zaterdag 2 februari 2019

Spartaans appeltaartje

Er is nog wat deeg over van de groentetaart die ik gisteren maakte. Ik maak het tegenwoordig meestal zelf. Het is niet heel veel werk en het is lekkerder dan met de ingevroren plakjes hartige-taart-deeg van de supermarkt. Nadeel is wel, dat ik nu zelf zie hoe vét zo’n deegje eigenlijk is; er gaat een flinke kluit boter in. Maar misschien is het juist wel een voordeel; in het kant en klare deeg zit ongetwijfeld ook zo’n klont vet, maar dat eet je zonder dat je het doorhebt.


In elk geval is er deeg over en ik bedenk wat ik ermee kan doen. Een appeltaartje maken, besluit ik en begin meteen. Ik rol het uit tot een dunne plak, die op de bodem van een kleine springvorm gaat. Appel in blokjes, rozijnen erbij, wat suiker erdoor. De vulling bovenop de bodem en hup, de oven in. Op de gok laat ik hem er een half uur in staan en dan ziet ie er gaar genoeg uit.

Wie wil er een stukje Spartaanse appeltaart bij de koffie?
“Waarom Spartaans?”
“Er zit geen grammetje suiker in het deeg.”
“Door de vulling wel?”
“Ja, door de vulling wel.”
Toch schudt H. meteen wat extra poedersuiker over het warme stukje taart. Onzin, want ook zonder extra suiker is ie lekker. Maar ja, je bent een zoetbek of je bent het niet.


Niet gek, zo heb je een restje deeg, en zo heb je een warme appelpunt. En die móet ik hier natuurlijk even delen. Mmmmm.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

To test or not to test

Eén streepje. Geen corona dus. Voor de vierde keer deze week gooi ik na een negatieve test een pakketje afval in de prullenbak. Oké, het zij...