vrijdag 26 juli 2019

Kampeergevoel

Als je wat wilt dóen tijdens een hittegolf, kun je het maar beter ’s morgens vroeg doen. Dus sta ik ’s morgens om half 9 sushirijst te koken. Buiten, want alles wat warmte afgeeft, wil ik zoveel mogelijk buiten de deur houden. We hebben nog een tweepits camping gasstel. Ik zet het op de meest schaduwrijke plek: naast de voordeur. En als de rijst gaar is en af staat te koelen (nou ja afkoelen…) besluit ik om meteen maar limonade te maken.

Muntlimonade met steranijs. Beetje onhandig om alles wat ervoor nodig is naar buiten te slepen, maar het heeft ook wel weer iets knus. Tegen de tijd dat de rijst in de koelkast kan en de limonade in flesjes zit, staat het zweet op m’n voorhoofd. Ondanks alle pogingen om het binnen zo koel mogelijk te houden, staat de thermostaat op 27,5 graden.

Buiten is het warmer. Ik fiets voor wat kleine boodschappen naar het winkelcentrum en als ik terug kom, voelt de kamer zowaar koel aan. Pfffff, dorst! Ik neem een glas koele limonade. Verse sterrenmunt. Die heb ik toch maar mooi gemaakt vanmorgen. De rest van de dag doe ik denk ik helemaal niks meer. Ik hou een zomerslaap.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...