zaterdag 8 april 2017

Hulpmiddelen in de klas

beeldschermloep

De klas van de bovenbouw is achterin de eerste gang rechts. Er zijn nog geen kinderen binnen en leerkracht K. neemt rustig de tijd om me iets over zijn klasje te vertellen. Acht kinderen zitten er in zijn groep en vandaag zijn er maar zeven, want er is iemand ziek. Eén meisje is helemaal blind, de anderen zien nog wel iets. Dat vraagt om verschillende aanpassingen. Er staat dan ook heel wat apparatuur in het lokaal. Daar wil ik straks meer over weten.

Om kwart voor negen lopen we naar buiten om de kinderen op te halen. Er gaat niet, zoals bij gewone scholen, een bel waarna iedereen naar binnen stormt. Elke klas heeft z’n eigen verzamelplek waarvandaan ze naar binnen begeleid worden. Er is pas één jongen aanwezig. K. lacht: “sjonge, we hebben al één leerling!” In de tien minuten erna druppelt de rest binnen. De kinderen komen met taxibusjes uit de wijde omgeving en dat niet iedereen op tijd is, is vaste prik. Als het schoolplein leeg is, vinden de kinderen zelf hun weg naar de klas wel. Die van de bovenbouw tenminste. 

Meester K. vertelt de klas wie ik ben en dat ik vanmorgen kom kijken. Dan geeft hij precies aan wat er die ochtend op het programma staat. Even later gaat iedereen bezig met z’n eigen taak en twee kinderen komen met K. vlak voor het grote digibord zitten, waar ze instructie krijgen.

Laptop met brailleleesregel
Het blinde meisje kent het tijdschrift wel dat ik maak. Ze heeft het een paar keer geluisterd en vertelt vrolijk: “Toen dacht ik: nee, hier ga ik geen abonnee van worden!” Ik moet lachen en vertel dat ik van het volgende nummer voor de hele klas cd’s ga opsturen. Daar is ze dan weer heel enthousiast over.
Het thema voor dat volgende nummer is ‘hulpmiddelen’ en daarom ben ik vandaag in de klas. Ik wil weten wat voor hulpmiddelen ze gebruiken, want ik hou de ontwikkelingen op dat gebied wel een beetje bij, maar wat er van alle mooie, nieuwe technologie nou dagelijks gebruikt wordt, is weer een ander verhaal.

Ik loop door de klas en kijk even mee met een jongetje met pet en bril. De pet is omdat hij slecht tegen fel licht kan. Hij legt uit hoe hij werkt met de beeldschermloep. Er zit een verstelbare camera aan die nu op zijn werkboek gericht is. Het kan ook op het digibord gericht worden. Het beeld komt vergroot op het scherm en de jongen laat zien hoe hij het kan aanpassen. Het blinde meisje werkt op een laptop. Als ze hem aanzet, geeft een elektronische stem aan wat er op het scherm staat, maar die stem zet ze vlug af. Ze heeft er een hekel aan, zegt ze. Haar smalle vingertjes bewegen vlug over de brailleleesregel, waar ze nu haar informatie kan vinden.

De houten tafels kunnen allemaal opgeklapt worden, als grote leesplanken, zodat kinderen met hun neus bovenop een boek kunnen zitten zonder dat ze zich helemaal voorover hoeven te buigen. “Beter voor de houding,” vertelt de leerkracht. Die boeken zijn bijna allemaal speciale grootletter-uitgaven.
Sommigen lezen ze zonder meer, anderen gebruiken een beeldschermloep en er is ook een jongen die een doorzichtige halve bol als loep over zijn boek schuift om de letters goed te kunnen zien.

Halverwege de ochtend heb ik een interview met drie leerlingen die nog veel meer hulpmiddelen kunnen noemen en uitleggen. Ze vinden het interview interessanter dan hun schooltaken en rekken het zo lang mogelijk. Ik heb dan ook meer dan genoeg materiaal als ik om kwart over 12 de school weer verlaat.
Een leuke en leerzame ochtend was het. En nu hard aan het werk om van het themanummer over hulpmiddelen een net zo leuke en leerzame uitgave te maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...