar we onze paspoorten moeten laten zien. Een ambtenaar bestudeert ieder paspoort zorgvuldig en geeft ons ieder een uitgebreid formulier waarop van alles moet worden ingevuld. Ook de formulieren worden weer bestudeerd en tenslotte krijgen we een voor een toestemming om door te lopen.

We steken een tuin over naar een grote hal waar achter een balie weer een geüniformeerde man zit. Hij begint al met z’n hoofd te schudden als we binnenkomen en als Silvia haar verhaal doet, schudt hij nog harder. Nee. Het is te laat. Na vier uur worden er geen bezoekers meer toegelaten. We moeten een andere keer maar terugkomen. Maar zij geeft zich niet gewonnen en komt weer met haar troef: Señor Flores. De official lijkt niet overtuigd en blijft schudden. Wij staan een meter achter Silvia en proberen te volgen wat er allemaal in het Spaans gezegd wordt. Het lijkt een verloren zaak.

Maar dan komt er haastig een kleine man binnenlopen. Hij spreekt de man achter de balie overtuigend toe en een minuut later hebben we allemaal een pasje aan een kettinkje om onze nek. Uit het niets verschijnt een vriendelijke dame die ons een rondleiding zal geven. Lang leve Señor Flores!
 
We lopen door lange gangen en krijgen verschillende indrukwekkende zalen te zien. Met trots vertelt onze gids over Admiraal Miguel Grau, een Peruaanse Michiel de Ruyter, zeeheld uit de oorlog met Chili (1879-1884). Er hangt een groot portret in de zaal die naar hem genoemd is.

 
In de deftige vergaderzaal wil de gids wel een foto van ons maken in vergaderpose rond de voorzittersstoel. In de parlementszaal zijn werkmannen bezig met een grote trap, die ze bereidwillig een klein stukje opzijschuiven voor onze fotosessie achter de voorzitterstafel.
 
 
Het gevoel dat we hier geheel tegen de regels in rondlopen geeft de tour iets heel speciaals. Als kinderen zitten we op de presidentiële stoel en doen we op de daarvoor bestemde plaats een televisie-interview na (met een grote foto van de paleis-ingang erachter alsof de interviewer op de stoep staat)

Na drie kwartier is de rondleiding afgelopen. We nemen hartelijk afscheid van de gids, leveren onze pasjes weer in aan de balie en dan gaan we de poort van het ‘Palacio de Gobierno’ weer uit. Dat was een bijzonder en leerzaam bezoek.

zondag 23 oktober 2016

Machu Picchu (deel 2)

(klik hier voor deel 1)
Op onze tourtickets staat dat er een diner, een gids, een overnachting in een hotel en de busreis bij de prijs zijn inbegrepen. In de middag  hebben we een maaltijd gehad. Was dat het diner? Of toch per ongeluk een extra lunch? We gaan gewoon maar met de groep mee en we zien wel. Daar lopen we dan als kinderen op een schoolreisje achter onze gids aan. Hij brengt ons naar een restaurant met lange tafels, waar we zowaar een menukaart krijgen met keus uit vijf voor- en vijf hoofdgerechten. Het hoort bij de tour. Net als het ontbijtpakketje dat we uitgereikt krijgen.
Voor morgenochtend zijn de instructies weer erg kort maar vrij duidelijk. Vanaf half vijf moeten we gaan lopen. De gids wijst langs welke straat.  Het kan niet missen. Dáár is de start van de klim naar Machu Picchu, "De duizend treden".
Eenmaal boven zullen we rond zes uur een Engelstalige gids treffen. En denk eraan: wij zijn Grupo Puma.

We spreken met Jorge af om weer samen te lopen en even voor half vijf 's morgens zien we elkaar op het plein terug. In het donker lopen we met zaklantaarns over het pad naar het eerste toegangspunt... Daar moeten we wachten tot het hek om vijf uur open gaat.
Honden lopen met ons mee. Ze krijgen koekjes uit de ontbijtpakketten van al die wachtende toeristen. Dan begint de klim.

In de vochtig warme lucht van de jungle heeft iedereen last van zuurstofgebrek. Waar de eindeloze trappen het toelaten, staan mensen even stil om naar adem te happen. Ik tel de ongelijke treden. 
Waar komt het verhaal vandaan dat het er duizend zijn? Naarmate we hoger komen, wordt het minder vochtig en is het makkelijker om lucht te krijgen. Na 1730 treden zijn we boven. En daar... wacht ons weer een controlepunt waar we achter aan moeten sluiten om onze kaartjes te laten stempelen.
Nu zijn we dan echt in de bijzondere Incastad.
We worden gevonden door onze gids (met een Puma-vlaggetje) en dan moet er weer geklommen worden.

Naar de zonnetempel, naar de oude incahuizen die op het dak na nog vaak wonderlijk intact zijn in dit gebied van aardbevingen.

De Inca's (die eigenlijk Quechua's heetten) konden ongelooflijk slim en precies bouwen. De gids vertelt dat ze de hoogste plaatsen kozen voor hun steden. Niet alleen omdat ze dan dicht bij hun aanbeden zon waren, maar ook omdat de stad zo, geplakt tegen de hoge rots, zware aardbevingen kon doorstaan zonder veel schade. We horen waaraan we de functie van verschillende bouwwerken kunnen herkennen; de grote gebouwen van perfect aansluitende, vierkante blokken rots zijn voor de tempels. De minder perfecte muren van grove stenen zijn voor de huizen, scholen en opslagplaatsen. We krijgen voorbeelden te zien van het vooruitstrevende irrigatiesysteem, een zonneklok, offerplaatsen voor dieren met uitgehakte bloedgootjes.

En natuurlijk de terrassen waarop de Inca's hun gewassen verbouwden: op de hoogste plek de aardappels, die wel wat kou kunnen hebben, lager de gevoeligere soorten.
Na twee uur is de gids uitverteld en kunnen we zelf nog een paar uur ronddwalen.

Dan wordt het tijd om onze spullen te gaan halen in het hotel. We moeten nog teruglopen langs het spoor en om kwart over drie zal bij Hydroelictrica de bus weer vertrekken. Na alle stenen trappen is de wandeling pittig, maar omdat we het busje zeker niet willen missen, lopen we het stuk deze keer iets sneller: in twee en een half uur. We zijn ruim op tijd om nog een half uur rond te hangen voordat we weer in de bus stappen. Daar zitten de meeste passagiers het grootste deel van de rit (6 uur) te slapen. Het was een lange dag in Machu Picchu, maar beslist de moeite waard.

Machu Picchu (deel 1)

We gaan naar de beroemde Incastad Machu Picchu. Dat kun je op veel manieren doen. Van loodzware 5-daagse trektochten tot een luie bus-en-trein variant. We kiezen voor een tussenvorm. De tweedaagse tour die we hebben geboekt, houdt in dat we met een busje van Cusco naar Hydroelectrica gaan. Van daaraf kun je lopend langs het spoor naar Aguas Calientes, het dorp aan de voet van de berg waar Machu Picchu op gebouwd is. De volgende ochtend vroeg klimmen we naar de Incastad en worden dan ’s middags bij Hydroelectrica weer opgepikt voor de terugreis naar Cusco

17 oktober
Rond 8 uur ’s morgens worden we vanaf ons hotel in Cusco opgehaald met een kleine bus. De Spaanstalige chauffeur is kortaf. Op verschillende plaatsen komen er mensen bij tot we met 15 personen vol zitten. Mensen helpen elkaar welwillend met bagage en schikken in. We raken aan de praat met Jorge, een Spanjaard die in Engeland woont. Handig, want hij vertaalt voor ons wat de chauffeur zo nu en dan aan summiere informatie mompelt.
Om half 11 stoppen we bij een winkel / café / toilet. Even wat drinken, plassen, de benen strekken. Dan gaan we het busje weer in.
uitzicht onderweg vanuit de bus: imposante bergen

Voor hoe lang? Geen idee.
Jorge dacht iets te horen over een lunch. Die blijkt pas drie en een half uur later te zijn. Het regent als we uitstappen bij een huiskamerrestaurantje. Hier en daar lekt het dak van golfplaat. Aan een lange tafel brengt een jongetje van een jaar of tien voorzichtig borden soep rond. Daarna is er omelet met rijst en aardappels.
Dan wacht het busje weer. Gelukkig zijn we nu bijna bij onze bestemming. Na nog een half uurtje rijden worden we uitgeladen op een desolate plek: Hydroelectrica is een kleine waterkrachtcentrale. Behalve een kale parkeerplaats is er alleen een loket waar we onze paspoorten moeten laten zien. Dan staan we zonder verdere informatie naast het enkele spoor van de dure trein naar Aguas Calientes, oftewel Machu Picchu dorp.
lopen langs de spoorlijn
 
over de bielzen van het spoor een woest beekje oversteken

over het spoor lopen door een donkere tunnel

Je kunt maar één kant op, dus we lopen op goed geluk achter iedereen aan langs het spoor. Gelukkig regent het niet meer. Samen met onze nieuwe vriend Jorge struinen we over het grind, langs smalle, zanderige voetpaadjes en soms een stuk over de bielzen van het spoor. We passeren andere wandelaars en worden gepasseerd. Eén keer moeten we opzij voor de trein, die je al kilometers van te voren aan hoort komen, omdat ie onophoudelijk met lange tonen toetert.
Volgens de boekjes is de afstand acht kilometer. Wij lopen 2 uur en drie kwartier stevig door en schatten de afstand eerder in op 12 kilometer. Dan staan we op het station.
Wat nu?
We hebben geen naam van een hotel of van een gids, zelfs geen informatie over een ontmoetingsplek. Via een kleine informatiebalie bij het station komen we erachter dat alles zich hier afspeelt op de Plaza de Armas, in het hart van het dorp.
Daar vinden we wat mensen uit ons busje terug die weten dat alle gidsen hier hun mensen komen zoeken. Inderdaad loopt er na een tijdje iemand onze namen te roepen. We krijgen een hotel aangewezen en krijgen de opdracht om ons om 19.30 opnieuw op het plein te melden. We horen bij grupo Puma.
vlaggetje: Grupo Puma

We frissen ons op en zijn een tijdje later terug op het plein, waar na wat geharrewar een groep ontstaat. Onze gids zoekt z’n kudde bij elkaar, verzamelt paspoorten en neemt ze mee om toegangskaarten voor Machu Picchu te gaan regelen. Dertig mensen van allerlei nationaliteiten staan af te wachten of ze ooit hun paspoorten terugzien. Er worden grappen gemaakt, de chaos schept een band; en als tien minuten later zowel de paspoorten as de toegangsbewijzen worden uitgedeeld, is de sfeer uitgelaten.
En nu?
(klik hier voor deel 2)

Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn

Zondagmorgen. We zijn laat opgestaan, maar omdat de tijd vannacht een uur terug is geschoven, zitten we toch nog voor tien uur aan het ontbi...