zaterdag 18 april 2015

Lekker warm jasje

Sinds december heb ik een nieuwe naaimachine. Toen ik die kocht, nam ik me meteen voor om er meer mee te gaan doen dan ik de laatste jaren met m’n oude deed. Na een voorzichtig begin met een dekbedhoes en twee kussenslopen probeerde ik een paar t-shirts. Dat lukte goed en ik besloot het nu serieus aan te pakken en een jasje te maken. Ik vond een patroon dat me beviel en kocht eerst maar eens een goedkoop stofje om een proefmodel te maken. Met een katoentje uit m’n lappenmand voor de voering en een rits die ik nog ergens had liggen, kon ik me aan de kosten in elk geval geen buil vallen.

Op een donderdagavond legde ik de laatste hand aan het werkstuk: een donkerrood fleece-jasje meteen gestippelde voering. De volgende dag was het twintig graden. Mijn nieuwe, lekker warme jasje moest nog even aan z’n hangertje blijven. Ik besloot dat het nu tijd was om hetzelfde jasje nog eens te maken, maar dan in een lichte zomerversie.

Als je een paar kledingstukken hebt gemaakt, ben je nog lang geen expert. In de stoffenwinkel koos ik een stevige katoen uit voor een jasje en een dunnere lap voor de voering. Voor alle zekerheid vroeg ik of de stof geschikt was voor dat doel. “Nee”, zei de verkoopster. “Daar moet je voeringstof voor nemen, dat is antistatisch.” Ze wees me waar ik de rollen voeringstof kon vinden en ik ging op zoek naar een goede kleur. Ik wilde liever niet van dat gladde, glanzende spul en pakte iets verderop een matte rol in een mooi, passend kleurtje om mee naar de kassa te gaan.

“M’n lieve schat, nou zal ik toch even met je meelopen”, zei de verkoopster toen ik met mijn stofjes aankwam. Ik had een rol gepakt die net niet meer bij het rek met de voeringstoffen hoorde. “Hiermee krijg je echt problemen”, zei ze stellig. “Je krijgt zo’n jasje haast niet aan en dat zit straks helemaal niet goed.” Ik ging opnieuw op zoek en vond iets niet al te glimmends in een passende kleur. Bij de kassa stond intussen een andere verkoopster.
“Kan ik je helpen of word je al geholpen?” vroeg ze toen ik m’n rollen stof op de brede toonbank deponeerde. “Eh, niet méér…” zei ik, want de andere dame zag ik niet meer.
“Niet meer?” ze trok haar wenkbrauwen op.
“Ik werd wel geholpen,” legde ik uit, “maar ik had nog wat extra tijd nodig om te zoeken.”
Opgewekt mat de tweede verkoopster de stof af die ik wilde hebben en terwijl ik mijn pincode intoetste, wees ze naar de trap achter me: “Daar komt ze weer aan.” Het was haar collega. “Jammer, anders had ik haar verteld dat je boos was weggelopen.” Ze lachte vrolijk en deed een tasje om mijn aankoop. “Veel succes ermee”

Op weg naar huis vroeg ik me af of het echt zo fout zou gaan als je voor een voering katoen gebruikt in plaats van officiële voeringstof. Op een dag, dacht ik, ga ik m’n eigen regels maken. Maar voorlopig ben ik nog een beginner en werk ik nog even netjes volgens het boekje.

1 opmerking:

  1. katoenen voering in jasjes is stroef, de stof glijdt niet langs de mouwen van je bloes, trui of vestje, eerder stropen die laatsten op als je 't jasje aantrekt (ik heb twee leren jasjes met mooi gedessineerde katoenen voering ...)

    BeantwoordenVerwijderen

To test or not to test

Eén streepje. Geen corona dus. Voor de vierde keer deze week gooi ik na een negatieve test een pakketje afval in de prullenbak. Oké, het zij...