vrijdag 19 juli 2019

Lotje

Het plein op het winkelcentrum is dit voorjaar op de schop gegaan. Er staan nieuwe plantenbakken met daar tegenaan eenvoudige, houten banken. Ik kies de bank bij de grootste plantenbak, van waar ik het plein kan overzien. Tegenover me staat de kaaswagen en achter me staat Lotje, een bloot, bronzen kind. Lotje staat al jaren op het plein, maar sinds kort valt ze veel meer op, omdat haar sokkel bovenop de nieuwe plantenbak is gezet.

Het is lunchtijd en ik heb voor mezelf een croissantje gekocht. Terwijl ik het opeet, kijk ik rond. Een oudere man verhuist van een bankje aan mijn rechterkant naar één links van mij. Ik groet hem en hij knikt en mompelt iets over meer zon. Een moeder zegt haar kind een prullenbak te zoeken om papier in weg te gooien en even later buigt een dikke man zich over het stuur van zijn fiets om iets in een andere prullenbak te gooien. Het valt me op dat het plein er schoon uitziet.

Van bij de kaaswagen hoor ik flarden van een gesprek over oude kaas en ineens klinkt er achter me een kinderstem. Een meisje klimt op de brede rand van de plantenbak.
“Wat ga je doen?” vraagt haar moeder.
“Ik ga naar haar dikke kont kijken,” giechelt het kind.
Met die dikke kont valt het wel mee. Lotje is een mager ding. Ze staat rechtop op haar sokkel, haar armen langs haar lijf en haar gezicht iets naar beneden.  Het beeld staat er al sinds 1997 en ik vraag me wel eens af wat de vrouw die destijds als 9 à 10-jarige model stond voor het beeld er van vindt.

De maker van het beeld was Paul de Swaaf. Hij maakte meer beelden van kinderen en als voorstudie daarvoor fotografeerde hij blote, spelende kinderen. Met toestemming van de ouders. In 2004, de kunstenaar was toen 70,  werd hij veroordeeld tot een paar maanden celstraf wegens het bezit van deze naaktfoto’s van kinderen. Justitie oordeelde dat het om kinderporno ging.

Als ik naar het onschuldige naakt van Lotje kijk, vind ik dat dat erg weinig met kinderporno te maken heeft. Volgens de berichten over de rechtszaak heeft ook geen van de gefotografeerde kinderen en geen van hun ouders ooit bezwaar gemaakt of een aanklacht ingediend. Maar ja, de tijden veranderen. Het valt nog mee dat het bronzen beeld niet in een vlaag van nieuwe preutsheid is weggehaald.

Mijn croissant is op. Ik pak mijn fiets en wandel het plein over. De man op het bankje in de zon zwaait naar me. Ik zwaai terug en stap op m’n fiets om naar huis te gaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...