donderdag 11 mei 2017

Flamenco

De maand mei is in Andalusië een feestelijke maand. In Sevilla, Cordoba en Granada zien we overal in de stad grote, bont versierde kruizen staan en ’s avonds zijn er op de pleinen feesttenten waar (vooral) bier gedronken wordt. Als we op 3 mei in Granada zijn, lopen daar veel meisjes en vrouwen door de stad in prachtige flamenco-jurken. Kleurige jurken die strak om het lichaam zitten en net onder de knie uitwaaieren in de geplooide laagjes waar je zo mooi mee kunt zwiepen bij het dansen.  
Van jong tot oud zien we de vrouwen in deze typische flamencojurken flaneren. Schattige kleintjes in wandelwagens die als poppen tussen de ruches geplooid zitten, kinderen van zes of acht die onwennig op klakkende hakschoentjes met mama meehollen, verleidelijke achttienjarigen met bloemen in hun donkere, opgestoken haren en vrouwen van minstens zeventig die aan de arm van hun onberispelijk in het pak gestoken partner trots hun gelaagde rokken laten ruisen. Het grappige is dat niet alleen alle leeftijden, maar ook alle stijlen arm in arm gaan. Groepjes jonge meiden waarvan er twee of drie in flamenco-outfit lopen en de rest in strakke broeken met de onvermijdelijke scheuren op de knieën.

Op een verhoging op een zonnig plein wordt gedanst door een flamenco-groep. Langs de rand staan een paar gitaristen en twee zangeressen. De geluidsinstallatie is erbarmelijk, maar daar trekt niemand zich iets van aan. De rokken zwieren, de hakken stampen ritmisch op de houten planken en de dansers en danseressen klepperen met hun castagnetten. We zoeken een plekje in het publiek. Eerst achteraan, in de schaduw van een boom, maar dan verover ik een plaats vlakbij het podium, waar ik alles goed kan zien. H. blijft onder de boom

Na een tijdje kom ik weer bij hem in de schaduw staan. Naast ons zingt een oude vrouw zachtjes mee met de zangeressen. Als we opzij kijken, begint ze tegen ons te praten. “Buleria!”, zegt ze, dit is een buleria. En de vorige dans was een alegria. Ze klapt het ritme voor. Ze vertelt dat dit een hele goede dansgroep uit Granada is. Ze hebben veel prijzen gewonnen en hebben ook in Japan opgetreden. Ze praat in korte zinnen en herhaalt belangrijke woorden. Ik kan goed begrijpen wat ze vertelt. Dan vraag ik waarom vandaag zoveel vrouwen van die mooie jurken dragen. “Oh, es el 3 de mayo! Es el dia de la Cruz”
We blijven nog een tijdje kijken en dan willen we verder de stad door. We groeten de oude vrouw die onze handen pakt en ons een fijne vakantie wenst. Terwijl we door de drukte lopen, hebben we het over flamenco. Zo’n dansgroep is leuk, maar de danseres die we vorige week in Sevilla zagen, was nog veel mooier om naar te kijken. Ze danste zó intens, dat we ons afvroegen hoe ze dat twee optredens per avond kon volhouden.
Ook In Cordoba ontkomen we niet aan de flamenco. Tijdens een wandeling door de stad komen we in een klein flamenco-museum terecht waar de legendarische Antonio Fernandez Diaz, artiestennaam Fosforito, in honderdvoud aan de muur hangt. Op een doorlopende film vertelt de oude zanger (geboren in 1932) over zijn carrière. Bescheiden, enthousiast en met humor, als een oude oom waar je op een verjaardag naast komt te zitten. Hij houdt niet op met vertellen en wij blijven maar luisteren. Soms zingt hij met z’n gebroken stem zachtjes een stukje voor. Mooi zuiver of gepolijst is het niet, maar het klinkt wel alsof het zó moet klinken. Als je je ogen dicht doet, zie je het dansen voor je dat erbij hoort.

1 opmerking:

To test or not to test

Eén streepje. Geen corona dus. Voor de vierde keer deze week gooi ik na een negatieve test een pakketje afval in de prullenbak. Oké, het zij...