vrijdag 11 oktober 2013

Mammografie

Drie kilometer fietsen is een heel eind als je net vijf dagen geleden voor het eerst na twaalf weken voorzichtig bent opgestapt. Met een meerennende fysiotherapeute ging ik tot de hoek en terug. Het viel mee. Dezelfde middag fietste ik nog een stukje en ik merkte dat het toch wel intensief was. Maar oefenen helpt, dus dat doe ik.
Vandaag heb ik een afspraak voor ‘het bevolkingsonderzoek’, waarvoor ik om de twee jaar word opgeroepen. Het gebeurt in een soort grote camper, op het terrein van de brandweerkazerne, drie kilometer fietsen vanaf mijn huis.

Moeizaam stap ik af en zet m’n fiets op slot. Ik zie twee vrouwen voor me naar binnen gaan. In het piepkleine wachtkamertje staan vijf stoelen en gelukkig is er nog één vrij. De vrouwen om me heen zien er uit alsof ze ongeveer van mijn leeftijd zijn. Het gesprek gaat over mobieltjes. Verontwaardigd stellen ze vast dat er maar van uitgegaan wordt dat iedereen zo’n ding bij zich heeft. Nergens meer een telefooncel. En dan vertraging hebben met de trein… kun je niet eens vanaf het station je dochter bellen die je zou komen halen.

Ik hoor het aan en denk aan mijn vader. Als negentigjarige vond hij het vreselijk om in een verpleeghuis tussen ‘al die ouwe mensen’ te zitten. Ik ervaar een lichte variant op dat gevoel: hoor ik echt bij deze doelgroep van ouwe wijven?

Na tien minuten ben ik aan de beurt. In een smal pashokje mag ik mijn bovenkleding uittrekken en dan begint de bezoeking van de mammografie. De dienstdoende assistente zet me naast het martelwerktuig met twee rechte platen waar mijn borsten tussen geklemd moeten worden. Ze duwt en trekt aan me om me in de onmogelijke positie te zetten die voor de foto gewenst is. Een borst wordt tussen de platen gepropt, die daarna ongenadig op elkaar klemmen. Dan loopt de assistente naar de andere kant van het kamertje om de foto te maken. Drie keer herhaalt zich deze ellende en dan nog een vierde keer omdat foto één niet goed was.

Ik zucht opgelucht als het gebeurd is en de assistente verwijst me zonder een glimlachje terug naar het pashokje. Ik bedenk dat zo’n vreselijk apparaat met rechte platen om foto’s van ronde borsten te maken alleen maar door een man ontworpen kan zijn. Eentje die weinig hart heeft voor oudere vrouwen. Dat moet toch vriendelijker kunnen. Die assistente trouwens ook met haar gesjor en geduw. Twee minuten later komt ze me vertellen dat de foto’s gelukt zijn en dat ik kan gaan. ‘U krijgt de uitslag binnen twee weken’. Er verschijnt zowaar een flauw glimlachje op haar gezicht als ze me een goede dag wenst.

En dan moet ik nog drie kilometer terug fietsen. Nét voor ik opstap krijg ik een what’s appje van mijn dochter. Of ze vast koffie voor me zal zetten. ‘Graag’, app ik terug en glimlachend stop ik mijn telefoontje in m’n zak en stap op de fiets.



1 opmerking:

  1. Oh, auw, naar, jáá!
    Stoer ook dat je weer bent gaan fietsen na zo gevallen te zijn, maar dat terzijde ...

    BeantwoordenVerwijderen

To test or not to test

Eén streepje. Geen corona dus. Voor de vierde keer deze week gooi ik na een negatieve test een pakketje afval in de prullenbak. Oké, het zij...