zaterdag 10 september 2016

Syrische liederen met hindernissen

“A ya zein, a ya zein el agibeen”
De melodie van het Arabische liefdesliedje is niet zo moeilijk, maar die tekst, uit je hoofd, dat valt niet mee. Maar ons projectkoor staat voor niets. Iedereen heeft z’n huiswerk goed gedaan en de eerste avond dat we met elkaar het nieuwe project doorzongen, klonken de drie Syrische melodieën na een ruim uur al best goed.

We doen mee met Prateur (2016), twee series voorstellingen in Nijmegen ‘die de oude stad met de nieuwe stad verbinden’. Het publiek gaat per avond langs zes locaties en ziet daar steeds een andere, korte voorstelling. Vandaag doen we een doorloop van ‘ons’ stuk, samen met de acteurs en de twee regisseurs. Er zijn minder acteurs dan eigenlijk de bedoeling was, want, zo vertelt regisseur Khadiye , een aantal asielzoekers die meededen is plotseling verplaatst naar een AZC in Den Helder. Ja, zo kun je dus ineens uit de theaterproductie verdwijnen…

We druppelen binnen in het zaaltje waar we oefenen en als iedereen binnen is, legt Khadiye uit wat er in de eerste scène gebeurt en hoe het koor daarin moet gaan passen. Op een bepaald moment moeten we ons over de ruimte verspreiden en dan zingen we ons eerste lied. We doen het een paar keer en dan komen er wat regieaanwijzingen bij. Als de acteurs druk heen en weer lopen, zou het mooi zijn als het koor ook beweegt: let op de acteurs en ruil op dít moment met iemand anders van plek.

In een volgende scène wordt ons gevraagd om samen met de acteurs een dicht blok te vormen en halverwege het lied dat we zingen achteruit te lopen, los van hen, om al doorzingend ergens anders een eigen blok te vormen.

Het zijn eenvoudige opdrachten, maar ik merk dat het erg lastig is om een lied te zingen dat toch nog vrij nieuw is en tegelijkertijd andere dingen te doen. Net als veel koorgenoten raak ik onderweg de draad kwijt en smokkel vaag neuriënd hele stukken van het lied.
Zo krijgt elk van onze drie liederen een aantal hindernissen en terwijl we braaf de regieaanwijzingen volgen, worstelen we met onze partijen. In de korte pauze die we tenslotte krijgen, nemen de meeste koorleden wanhopig hun bladmuziek erbij om nog eens goed te kijken wat er allemaal misging. Ik vraag me af waar ik aan begonnen ben. Deze voorstelling gaan we acht avonden zes keer per avond doen. Wordt dat een beetje de moeite waard?

Terwijl we pauzeren, komt er iemand binnen die door alle acteurs hartelijk omhelsd wordt. Het is een van de asielzoekers die helemaal uit Den Helder hierheen is gekomen. Hij zou vioolspelen in het stuk en is vastbesloten om dat dan ook te gaan doen. Na de pauze voegt hij zich bij de acteurs. Bij een laatste, complete doorloop gaat het zingen weer beter dan tijdens de losse stukjes daarvoor. Ik krijg weer moed. Als we allemaal thuis de boel nog eens doornemen, komt het vast wel goed.

De sessie is afgelopen en ik sta klaar om weg te gaan. Naast me staat Khadiye aan iemand te vertellen dat de violist misschien mee kan doen en dan het beste een paar weken in de buurt kan logeren. Voor ik het weet hoor ik mezelf vragen of het een probleem is om een logeeradres te vinden en zeggen dat ik ruimte genoeg heb. ‘Ik moet het wel voor alle zekerheid even thuis overleggen,’ zeg ik er vlug achteraan. Khadiye reageert blij verrast en we wisselen telefoonnummers uit.
Onderweg naar huis hoop ik dat H. het geen slecht idee vindt om twee weken een onbekende Syriër in huis te hebben. Maar hij vindt het prima.

Dus als ze het rondkrijgen met het AZC in Den Helder, hebben we mogelijk binnenkort een tijdje een uitheemse huisgenoot. Meedoen aan een zangproject kan tot allerlei onverwachte dingen leiden.

(Het logeren ging niet door omdat de violist ook bij iemand in de stad terecht kon, wat handiger was. Maar onverwachte dingen waren er nog volop in het hele traject)

2 opmerkingen:

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...