zondag 20 januari 2013

Verslag van een tuinvogeltelsessie

Sneeuw op de grond, een lichte ochtend, maar er staat wel een ijskoude wind. Misschien zitten daarom de vogels geen ogenblik stil. Mezen zijn altijd wel snelle jongens, maar nu blijven ze nauwelijks een seconde aan een vetbol hangen en hup, ze zitten alweer tien meter verderop bovenin een boom.

Het is de tweede keer dat ik meedoe aan de tuinvogelteldag. Vorig jaar regende het en was het een teleurstellende bezigheid. Zes vogeltjes telde ik in het halve uur dat een telsessie duurt. Deze keer is het anders. Terwijl ik me met mijn telformulier voor het raam installeer, zie ik de mezen al heen en weer flitsen. Koolmezen en pimpelmezen. Hoeveel zijn het er? Volgens de spelregels mag je alleen tellen wat er maximaal tegelijk van een soort in je tuin zit. Eén, twee, drie koolmezen... een pimpelmees, en nog een koolmees, o nee, die is net opgevlogen en ergens anders gaan zitten. Van de eerste drie zit er trouwens niet één meer waar ie zat. Nog eens: één, twee kool- en één twee pimpel-, drie koolmezen, waar zijn de eerste twee gebleven? Is dit de vierde? Hé, een vink, of is dit een puttertje? Zag ik daar iets roods flitsen? Eén twee drie vier koolmezen!
In een boom bij de buren strijken vijf turkse tortels neer, maar die tellen dus niet mee.
Waar zijn al m’n koolmezen gebleven? Daar zitten er drie vlakbij de vetbol, en dat is nummer v- nee, het is een pimpeltje.
Het halve uur is zo om. Ik blijf nog een tijdje bij het raam zitten.

Het is grappig om te zien hoe elke vogelsoort z’n eigen manier van doen heeft. De merels lopen rond onder en om de struiken en scharrelen met hun snavels door de sneeuw. De mezen zijn voortdurend in beweging, vliegen heen en weer en duiken om elkaar heen. Af en toe hangen ze even ondersteboven aan een vetbol om er wat zaadjes uit te pikken. Een roodborstje zit in z’n eentje op de terrastegels en pikt daar naar onzichtbare kruimeltjes. De onverschrokken mussen hippen tot vlak bij het raam dat tot de grond reikt. Ze trekken zich niks van me aan. De vinken die zich ook dichtbij wagen, vliegen op zodra ik ook maar iets beweeg.

In de hoop een paar mooie foto’s te kunnen maken, heb ik op het terras wat zonnepitten gestrooid. Voor de schuwe vinken heb ik niet genoeg geduld, maar hier is het roodborstje, en de drie favorieten voor de tuinvogel top 3: de mus, de koolmees en de merel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...