zaterdag 23 maart 2013

Een boot uit het verleden



 
 
 
 
 
 
 
 





Hij zit aan tafel met zijn ogen dicht.

Zijn blokjes brood onaangeroerd,

Zijn beker melk vergeten

Als ik hem groet, kijkt hij maar even op,

Hij mompelt dag

En nog iets vaags

Dan zakken weer

Zijn zware ogen dicht

Ik vraag hem

Heb je pijn?

Last van het licht?

Hij schudt zijn hoofd.

Wie heeft ze nou gemaakt?

Vraagt hij aan niemand

Of aan mij

 

Het gaat over een boot.

Zegt hij

Is hij terug

Naar voor mijn tijd?

Hij werkte bij een werf

En maakte schepen.

Ik meng me in zijn droom

En vraag:

Hoe maakte je zo'n boot?

Hoe groot?

Waarmee?Wat deed je?

En met gesloten ogen

Legt hij uit.

We maakten gangen,

Ja, zo noem je dat

Die gingen aan elkaar

Met koperen rode nagels.

Dan zwijgt hij lang

 

Ik zie een jonge man

Die trots een kleine boot bekijkt,

Tevreden strijkt

Over de koperrode koppen

In het hout.

Nog even

en hij gaat op reis.

 

 

2 opmerkingen:

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...