maandag 14 oktober 2019

Zo kan een koor dus ook klinken


In de St. Martinuskerk in Cuijk zijn de houten banken net zo oncomfortabel als in andere kerken. Maar de akoestiek in zo’n kerk is dan weer geweldig. Er is al aardig wat publiek als we binnenkomen, maar we kunnen nog makkelijk een plaats voorin vinden. Over een kwartier zal het voorprogramma beginnen: een optreden van het Boxmeers Vocaal Ensemble. En daarna het Nederlands Kamerkoor.

De Boxmeerse mannen worden geleid door een frêle dirigente. Ze zingen goed. Op één lied na, waarbij de bassen kennelijk veel moeite hebben met hun partij. Ze worden ondersteund door een fagot, maar omdat zo’n instrument niet meegaat als een koor een tikkeltje zakt, wordt het onzuiver. Hun laatste nummer is een gospel. En deze groep oudere mannen in zwarte pakken heeft het ritme er lekker in zitten.

Dan neemt het Nederlands Kamerkoor hun plaats in. Twaalf zangers en zangeressen, ook geheel in het zwart. Ze nemen plaats achter twaalf muziekstandaards. Zo’n plaatje roept bepaalde clichéverwachtingen op. Een koor. In een kerk. Plechtige zang, melodieuze akkoorden. We weten echt wel dat hier iets anders gaat gebeuren, maar zijn toch verrast. 

Het eerste lied (van Messiaen) heeft bijzondere samenklanken. Bij het tweede (van Poulenc) gaat de traditionele koor-opstelling op de schop. Er zijn geen vier stemgroepen meer, maar onverwachte afwisselingen van solo’s, twee- en vierstemmige stukjes, vraag- en antwoord. De meest wonderlijke melodieën vlechten zich door elkaar. Spannend. En het wordt nog vreemder. Eén van de volgende liederen bestaat uit vreemde klanken, gegil, gegrom, zacht geneurie en doordringende staccato-uitroepen. 

Dan brengt een melodieuze kerkzang weer even rust in de tent. Een van de koorleden kondigt het volgende lied aan. Opgedragen aan een aantal mensen met uitheemse namen ‘en nog vele anderen die verdwenen zijn’. Het begint met een hoge, bijna krijsende roep van een sopraan. Andere stemmen vallen in. Het is bijna geen zingen meer wat ze doen. Heftige, harde kreten, soms van een enkele stem, soms van twaalf tegelijk. Afgewisseld met onheilspellende, lage bromtonen. Hoe langer het doorgaat, hoe beklemmender het wordt. Een aanklacht tegen onrecht. Indrukwekkend. Ik wil dat het voorbij is en ik wil dat het doorgaat. 

Zo kan een koor dus ook klinken.
Als de laatste tonen van een weer melodieuzer lied zijn weggestorven, krijgt het Nederlands Kamerkoor een staande ovatie. Even later lopen we een beetje confuus de kerk uit. Wát een muziek. Om een tijdje helemaal stil van te zijn.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...