dinsdag 2 februari 2010

Sneeuw

Ik ben eindredacteur van een luistertijdschrift voor blinde en slechtziende kinderen. Elke maand komt er een themanummer uit. Twee freelancers verzorgen de interviews en reportages, schrijven een column en denken mee over nieuwe onderwerpen.
Vandaag hebben we een bijeenkomst. A. en E. komen met het openbaar vervoer naar kantoor. De één met geleidehond, de ander met blindenstok. Ik verwacht ze om elf uur.
Tegen kwart voor elf kijkt een collega uit het raam en zegt: “Ik zie twee meiden met een hond lopen. Komen die voor jou?” Dat wist hij best. We zien ze voorbij gaan en vragen ons af of ze nog even de hond uit willen laten of dat ze gewoon verkeerd lopen. Aan hun lichaamstaal te zien is het het laatste.
Ik ren al jas aantrekkend naar buiten en zie dat ze al aarzelend omgekeerd zijn. “Hier is het welkomstcomité” , roep ik en loods ze door de sneeuw naar de deur. Binnen staat alles op z’n kop vanwege een verbouwing. Voorzichtig koersen we naar de kapstok en dan naar onze vergaderruimte. Ik hol nog eens heen en weer voor koffie en een bak water en dan kunnen we beginnen.
De hond mag onder werktijd niet geaaid worden, maar met z’n tuig af is het pauze. Hij legt z’n kop gezellig op mijn voeten terwijl wij ernstig alle onderwerpen doornemen die iedereen bedacht heeft. We stellen een gedegen lijst samen en dan is het lunchtijd.
De hond uitlaten is een hele onderneming, want boven de witte sneeuwwereld schijnt nu een vriendelijk zonnetje, dat voor A. en E. letterlijk verblindend is. We besluiten brutaal midden over het fietspad te lopen, want dat is tenminste sneeuwvrij. Om de paar minuten maken we een erehaag van drie vrouwen en een hond voor passerende fietsers. In het park knierpen we arm in arm over het pad en mag de hond even lekker rennen. Hij eet met veel smaak een drol en legt er keurig één terug. Dan keren we voorzichtig terug en maken onze vergadering af.
Als ik mijn gasten ’s middags naar de bushalte heb gebracht, ben ik er weer driedubbel van overtuigd. Wat hebben die meiden een lef, om voor onze interviews het land door te reizen. En wat is zo’n mooi wit pak sneeuw ongelooflijk desoriënterend als je haast niks ziet. Ik zie ze gezellig kletsend in de bus stappen en stop mijn hand, die al werktuiglijk wil zwaaien, in m’n jaszak. “Dag”, mompel ik, “goeie reis”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Tuinsafari

Eindelijk begint het zomer te worden. Vandaag schijnt de zon en als ik in m’n tuin rondloop, hoor ik het gezoem van bijen en andere insecten...