zondag 6 maart 2016

Nattigheid

De bushalte is net om de hoek, aan de overkant. Ik loop langs een huis in aanbouw en omdat het voetpad blubberig is en half versperd door bouwmateriaal, wijk ik uit naar de autoweg. Er zijn mannen op het half afgebouwde dak in de weer met platen isolatiemateriaal. Een windvlaag krijgt zo’n plaat te makken en zwiept hem over het voetpad. Het is licht spul, maar ik ben toch blij dat ik daar niet loop.
Er begint een fijne miezerregen te vallen, maar ik ben al te dicht bij de bushalte om mijn paraplu nog uit m’n tas te vissen. In het kleine bushok staan twee mensen. Eén seconde overweeg ik toch nog de paraplu, maar dan stap ik tussen de twee in onder het afdak. Regen maakt de persoonlijke-ruimte tolerantie groter.

Aan de andere kant van de weg loopt een man naar de bouw. Hij heeft nette, zwarte puntschoenen aan en stapt daarmee zorgvuldig over een modderige grasstrook en daarna met een hupje over een plas. Het is een grappig gezicht. Ik kijk opzij of mijn medewachtenden het ook zien, maar ze zijn allebei verdiept in hun smartphone. De man verdwijnt achter een bouwkeet, maar is even later terug. Weer zoekt hij zorgvuldig de droge plekken waar hij z’n nette schoenen kan neerzetten.
Ik kijk hoe hij met een grote stap het zompige gras overwint. Na nog een hupje kijkt hij op en ziet me kijken. Hij lacht een beetje gegeneerd en ik kan een brede glimlach niet onderdrukken.
Even later rijdt hij voorbij in een grote BMW. De ruitenwissers aan, want het regent nu echt.
Dan komt de bus. In mijn kraag gedoken loop ik de zes stappen van het bushokje naar de stoeprand. Precies waar de deuren van de bus opengaan, ligt een grote plas. Met een voorzichtige, grote stap ontwijk ik die bij het instappen, zodat mijn schoenen droog blijven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

To test or not to test

Eén streepje. Geen corona dus. Voor de vierde keer deze week gooi ik na een negatieve test een pakketje afval in de prullenbak. Oké, het zij...