vrijdag 1 februari 2013

Een dikke zoen van Annie


 

 
“Mag ik u een stukje opzij zetten?” vraag ik aan de oude vrouw die naast mijn vader aan tafel zit.
“Wat?” Haar stem is hard.
“Een stukje opzij”, zeg ik, “dan kunnen we er langs met de rolstoel.”
“Een rolstoel? .. Ik heb geen rolstoel.”
“Nee, maar mijn vader wel”, roep ik en wijs naar hem.

“Je vader?” Ze kijkt moeizaam opzij. “Is dat je vader?”
“Jazeker”, ik knik heftig en manoevreer intussen met de rolstoel.

Een meisje met een witte jas komt de kamer in. Voorzichtig schuift ze pa’s buurvrouw met stoel en al opzij. “Je vader had zijn brood helemaal oud laten worden”, zegt ze tegen mij. “Willen jullie nog even hier blijven? Er wordt pap voor hem gemaakt.”
Ik zet de roltoel aan de andere kant van de tafel, waar we straks makkelijk weg kunnen.
“Je vader is een lieve man”, zegt de oude vrouw die nu tegenover ons zit. “Zeg dat maar tegen hem.”
“Hij heeft het wel gehoord”, zeg ik en knik naar mijn vader.
“Nee, díe niet!” roept ze, “ik bedoel je váder!”
“Dit ís mijn vader”, lach ik.
Ze kijkt bezorgd. “Ben je in de war?”

Er gaat me een licht op.
“Hij zat eerst daar, naast u”, ik wijs. “En nu zit hij hier. Mijn vader.”
“Oh ja”, nu klopt het weer.

Intussen heeft pa een kommetje pap gekregen, dat hij langzaam leeg eet. Ik wacht, bekeken door m’n overbuurvrouw.
“Heb je een broer?” vraagt ze ineens.
“Ja”, zeg ik en steek twee vingers op, “Ik heb twee broers.”
“Weet je wat je moet doen?” Ze grinnikt.

“Geef hem maar een zoen. En dan moet je zeggen dat ie die zoen van míj krijgt. Van Annie... een dikke zoen. Dat vindt ie leuk.”
Ik grinnik terug. “Een zoen van Annie. Dat zal ik doen.”
Ze zegt het nog een keer. Nadrukkelijk.

Dan zegt ze: “het is een zoen van mij, van Annie, maar jíj moet em geven. Op z’n wang. En weet je, ik ben wel oud en lelijk, maar...” ze lacht triomfantelijk “Dat ziet ie dan tóch niet!”
Oud en lelijk.
Annie is inderdaad geen bloeiende schoonheid. Haar gezicht is grauw; haar grijze haren hangen dun en stijl naar beneden. Maar haar felle, blauwe ogen vind ik mooi.
Ik vertel het haar.
“Dat zeggen ze allemaal”, zegt ze, “echt waar.”
Ze buigt zich over de tafel naar  me toe.

“Jij hebt ook mooie ogen.”
Ze pakt mijn hand.
“Niet vergeten hè, een zoen van Annie.”

Mijn vader heeft zijn pap op. Hij heeft niets gezegd, maar wel geluisterd.
“Nu was ze aardig, maar ze kan ook wel eens heel boos zijn en schreeuwen”, zegt hij later, als we op zijn kamer een zakdoek halen.
Als we naar de lift gaan, zie ik Annie in de gang zitten. Ze pakt een meisje in een witte jas bij haar arm. Ik hoor van  ver haar harde stem:
“Weet je, je hebt mooie ogen.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...