zaterdag 20 augustus 2016

Rust zacht, eend.

Donderdagmiddag. Ik ben lekker op tijd thuis uit m’n werk en ga nog even de tuin in. Twee sneue tomatenplantjes vragen om water. Als ik de buitenkraan opendraai zie ik in de emmer daaronder witte maden friemelen. De emmer stinkt en er blijkt onderin een onooglijk dood muisje te liggen. Ik zoek een plek om een klein gat in de grond te graven en spoel met wat water muis en maden uit de emmer om ze vlug toe te dekken met aarde. Daarna was ik grondig mijn handen, al heb ik geen beest aangeraakt.

Een uurtje later denk ik niet meer aan de muis. In de vroege avond trek ik nog wat onkruid als H. langs me loopt. Hij gaat het trappetje af naar het waterterras om naar het water te kijken, dat er deze week smerig uitziet (blauwalg). Even later roept hij dat er een dode eend ligt.
Ik ga kijken en inderdaad drijft er vlak naast m’n boot een eend. De hals languit op het water, de kop een beetje naar beneden; duidelijk dood. Wat moeten we daarmee?

Begraven? Ik laat mijn blik over de tuin dwalen en vraag me af waar dat dan moet. Onze tuin is, zeker in augustus, nogal dicht begroeid. Voor een muisje vind je altijd wel een plekje, maar om een eend te begraven heb je toch een behoorlijk gat nodig. En het is een dier uit de natuur. Is er geen instantie die dat soort dingen regelt? Of in elk geval informatie kan geven over wat je het beste met zo’n dode eend kunt doen? De gemeente misschien, of het Waterschap… of een vereniging van natuurvorsers of zo…

Ik ga naar binnen, klap mijn laptop open en typ in de zoekbalk: ‘dode eend gevonden’. Je kunt zoiets inderdaad bij de gemeente melden, maar dat kan pas morgenochtend na negen uur en dan ben ik op pad voor een interview. Ook het waterschap kan alleen op kantooruren gebeld worden. Ik zoek verder en vind bij de vogelbescherming een antwoord op de vraag “Ik heb een wilde, dode vogel gevonden. Wat nu?”

Volgens de vogelbescherming moet ik de vondst doorgeven aan Sovon Vogelonderzoek Nederland (zij verzamelen gegevens over doodsoorzaken van wilde vogels)
Ook het DWHC (Dutch Wildlife Health Centre) wil het weten als er vogels of andere dieren in de natuur doodgaan. Het kan zijn dat zij na overleg het kadaver willen hebben om te onderzoeken. In de tussentijd zou ik de vogel moeten bewaren in een plastic zak op een koele plaats. Natuurlijk zijn beide instanties nu niet telefonisch bereikbaar.

Tenslotte raadt de vogelbescherming me aan om de gevonden dode vogel te begraven of bij het afval te doen. Dat laatste vind ik een bijzonder slecht idee. Weten ze bij de vogelbescherming hoe erg een piepklein muisje in staat van ontbinding stinkt en hoeveel maden daarop af komen? De meeste vogels zijn een stuk groter en een eend in de vuilnisbak lijkt me een nachtmerrie. Het is juist omdat ik bang ben dat het dier straks een stinkend madenfeestje wordt, dat ik het zo snel mogelijk degelijk opgeruimd wil hebben.

Ik googel nog even door en kom erachter dat voor de meeste wilde diersoorten in Nederland geldt, dat je een machtiging moet hebben om zo’n beest – ook al is het dood – te vervoeren.
Verder blijkt er een heus vogelsterfteschema te bestaan en vind ik een uitgebreide handleiding voor het inpakken van kadavers. Lectuur om van te smullen, maar intussen is het kwart voor negen en ik besluit dat ik de eend voordat het donker wordt tóch maar ga begraven.

Voorzichtig trek ik het dier met een hark dicht genoeg naar de kant om het (met rubberhandschoenen aan) uit het water te tillen. De eend is stijf en helemaal gaaf. Ze kan nog niet lang dood zijn. Ik kijk er een tijdje naar en leg haar dan op een stuk plastic. 
Omdat de aarde kurkdroog is, kieper ik eerst een paar emmers water over de uitgekozen plek en vervolgens spit ik zonder pardon een paar grote pollen vrouwenmantel uit. Die zet ik opzij om later terug te plaatsen. Het kost me drie kwartier om een kuil te graven die me diep genoeg lijkt. Intussen begint het te schemeren.

Ik voel me alsof ik stiekem een lijk aan het wegwerken ben en bedenk dat dat een vreselijke klus moet zijn. Om de eend goed in de kuil te krijgen, druk ik de kop voorzichtig met de schop een stukje opzij. Dan schuif ik snel de aarde terug in de kuil en plemp de vrouwenmantels er slordig bovenop.
Met een zucht berg ik de schop, het stuk plastic en de handschoenen op. Rust zacht, eend. Ik hoop dat je familieleden een andere plek kiezen om te sterven.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...