vrijdag 22 februari 2013

Aaltje is dood

De gespreksgroep is al begonnen als ik binnen kom. Zes oude dames zitten om de grote tafel. Ze kijken ernstig,  een van hen heeft een betraand gezicht. Naast de gesprekleider zit mijn vader te slapen in zijn rolstoel. 
Zachtjes doe ik de deur open en trek een stoel bij. Midden op de tafel brandt een grote kaars. De gesprekleider gebaart ernaar en vertelt dat het vandaag een bijzondere bijeenkomst is, want vanmorgen vroeg is mevrouw B. overleden.  De betraande mevrouw zucht verdrietig. "Toch onverwacht... Ach, op een dag gaan we allemaal." 
Naast me zit de pragmatische mevrouw K. "Helemaal niet onverwacht", zegt ze. "De familie was al een week aan het waken."  
Het is een tijdje stil. Dan nodigt de gesprekleider iedereen om de beurt uit om nog iets te zeggen over de overledene. "Het was een leuke meid", zegt de verdrietige vrouw. Ik ben eergisteren nog bij haar langs geweest en daar ben ik blij om."
 Mevrouw E.  heeft ook nog afscheid genomen, maar haar buurvrouw schudt alleen maar haar hoofd. "En u, mevrouw K., " zegt de gesprekleider, "Wilt u ook nog iets zeggen over mevrouw B.?"   "Ik ben blij" zegt d ie op vinnige toon, "dat ik die familie heb leren kennen. Niet alleen Aaltje, maar de hele familie. Het zijn bijzondere mensen waar ik veel van heb geleerd." 
Mijn vader, die even wakker werd toen ik binnenkwam, is weer in slaap gesukkeld. De gesprekleider aarzelt of hij hem wakker zal maken, kijkt even naar mij, glimlacht en laat hem slapen.  Hij vraagt om een paar minuten stilte voor mevrouw B. En dan is de bijeenkomst afgelopen. 
Ik loop naar mijn vader en leg een hand op zijn schouder. 
"Hee" hij kijkt op. Voor hem staat nog een glas melk van zijn ontbijt. Mechanisch pakt hij het op en drinkt. De anderen zijn langzamerhand de kamer uit gelopen. Ik vraag me af hoeveel hij van het hele gesprek heeft meegekregen. Weet hij dat mevrouw B. Dood is? Ik vraag het hem.
"Aaltje?" Vraagt hij, "ja, maar dat heb ik vanmorgen pas gehoord." Jammer vindt ie het, en meer woorden maakt hij er niet aan vuil. We gaan naar beneden om koffie te drinken. Het leven gaat gewoon door in het verpleeghuis.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...