zaterdag 18 april 2020

Boodschappen

In normale tijden deden H. en ik vaak samen op zaterdag boodschappen. Eerst een lijstje maken, dan naar Albert Heijn, de groentewinkel en de Lidl. H. kan echt genieten van boodschappen doen. Hij kuiert op z’n gemak door álle gangen van de winkels en koopt vaak meer dan we nodig hebben. Ik wil zo weinig mogelijk voedsel weggooien en probeer het dus altijd binnen de perken te houden.
“Oké, asperges, maar wanneer gaan we die dan eten?”
“Nou, vanavond.”
“Maar vanavond zouden we die bieten eten die nodig op moeten.”
“Ah joh, we zien wel.”
En dan gaan de asperges tóch mee, omdat ze goedkoop zijn. Maar soms krijg ik gelijk. Of we veranderen gewoon het plan.

Nu is alles anders. Boodschappen doe je niet meer samen, maar alleen. De afgelopen weken deed H. de grote boodschappen en ben ik alleen in winkels geweest voor kleine tussendoor dingetjes. Vandaag stelt H. voor om samen boodschappen te gaan doen. “Nee joh,” zeg ik automatisch, maar hij zegt dat we toch ook gewoon samen naar het dorp kunnen fietsen en dan ieder naar een andere winkel gaan. Dat doen we.
Ik doe een rondje groentewinkel. Het is er rustig en overzichtelijk, met duidelijke spelregels en weinig klanten. Dan moet ik naar het Kruidvat. Daar is, net als overal, het mandje verplicht, staan op de grond pijlen en lijnen, en zijn de schappen zorgvuldig zó neergezet dat je maar langs één pad de winkel door kunt. Ik loop tot halverwege de winkel. Daar staat een ouder echtpaar eindeloos te twijfelen over een product en ik móet ze wel passeren in het 1 meter brede gangetje. Na een tijdje wachten, glip ik snel langs het stel, m’n rug naar ze toegekeerd. Bij de kassa zijn twee rijen naast elkaar, met anderhalve meter strepen ervoor op de grond, maar tussen de rijen maar een halve. Ik ben blij als ik de winkel weer uit ben.

Ik ga kijken of de fiets van H. er nog staat, maar op het pleintje voor de Appie is het druk. Mensen houden elkaar in de gaten en slalommen zorgvuldig om elkaar heen. Sommigen hebben een ander anderhalve meter gevoel dan ik en komen dichter bij dan me lief is. En ineens overvalt me een gevoel van treurigheid. Al die mensen die elkaar zien als een mogelijke bron van gevaar! Dat is toch niet zoals het hoort te zijn. Dat is toch niet normaal. Ik duw mijn fiets van het pleintje, stap op en rij het centrum uit. Daar haal ik diep adem en fiets dan met een omweg naar huis. Hoe lang gaat dit nog duren?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...