woensdag 22 oktober 2014

Kruidentuintje

Mijn kruiden-/groententuintje heeft het dit jaar niet erg best gedaan.
Twee lusteloze tomatenplanten gaven hooguit vijf tomaatjes; een ingezaaid bedje ruccola bracht niets anders voort dan miezerige sprietjes die gingen bloeien voordat er ook maar een fatsoenlijk blad aan had gezeten. De basilicum werd opgegeten door iets dat het daglicht niet kon verdragen en om de blaadjes van de marjolein goed te zien, had ik een vergrootglas nodig. Zelfs de munt, een beruchte woekeraar, had armoedige blaadjes met bruine randjes.
Alleen de salie stond te pronken met een overvloed aan grijsgroen, geurig blad en ook de tijm deed z’n best. Maar gemiddeld was de opbrengst van de twee vierkante meter tuin niet om over naar huis te schrijven.

 In dit prachtige, zomerse oktoberweekend besluit ik om de zaken rigoureus aan te pakken. Ik maak het hele stuk grond leeg. Winterharde planten zet ik opzij in een pot, de klinkertjes die het tuintje in vakken verdelen, graaf ik op en ik spit de boel om. Dat is nog een hele klus, al is het maar een klein oppervlak. Ik ben een tijd bezig om de emmer uit te graven, waar ik een paar jaar geleden de munt in heb gezet. Het helpt inderdaad tegen het woekeren, maar blijkbaar gedijt de plant niet echt goed in gevangenschap. De emmer gaat er uit. De enige die mag blijven staan, is de salie. Maar ik knip hem wel kort.

Bij het graven en spitten kom ik veel stenen tegen. Eén ervan lijkt op een krokodillenkop. Die bewaar ik. De rest gooi ik in een hoekje waar ik er geen last van heb. Dan breng ik een paar emmers vol aarde over naar een andere plek en maak de grond vruchtbaarder met een paar emmers compost.

Ik neem een lange pauze, waarin ik tevreden naar het vlakke, kale stukje tuin kijk. Intussen bedenk ik dat er geen vakjes meer komen, behalve dan voor de munt. Iemand heeft me verteld, dat je in zo’n tuintje een evenwichtige verdeling moet maken van planten waarvan je het blad eet, die waarvan je de vrucht eet en die waarvan je de wortel eet. Best logisch eigenlijk. Volgend voorjaar ga ik daar dus rekening mee houden. Maar nu heb ik alleen maar winterharde bladplanten en die zet ik dan maar gewoon een beetje langs de rand.

Als alles klaar is, voel ik mijn rug.
De rest van de tuin laat ik lekker rommelig voor de mogelijke gasten. Egels bijvoorbeeld, die houden hun winterslaap echt niet in een kaalgeknipte tuin. En ook de vogels scharrelen liever rond tussen een wirwar van plantenresten. Het omgespitte kruidentuintje steekt keurig af tegen de ruige rest. Zo is het wel mooi geweest. Tevreden ga ik naar binnen, waar ik een paar achtergehouden takken salie in een vaasje in de vensterbank zet. Zo blijven ze nog minstens een week goed. Dan kunnen we nog één keer varkenshaas met verse salie (saltimbocca) maken.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...