maandag 26 november 2018

"Ik krijg een nieuwe trui en jij niet!"

Als ik de bollen roze-lila-witte wol zie liggen, weet ik meteen dat ik daar een vestje van wil breien voor D. Net als veel Nederlandse kleine meisjes, houdt het Syrische kleine meisje van roze. Ik zoek op internet een patroon en met een paar dikke pennen heb ik best snel een groot deel van het vest klaar.

Op een woensdag, als ik taalles kom geven, neem ik het breiwerk mee om te passen of de mouwen lang genoeg zijn. Als D. uit school komt, haal ik een provisorisch in elkaar gezet vest met één mouw uit een tasje en vraag haar of ze het wil passen. Blij verrast bewondert ze de kleuren en laat zich het rommelige breiwerk aanpassen. Ik vertel haar dat de andere mouw nog niet klaar is en zie ook dat deze ene nog een beetje langer moet. Dan gaat het breiwerk weer in de tas.

Als haar moeder uit de keuken komt met koffie, trekt D. het vest weer uit de tas om het aan mama te laten zien en als een uur later haar broertje binnen komt stormen, moet het wéér even aan.

“Ik krijg een nieuwe trui en jij niet!” roept ze triomfantelijk.
“Nóg niet,” zeg ik, en tegen haar broer: “Als je wilt, maak ik er voor jou ook één. Met een andere kleur.”
“Ja, blauw!” roept hij enthousiast,
“Of rood…. nee, toch blauw.”
“Rood, wit en blauw, als de vlag van Nederland,” stelt zijn moeder lachend voor. “A. hou van de vlag van Nederland.”

Ik stop het driekwart vest van D. weer weg en neem me voor om komend weekend eens te gaan kijken naar blauwe wol. Een blauwe trui met rood-wit-blauwe randjes misschien? Maar eerst dit project afmaken.

In de loop van de week brei ik de tweede mouw af, zet alles in elkaar en scoor een rijtje roze knopen. Helemaal klaar. Ik verheug me erop om het woensdag aan D. te geven. Leuk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...