vrijdag 21 november 2014

Bedelaars en straatmuzikanten

Ik heb boodschappen gedaan bij Albert Heijn en loop nog even naar de andere kant van het plein om printpapier te halen. Als ik terugkom, hoor ik muziek. Zachte, eentonige accordeonklanken. Ik zoek met mijn ogen naar de muzikant. Die verwacht ik bij de ingang van de Appie, want dat is een plek waar wel vaker een accordeonist of iemand met een gitaar zit. Maar daar zit ie niet. Hij zit een beetje weg gepropt achter de lange rij boodschappenkarretjes. Zo bescheiden als de muziek klinkt, zit de man erbij. Als ik naar mijn fiets loop, kom ik er langs.
Tijdens het lopen heb ik al geconstateerd dat deze man geen muzikaal wonder is. Zijn repertoire lijkt maar uit een paar maten muziek te bestaan. Toch leg ik een euro in zijn bakje voordat ik mijn fiets van het slot haal en wegrijd.

In mijn eigen woonplaats kom je ze niet zo heel veel tegen: straatmuzikanten en bedelaars. Maar in grote steden kun je aardig wat kleingeld kwijt zijn als je in elke hoed, pet of gitaarkoffer een paar munten gooit. Toen we een paar dagen in Rome waren, zagen we elke dag wel een paar oude vrouwen die helemaal in elkaar gekropen op straat zaten: geknield, het hoofd diep naar de grond gebogen en met één uitgestrekte hand bedelend. Het irriteerde me. “Is er echt helemaal niets anders wat je kunt doen om wat geld te verdienen?” dacht ik. In Santo Domingo liepen dit soort oude bedelvrouwen de pleinen te vegen. In Rome zaten ze midden tussen de rommel een zielig handje op te houden.

Oordeel ik te makkelijk? Misschien.
In elk geval besloot ik in Rome om drie keer per dag geld te geven aan iemand op straat. Ik koos altijd mensen die er iets van probeerden te maken. Een trompettist die een melancholiek lied blies, een man die z’n geschminkte hoofd uit een kinderwagen stak en grapjes maakte naar iedereen die langs kwam (vooral de kinderen maakte hij aan het schrikken en aan het lachen), een levend standbeeld…

Is het eerlijk om te kiezen voor de mensen die het toch wel redden boven de allerzieligsten die alleen nog maar in een hoekje kruipen achter een kartonnetje met de vraag om wat geld voor eten? Ik ben in elk geval niet de enige die het doet. En als ik hier in Nederland zulke bedelaars tegenkom, kan ik niet geloven dat ze die euro’s die ze zo bij elkaar bedelen echt gebruiken om een broodje te kopen.
Ach, misschien denk ik er over een paar jaar heel anders over en krioelt het dan ook in onze steden en dorpen van de oude, zielige vrouwtjes die hun hand op houden. Misschien verander ik dan mijn strategie en geef alleen nog maar aan de armste, de oudste, de eenzaamste. Tenslotte lijkt het er tegenwoordig op dat we allemaal in die positie terecht kunnen komen.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

To test or not to test

Eén streepje. Geen corona dus. Voor de vierde keer deze week gooi ik na een negatieve test een pakketje afval in de prullenbak. Oké, het zij...