vrijdag 12 april 2013

Dag pap


Ik word veel te vroeg wakker uit een onrustige slaap.
Als ik mijn ogen open doe, zie ik in het donker de schuine balk van het plafond en de kier licht van de deur die niet meer helemaal dicht gaat. Ik ben in mijn ouderlijk huis.
Het lukt niet om weer in slaap te komen en ik sta op, doe de roze badjas van mijn moeder aan en loop de trap af. Voorzichtig, want de leuning zit los; al jaren, mijn vader kwam toch niet meer boven.
“Hoi pap”, zeg ik zachtjes als ik de kamer in kom.
Ik loop naar de kist en strijk over de glasplaat. Vreemd glad is zijn gezicht daaronder, voor zijn 91 jaar. Hij ziet er uit als een wassen pop. Een namaakvader. Er zit niemand in.

Een paar uur later komen de eerste mensen afscheid nemen. Dorpelingen en familie. Ze schuifelen eerbiedig naar de kist en zeggen: “Ach, het is hem precies.”
Dan komen de verhalen. Mijn vader was geen joviale levensgenieter, maar hij hoorde wel in de dorpsgemeenschap. Weemoedig zeggen mensen dat hij zo’n markante man was, die zó veel wist over het dorp en zijn geschiedenis. Ik zet koffie en thee en ik praat en praat en praat. Met mensen die ik nauwelijks ken, die zich opnieuw moeten voorstellen omdat ik nog een kind was toen ik ze voor het laatst zag. Door al die verschillende ogen zie ik mijn vader opnieuw en ik vertel het laatste stukje er bij. Over de tijd dat hij niet meer in zijn huis kon wonen.

Mijn broer komt me een paar keer opzoeken met zijn gezin. De kinderen kijken af en toe even bij de kist. Ze willen opa tekeningen meegeven en hebben zelf bloemstukjes voor hem gemaakt. “Red je het hier?” vraagt mijn broer als ze weer gaan, “bel maar als ik moet komen”. Maar ik vind het fijn om nog even met pa in zijn eigen huis te zijn. Al ligt er in de kist een lege namaakvader, dit is wel zijn plek. Hier kan ik er een paar dagen rustig aan wennen dat hij er niet meer is.

Af en toe loop ik even naar de kist en kijk verwonderd naar  zijn stille gezicht.
“Dag pap.”   


 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...