zondag 6 oktober 2013

Wat een open huizen dag kan opleveren.

Onderweg in de auto lees ik in de krant een artikel met de kop Huizenkoper heeft ineens weer haast. Het is een optimistische reportage, waarin een makelaar aan het woord komt die in Amsterdam-Noord nu twee keer zoveel woningen verkoopt als begin dit jaar. Ik lees het met veel interesse, want we zijn op weg naar het huis van mijn overleden vader, dat te koop staat. Het is open huizen dag en we zullen vandaag tussen 11 en 3 uur in het huis aanwezig zijn om geïnteresseerde kijkers te ontvangen.
Mijn broer is er al. Hij heeft ramen open gezet en de verwarming gecontroleerd, die ergens een lekje heeft. Het huis is al een tijd onbewoond. De bovenverdieping hebben we leeggehaald, maar de woonkamer ziet er nog bijna zo uit als toen pa er nog woonde. Alleen de eiken tafel die hij zelf gemaakt had, staat nu bij mijn broer. Een degelijk stuk vakwerk van een ouderwetse timmerman.
We drinken koffie en praten een beetje bij. Als er na een uurtje nog geen potentiële kopers geweest zijn, halen we de zes grote enveloppen te voorschijn die we bij een opruimsessie gevonden hebben. In elke envelop een aantal kromgetrokken stukken papier met daarop delen van een maquette. Nu hebben we mooi tijd om alles als een puzzel aan elkaar te leggen.
 Lang geleden heeft mijn vader met veel geduld elk huis van zijn dorp nagemaakt. Kleine, houten huizenblokken, boerderijen, losse huizen met schuurtjes, de manege… alles op schaal. Wanneer het gemaakt is, weten we niet; we hebben hem nooit bezig gezien. Maar het moet ongeveer te achterhalen zijn: een grote schuur van de maquette is in het echt vervangen door een groepje huizen; van een boerderij weten we dat die er nog geen dertig jaar staat.
Stukje voor stukje leggen we de delen op hun plaats. Bij elke grote boerderij is de naam van de bewoner geschreven en mijn broer weet dan op welke plek die thuishoort. Het is allemaal zo mooi nagemaakt. We willen het hele minidorp in ere herstellen. De kerk is zoek en ook de boerderij van J.Hoeve. De naam staat met sierlijke letters naast het lege vlakje.
De tafel is te klein. We rekenen uit hoe groot de ondergrond moet zijn waar het hele dorp op past. Ik stel voor om te proberen een tekening van het kadaster te krijgen. Zo zijn we een paar uur bezig. Niet één keer worden we gestoord door iemand die het huis komt bekijken. De koffie en de koekjes maken we zelf maar op.
Tegen drieën stoppen we de maquette weer in de enveloppen en leggen ze in een leeg bureau. Dan doen we zorgvuldig de deur op slot. Als we over het pad naar de straat lopen, komt er haastig een vrouw aan lopen. We herkennen haar van de foto op het foldertje dat in de brievenbus zat. Ze wil het huis van mijn vader dolgraag tijdelijk huren. Ze is zó blij dat ze ons nog treft en als we dan nog maar even terug naar binnen gaan, springen de tranen haar bijna in de ogen. Voorzichtig spreken we af dat we de mogelijkheden en spelregels voor tijdelijke verhuur met de makelaar gaan doornemen.

Mijn broer en ik kijken elkaar aan. Hebben we dan toch niet voor niks deze dag in het huis doorgebracht? Nee, wacht. Voor niks was het tóch al niet. In die zes enveloppen hebben we de start van een gezamenlijk project gevonden. En dat gaan we zeker afmaken, hoe het ook afloopt met het huis.

3 opmerkingen:

  1. Net als jij en jouw broer zou ik heel blij zijn met zo'n nagelaten werk van mijn vader. Al was het maar ter ondersteuning van mijn herinnering aan het dorp van mijn jeugd! Veel plezier met de reconstructie.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Over welk dorp hebben we het? Ik las 'J.Hoeve' en ben benieuwd of deze tot mijn familie behoort...
    groet,
    An

    BeantwoordenVerwijderen

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...