maandag 23 februari 2026

Een stekelige oogst

Ik trek m’n schapenwollen trui aan en onder m’n ouwe spijkerbroek een extra legging, want het is behoorlijk koud deze vrijdagmorgen. Als ik bij de Waalgaard aankom, zit bijna de hele vaste ploeg al in de voortent. We zijn met z’n achten vandaag en er zijn verschillende klussen die gedaan kunnen worden.

Samen met vier anderen kies ik voor de rotklus: bramen steken. Niemand vind het echt leuk werk, maar het moet echt gebeuren en je krijgt het er gegarandeerd warm van! 
Tussen de rijen bomen en struiken komen veel te veel stekelige braamstruiken op. Ze vlechten zich overal tussendoor en dreigen de boel te overwoekeren.

Er zijn een paar plekken waar dat priktuig ongemerkt veel te veel z’n gang heeft kunnen gaan. Daar moeten we nu een eind aan maken. Nou ja, “nu” is niet vandaag of morgen, het is een moeizame klus, waar we al weken mee bezig zijn. Met kruiwagens, spaden, lange snoeischaren en vooral stevige handschoenen gaan we naar de plek des onheils. De bramen maken lange uitlopers die waar ze de grond raken wortel schieten en nieuwe uitlopers maken. We trekken, knippen en steken ze zo veel mogelijk weg. 

Theoretisch is een voedselbos als het eenmaal is aangelegd tamelijk onderhoudsvrij, maar die theorie gaat hier voorlopig nog niet op. Behalve dat dit ‘bos’ toegankelijk genoeg moet zijn voor zo’n honderd oogstgenoten die hun eigen voedsel komen plukken, zit er een overdaad aan stikstof in de bodem. Bramen gedijen daar lekker op. Brandnetels trouwens ook. Als we daar niks aan doen, is er over een paar jaar niks anders meer te oogsten dan deze prikkers. Dus zijn we een hele ochtend aan het ploeteren om twee rijen braamvrij te maken. Tijdens het werken wordt veel gepraat en gelachen en in de koffiepauze zijn er lekkere koekjes.

Voor je het weet, is het half één. Nog een paar ranken en de laatste kruiwagen kan geleegd worden. Het gereedschap wordt schoongemaakt en opgeruimd en ik ga nog even de moestuin in om wat van de laatste dunne preitjes uit te steken en een paar pastinaken en koolraapjes op te graven. We wensen elkaar een goed weekend en dan fiets ik met m’n buit naar huis.

Lekker, zo’n ochtend buiten werken. En vooral ook heerlijk om daarna in een warm huis op de bank te kruipen met een mooi boek. Het voelt alsof ik het verdien.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Een stekelige oogst

Ik trek m’n schapenwollen trui aan en onder m’n ouwe spijkerbroek een extra legging, want het is behoorlijk koud deze vrijdagmorgen. Als ik ...