vrijdag 14 december 2012

Een vouwhang in de bus.

Ik zit voorin in de bus met mijn rug in de rijrichting.
Het is redelijk druk, maar er zijn nog wel wat plaatsen vrij. De jongen en het meisje die binnenkomen, blijven staan, in de open ruimte bij de deur. Ze zijn een jaar of twintig misschien en druk in gesprek.
Na een tijdje zie ik dat de jongen zich uitrekt en de stang boven zijn hoofd beet pakt. Hij trekt zich even op en zegt dan iets tegen het meisje over een vouwhang maken. Hij pakt testend twee leren lussen beet, die daar hangen voor staande passagiers om zich aan vast te houden.
Ik kijk geamuseerd toe en ben benieuwd of hij het echt gaat proberen, maar de bus slingert juist over een rotonde en iets verderop is er weer één.
Op een recht stuk weg zie ik uit mijn ooghoek dat de jongen zijn rugzak af doet. Prompt maak ik de mijne open om mijn telefoontje te pakken. Ik zoekt de camera-functie en steek m’n telefoon in de lucht als de jongen mijn kant op kijkt. “Toe dan”, zeg ik vrolijk tegen hem.
Hij grijnst. “Weet u wat een vouwhang is mevrouw?” roept hij.
“Ikke wel”, zeg ik en denk er meteen achteraan: “Als ík em maar niet hoef te maken.” Vastberaden pakt hij de lussen, wacht nog een flauwe bocht af en dan zet hij zich af voor een vouwhang in de bus.
Verschillende mensen hebben zich lachend naar hem omgedraaid en ik maak vlug een foto. Na een paar seconden staat ie weer rechtop. Triomfantelijk zegt hij iets tegen het meisje; dan komt hij door het gangpad naar mijn plaats: “Heeft u er een foto van gemaakt?” vraagt hij.
Ik knik: “ik ben bang dat ie niet erg scherp is.”
“Mag ik em zien?” vraagt hij en komt op de lege plek naast me zitten. Ik laat hem het vage fotootje zien. Hij kijkt er een tijdje naar en zegt dan opgewekt: “toch een leuk aandenken hè.” Dan springt hij weer overeind en loopt terug naar z’n plek bij de deur.
Een kilometer verderop heeft ie z’n jas uitgetrokken en lijkt op het punt weer een andere kleine stunt uit te gaan halen. “Ik heb wél lol in m’n leven”, hoor ik hem tegen zijn vriendin zeggen. Ik sla mijn sjaal om en vis m’n handschoenen uit mijn tas. Bij de volgende halte moet ik er uit.
Als ik langs de acrobaat de bus uit loop, legt hij even z’n hand op mijn schouder. “Dag mevrouw”, zegt hij vriendelijk. “Een fijne dag verder.”
“Dank je”, zeg ik: “jij ook nog veel plezier.”
Ik loop naar de halte van m’n volgende bus. Daar moet ik ruim een kwartier op wachten, maar vandaag word ik daar niet chagrijnig van. Ik grinnik nog een beetje na. Een vouwhang in de bus. Leuke titel voor een blogpost.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

To test or not to test

Eén streepje. Geen corona dus. Voor de vierde keer deze week gooi ik na een negatieve test een pakketje afval in de prullenbak. Oké, het zij...