zondag 24 november 2024

Vogels voederen

Ik zit aan de keukentafel noten te kraken en ik denk aan de vogels. De kraaien en kauwtjes die net als ik in de herfst bij de plaatselijke notenbomen langs gaan om walnoten te zoeken. Ik voel me een heel klein beetje schuldig dat ik een deel van hun voedsel weghaal. Maar zij hebben het voordeel dat ze met gemak boven in de boom kunnen komen. Ik moet het hebben van wat op de grond ligt.

Duif eet bessen van een krentenboompje

En, zo vertel ik me zelf, om het goed te maken heb ik een vogelvriendelijke tuin met in het voorjaar en  de zomer allerlei fruit om van mee te pikken, in het najaar zaaddozen van veel soorten bloemen en veel plekjes waar insecten gedijen, en dus ook vogels.
En in de winter hangen we vetbollen op en vullen we regelmatig een bakje met vogelzaad in het vogelhuisje in de achtertuin.

Maar dat laatste blijkt helemaal geen goed idee te zijn. Kort geleden was een onderzoek van PAN (Pesticide Action Network Netherlands) in het nieuws, waarin verschillende soorten vogelvoer werden onderzocht. Van de negen monsters was er maar één waar géén giftige stoffen in zaten. Geschrokken stopten we met het vullen van het vogelzaadbakje.

Wat dan wel? Broodkruimels en appelklokhuizen leg ik nu buiten, en binnenkort moet ik op zoek naar vogelvoer zonder gif, dat er toch ook moet zijn. Intussen heb ik mijn bakje noten gekraakt en rooster ik ze in een droge koekenpan tot de keuken naar gebrande noten geurt. Lekker. Ik eet ze in plaats van een stukje vlees, want ik hou er meer van om dieren te voeren dan om ze te eten.

maandag 18 november 2024

Atelier

Eindelijk de knoop doorgehakt. Ik was het al langer van plan, maar nu heb ik de zolderkamer die vroeger de kamer van E. was, veranderd in een atelier.
Het bed blijft staan, want E. mag altijd komen logeren, maar door het te verplaatsen, komt er ruimte voor een tafel. Aan de straatkant, voor het raam, met lekker veel licht.

Overdag dan. Voor ’s avonds zetten we extra lamp neer die we nog ergens ongebruikt hadden staan. Op marktplaats vond ik een prima tafel voor  een tientje bij een sloopbedrijf in de buurt.

Een van de twee kasten die steeds voller raken met spullen-die-we-even-ergens-kwijt- moeten, heb ik grotendeels leeggemaakt. Daarin liggen nu verf, papier, dozen met materiaal om collages mee te maken, kleine lapjes, kleurpotloden, inkt, nog meer verf… Kortom: alles wat ik in de loop van jaren heb verzameld om ‘mooie dingen te maken,’ want mooie dingen maken is wat ik het liefste doe, op welke manier dan ook.

Het eerste waar ik mee aan de slag ga in mijn nieuwe atelier is m’n art-journal (zie ook Hemelsblauw) Het is heerlijk om een plek te hebben waar alles gewoon mag blijven liggen waar ik mee bezig ben. Soms ga ik even een half uurtje naar boven, soms ben ik er een hele tijd. En het art-journal groeit.
Meestal begin ik gewoon maar met een achtergrond in een kleur waar ik zin in heb, maar het leuke is, dat er toch altijd iets ontstaat dat te maken heeft met wat me op dat moment bezighoudt. Duidelijk dat er veel bomen- struiken en plantenmotieven verschijnen.

En als ik er even genoeg van heb, of als ik het koud krijg op zolder, ga ik naar de warme huiskamer, waar ik achter mijn laptop kruip om even een blogpost te schrijven. Deze bijvoorbeeld.

donderdag 14 november 2024

Hergebruik

Het seizoen van de koude voeten is aangebroken. Ik zag op facebook ergens een cartoon voorbijkomen van een stel (m/v) in bed: zij met haar voeten opgetrokken tegen zijn bovenbenen aan en hij met een k-k-k-koud grimas op z’n gezicht. De houding was herkenbaar, de reactie niet. H. verwelkomt mijn altijd-koude voeten meestal met: “Ha, lekker koel.”

Tot zover de intimiteiten. Koude voeten dus, en in de zolen van mijn sloffen ontdek ik beginnende gaten, dus het is zaak om een paar nieuwe, warme sloffen te regelen. Omdat ik van het recyclen ben, ga ik op zoek naar restjes wol en naar een youtube instructiefilmpje over zelf sloffen maken.

In een middag en een avond heb ik m’n eerste paar af en omdat ze eigenlijk te groot uitvallen, maak ik een tweede paar. Deze zitten helemaal fijn, maar eigenlijk moet er nog een zooltje onder van stevig materiaal. Leer bijvoorbeeld.

Toevallig is het zo, dat we nieuwe eetkamerstoelen besteld hebben, want de oude beginnen door te zakken en van binnen te verkruimelen. Maar het leer is nog prima. Zodra de nieuwe stoelen zijn aangekomen, sloop ik de leren bekleding van een paar oude stoelen en knip daar zooltjes van.

De afgetakelde stoelen brengen we naar de stort. Als herinnering heb ik nog flink wat stukken zwart leer en twee paar nieuwe sloffen met stevige zolen. Deze winter geen koude voeten meer.


zondag 10 november 2024

Oranje griezel

 

pompoen met uitgesneden gezicht waardoor licht naar buiten schijnt
Toen E. een jaar of twaalf was, zei ze regelmatig vol overtuiging: ‘Als ik groot ben, ga ik in Amerika wonen.’ Ze heeft er inderdaad een half jaar gewoond, tijdens haar studie, maar nu ze ‘groot’ is, woont ze gelukkig gewoon in Amsterdam.

Toen ik haar opzocht, in dat Amerikaanse halfjaar, was het eind oktober en ik herinner me dat het overal naar pompoenen rook omdat het rond Halloween was. Op veel plaatsen stonden de oranje griezelhoofden, uitgesneden uit pompoenen. Kwalijke associaties met oranje griezelhoofden had ik toen nog niet. De president van toen was Obama.

Deze week blijkt dat die onbegrijpelijke Amerikanen voor de tweede keer gekozen hebben voor een oranje griezel. Deze week ben ik blijer dan ooit dat ik geen kind heb dat in Amerika woont. Zonder dat is het al eng genoeg.

zondag 3 november 2024

Het snoei- en knotseizoen is begonnen

foto van de Duivelswaai vanaf de dijk. Je ziet het ronde meer met daarvoor half geknotte wilgen en mensen die aan het werk zijn
Zaterdagmorgen staan we op tijd op. Het is Nationale Natuurwerkdag en daarmee begint het snoei- en knotseizoen van Vrijwillig Landschapsbeheer. Om tien uur moeten we bij de Duivelswaai zijn. Onheilspellende naam voor een mooie, ronde waterplas aan de dijk. We gaan er wilgen knotten.

Gisteravond kwamen in de groepsapp van de ‘zaterdagvrijwilligers’ achter elkaar afzeggingen binnen: een gebroken arm, twee crematies, een algehele slechte gezondheid, een reünie, een gewisselde dienst… ik begon me af te vragen of er nog wat mensen overbleven. Nou ja, H. en ik zijn er in elk geval allebei, en we weten van nog een paar mensen dat ze zullen komen.

Het valt alles mee. Om tien uur staan we met zo’n vijftien mensen op de dijk en er komen er later nog drie bij. Al het gereedschap is in de zomer schoongemaakt en geslepen en er zijn nieuwe zaagjes. We kunnen aan de slag. Samen met J. ga ik een wilg te lijf. Dunne takken knippen, dikke takken zagen; alles moet eraf. Al na tien minuten doe ik m’n jas uit en m’n sjaal af.

Wilgen knotten is simpel en je ziet het resultaat van je werk goed. Als we na een uur een koffiepauze houden, is ‘onze’ wilg al driekwart van z’n pruik kwijt. Na de pauze doen we de rest en slepen we alle takken naar een grote hoop. ‘Pas op … hier komt een dikke tak!’ Soms moet je even maken dat je wegkomt; de takken die afgezaagd worden zijn soms zo dik als een stevig been en vele meters hoog. Gelukkig vallen er geen gewonden.

Om een uur of één is er soep. Bovenop de dijk, rond een picknicktafel, eet iedereen de bonensoep uit zelf meegebrachte mokken met zelf meegebrachte lepels. Het gereedschap wordt verzameld, we staan nog even na te praten en dan fietsen H. en ik in het zonnetje terug naar huis. Lekker gewerkt. Over twee weken gaan we ergens struiken planten. Hopelijk is het dan weer zo’n mooie dag.

zaterdag 26 oktober 2024

Klompenpad

Het is zaterdag en volgens het weerbericht wordt het vanmiddag 20 graden. H. en ik zitten aan het ontbijt en bedenken wat we op zo’n mooie dag buiten willen gaan doen.
Ik denk aan varen of fietsen, maar H. heeft een ander voorstel:
“Zullen we vandaag een klompenpad lopen?” 
Een wilg langs de rivier is grotendeels omgewaaid en afgebroken. Een groot deel van de stam ligt geknakt op de grond, maar op de breuk groeit een nieuwe, kleine boom verder.

Ik kijk bedenkelijk. De klompenpaden van Gelderland gaan door prachtige gebieden, maar ze zijn vaak lang. En ik ben niet zo’n enthousiaste wandelaar. Tien kilometer vind ik meer dan genoeg. Dat is dan ook mijn voorwaarde in de onderhandelingen.

 We kiezen een pad in de buurt en snijden een stuk af, zodat we rond de tien kilometer uitkomen. Klompenpaden gaan vaak langs smalle paadjes, door weilanden, soms over privéterrein, en zo weinig mogelijk over grotere wegen.

Het voordeel van wandelen boven fietsen is, dat je veel meer ziet. Wat bloeit er nog veel, terwijl het al oktober is! Het lijkt wel zomer! Maar de gekleurde bladeren aan de bomen en de paddenstoelen die we overal zien, zijn dan wel weer heel herfstig. We lopen een stuk door de uiterwaarden, vlak langs de rivier, over paadjes vol paardendrollen en koeienvlaaien. 

Op een bankje langs ons pad zitten twee mensen, vader en zoon, schat ik in. De jongste heeft een soort VR-bril op en in zijn handen een controller. Zit hij te gamen tijdens een wandel-pauze? vraag ik me af. Vlak voordat we langs ze lopen, zegt de man ‘hoho, wacht,’ maar hij is te laat. Als H. voor de controller langs loopt, valt iets verderop een laagvliegende drone neer. Aha, dus dát zijn ze aan het doen.
“Ai, een ongeluk,” zeg ik.
“Ja, dat was niet de bedoeling.” Het klinkt gelukkig opgewekt. We lopen door.  

We struinen over een eeuwenoud “straatje”, waar je regelmatig onder dwarse takken door moet duiken, en dwars door een stuk grasland. Soms is het pad zompig en modderig, waar ik niet de geschikte schoenen voor aan heb. Maar er is altijd wel een manier om droge voeten te houden.  
Na twee en een half uur lopen, zijn we terug bij de fietsen. Volgens de smartwatch van H. hebben we precies tien kilometer gewandeld. In struintempo dus, met af en toe een foto-pauzetje.
“Ben je nu trots?” vraagt H.
“Ja, ik ben trots.
“Volgende keer twintig kilometer?”
“Absoluut niet!”
Maar een stukje omfietsen voordat we naar huis gaan vind ik dan weer prima. En daarna natuurlijk een welverdiende kop koffie. Mét een koekje.

maandag 21 oktober 2024

Fietsen naar Cuijk

De dubbele kerktoren van Cuijk, gezien vanaf de overkant van de Maas
Achttien graden en zonnig, voorspelt het weerbericht. Een mooie zondag om te fietsen! Ik heb een berichtje naar F. gestuurd om te vragen of ze thuis is. We hebben veel jaren samen luistertijdschrift Hardop gemaakt en in de begintijd vergaderden we regelmatig bij elkaar thuis. De laatste jaren hebben we niet zo veel contact meer en bij haar thuis in Cuik ben ik al heel lang niet meer geweest.

F. nodigt ons meteen uit om te komen lunchen, dus we hebben een bestemming voor onze fietstocht vandaag. Langs een mooie route fietsen we naar Cuijk. Er staat een flinke wind, maar die hebben we straks op de terugweg lekker mee en dat is de betere volgorde.

Echt zonnig is het niet, maar het is heerlijk buiten. Een stuk door het bos, langs vennetjes, langs de rivier, en tenslotte met de pont naar de overkant, waar we in Cuijk even moeten zoeken waar het huis van F. ook al weer is.

We worden hartelijk ontvangen met koffie en daarna is er soep en brood aan een feestelijk gedekte tafel. Er valt heel wat te praten en voor we het weten zijn we een paar uur verder en wordt het hoog tijd om weer op pad te gaan. We fietsen langs een andere weg terug en komen door Grave, waar ik bijna dertig jaar gewerkt heb tot mijn pensioen, afgelopen voorjaar.

Grappig om hier weer te fietsen. Het is pas een half jaar geleden, maar het lijkt langer. Tegelijk is het ook zo bekend dat het voelt alsof ik deze route gisteren ook nog reed. Ik denk aan mijn ex-collega’s. Zouden ze me een beetje missen? Alles gaat natuurlijk gewoon door daar, en dat is maar goed ook.

Met de wind mee waaien we terug naar huis, waar ik morgen gewoon achter m’n laptop kruip om te gaan schrijven. Niet meer voor luistertijdschriften, maar nu voor Vrijwillig Landschapsbeheer. Maar eerst even een blogpost. Bij dezen.

Theezakjes

Mijn vriendin K. komt lunchen. Ik heb lekkere broodjes en kaasjes gekocht en het is precies het goede weer om buiten te zitten. Maar eerst m...