zondag 17 april 2011

Azua

Aangekomen in Azua ontmoet ik mijn Plan contactpersoon Carina.
Carina is net zo blij om mij te zien als andersom.
‘Ik was zo bang dat je zou besluiten om toch niet te komen’, zegt ze. In het kantoor van Plan International krijg ik koffie. En uitleg over het werk van de organisatie. We praten een tijdje en dan brengt ze me naar mijn hotel. Met de Plan taxi. Ze praat met een mannetje buiten en vertelt later dat ze onderhandelde. De prijs is 1150 pesos, meteen te betalen. De man schrijft een reçu voor me uit, waarop staat, dat de gast Plang betaald heeft.
Carina wijst me verderop nog het restaurant waar ik kan eten en waarschuwt om niet in het donker rond te gaan lopen. Dan is ze weg. Ik ga mijn kamer bekijken. Een lege, witte ruimte met een groot bed, een tv, een eenvoudige badkamer en een airco. Het is een losstaand huisje met aan alle kanten glasloze ramen met lamellen. Terwijl ik rondkijk, gaat er in de auto die pal naast mijn huisje staat een radio aan met keiharde, dreunende muziek.Ik ga buiten de boel verkennen.
Het is tegen vijven. Ik loop langs de autoweg in de richting van het restaurant, maar het is nog te vroeg om te gaan eten. De autoweg stinkt naar diesel en stof. Ik sla een zijweg in en klim omhoog. Het is een beetje een desolate plek.
Er zijn veel lege huizen. Voortdurend komen er jongens, en soms meisjes, op brommertjes langs. Ze zitten er met twee, drie, en zelfs een keer vier tegelijk op.
Iedereen kijkt naar me. Soms groet iemand en groet ik terug.
Een kleine jongen loopt achter me aan en dan naast me. Na een tijdje durft hij me iets te vragen maar ik versta hem niet. Ik zeg dat ik niet zo veel Spaans spreek. "Saluda camarada", zegt hij dan en duwt een enorm hek open waar hij door verdwijnt.
Weer bij de autoweg. Mannen op scootertjes gebaren of ik mee wil rijden. Vrachtwagens volgestapeld met juten zakken razen voorbij. Om zes uur ga ik naar het restaurant. Twee vrouwen zitten op schommelstoelen in de schaduw. De oudste komt naar me toe. Eten? Ze somt het menu op en dan nog eens langzamer. Ik kies rijst met kip. Terwijl ik wacht, komen ze met z’n tweeën bij me aan tafel zitten.
Het wordt een moeizaam gesprek, want behalve dat mijn Spaans op beginnersniveau is, spreken ze hier een soort dialect. Maar de vrouwen kennen Plan en snappen dat ik voor mijn sponsorkind kom- Dan willen ze graag dat ik hun souvenirwinkeltje bekijk. Ik koop een flesje rum. Of ik het meteen op wil drinken of meenemen, vragen ze. Nou nee, meenemen maar.
Het eten ziet er mooi uit en is wel lekker. Rijst, bonensaus en stukjes gebakken kip. En een salade met heel veel citroen.
Terug bij het hotel.
Er zitten twee mannen op plastic stoeltjes een paar meter van mijn deur. Ik vraag of ze nog een stoel hebben (in de kamer is er geen) en een van hen staat op en geeft me de zijne. Okee.
Ik zit voor mijn deur en schrijf.
Er rijden auto’s de binnenplaats op die kriskras geparkeerd worden. Ergens staat muziek aan. Verderop lopen mensen rond te praten. En twintig meter verderop is de autoweg. Om 8 u. is het te donker om verder te schrijven. Ik ga naar binnen. Daar stikt het van de muggen. Ik hul me in het laken en ga lezen. En dan vroeg slapen. Morgenochtend om 8 uur komt Carina me ophalen.
Slapen?
Ik lig.
Om me heen geluiden, gepraat, muziek, af en toe een gillend auto-alarm en regelmatig geronk van auto’s die de binnenplaats op en af rijden. Het is klam in de kamer en heet. Maar als ik de airco een graad lager zet, voel ik een koude luchtstroom door het dunne laken. Ik leg me er bij neer dat ik wakker lig en probeer toch zo goed mogelijk uit te rusten. Af en toe slaap ik even. Zo wordt het donderdag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Rood fruit

Na twee weken fietsvakantie zetten we de fietsen weer in onze eigen schuur, laden de tassen af en maken koffie in onze eigen keuken. Tot z...