zaterdag 21 februari 2015

Sportief bezig

Met een kickboksende dochter en een man die twee avonden per week naar fitness gaat, voel ik me af en toe schuldig over mijn gebrek aan sportiviteit

Mijn dochter E. zit op kickboksen. Toen ze er aan begon, leek het me gruwelijk, maar ze gaat niet voor gevechten de ring in. Het gaat haar om de conditietraining. Voor mijn werk maakte ik een reportage op een kickboksschool en sindsdien heb ik er een sympathieker beeld van. (ik schreef er dit blogje over)

E. is fanatiek. Na een half jaar reizen in Zuid-Amerika kwam ze terug met bijna tien kilo extra gewicht en dat moet er af. Niet met enge dieetprogramma’s, maar vooral met een streng sportregime: drie keer per week doet ze een kickbokstraining en dat met een fulltime baan. Petje af, ik doe het haar niet na.

Half januari besloot H. – onder enige dwang van onze dochter -om zijn goede voornemens voor 2015 waar te maken en zich in te schrijven op een sportschool. Sinds die tijd gaat hij twee keer in de week sporten. Hij komt steeds blij thuis en vertelt dan met enige trots hoe lang hij op de loopband heeft hardgelopen, op de crosstrainer gecrosst, op de hometrainer gefietst en meer. Hij voelt zich er goed bij en ik ben blij dat hij het doet, want de laatste jaren begon hij een beetje in te kakken en uit te dijen. Ik vind het helemaal niet erg om een wat actievere en strakkere man te hebben.

Soms verzucht ik dat ik ook wat meer lichaamsbeweging zou moeten hebben. (In het najaar begon ik met Salsadansen, maar de vervolgcursus ging helaas niet door)
‘Dan ga je toch gezellig met pappa mee naar de sportschool’, zegt E., maar daar moet ik niet aan denken. De sportschool hoeft van mij niet zo nodig. Ik ga liever naar buiten, een eind lopen of fietsen.
Dus heb ik me voorgenomen dat ik minimaal 40 kilometer per week fiets. Ook als het geen leuk fietsweer is. Vandaag bijvoorbeeld. Het is grijs en miezerig; weer om lekker binnen te blijven als je niet naar buiten hoeft. Maar ik trek onverschrokken mijn regenjas aan en fiets acht kilometer naar de stad. Daar doe ik een klein, niet eens noodzakelijk boodschapje en dan fiets ik terug. Buiten adem van de tegenwind en met mijn haren plakkend in mijn gezicht zet ik mijn fiets in de schuur.

Op de kilometerteller staat voor deze week dertig kilometer. Morgen nog tien en dan heb ik netjes mijn limiet gehaald. Wat nou sportschool? Als dit geen workout is. Ik heb er niemand bij nodig, het kost niks en ik heb een uur gezonde buitenlucht gehapt. Tevreden hang ik mijn regenjas op en wrijf mijn haar droog. 

En dan heb ik nu een lekker kopje met-de-hand geschuimde cappuccino verdiend!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...