zaterdag 4 december 2021

Ons lieve heer op solder

In mijn thuiskantoor zit ik een geluidsbestand te bewerken. Een reportage die ‘mijn’ blinde freelance medewerker P. heeft gemaakt in het Amsterdamse museum ‘Ons lieve heer op solder’. Ze ging erheen om de speciale audiotour voor blinden en slechtzienden uit te proberen en werd rondgeleid door iemand van het museum.

Ik hoor P. de grote maquette bewonderen waar ze kan voelen hoe het grote herenhuis in elkaar zit waarin het museum gevestigd is. Daarna begint de tour langs allerlei gangetjes en kamers, over krakende trappen, naar boven waar in het gebouw een complete katholieke kerk is gemaakt. Over de breedte van twee panden en de hoogte van drie verdiepingen.

Een rondleiding die heel wat minuten aan audio heeft opgeleverd. Het is míjn taak om er een compacte reportage van te maken van een minuut of elf. Een flinke klus, maar ik vind het leuk werk. Terwijl ik zit te luisteren, zie ik het museum voor me, want ik ben er nog niet zo lang geleden samen met mijn dochter E. geweest.

Ik kijk uit het raam naar buiten, waar het al de hele middag druilt. Net als toen E. en ik samen in Amsterdam waren. Ik denk aan hoe we na de rondleiding in het museum vlakbij de uitgang bleven staan. E. in het portiek, waar ze telefonisch iets moest oplossen wat op haar werk mis dreigde te gaan. Ik een paar meter verderop, onder een grote paraplu.

Er kwamen twee mannen langs. De ene liep achter een rollator. Hij had vuile, kapotte kleren aan, een baard en onverzorgd, vettig haar. Een beetje pesterig zei hij tegen me:
‘Sta je daar lekker onder je parapluutje?’
‘Ja hoor,’ zei ik, ‘ik sta hier prima.’
Misschien had hij verwacht dat ik hem zou negeren. Hij stond stil en begon te mopperen over zijn toestand. Dat hij zo moeilijk liep, achter die rollator, omdat ie in het ziekenhuis had gelegen met een gebroken heup.
‘Ze hebben er een stuk ijzer in gedaan,’ zei hij, ‘Van dat – hoe heet het – chirurgisch staal.’
Ik knikte: ‘Dat ken ik, ik heb ook zoiets in m’n heup.’

Nu keek hij me geïnteresseerd aan.
‘O ja? En hoelang duurde het dan voordat je helemaal gerevalideerd was?’
Ik vertelde hem dat dat toch zéker wel een half jaar geduurd had en hij knikte somber.
‘Dat hebben ze me in het ziekenhuis ook verteld.’
In het portiek was E. klaar met haar gesprek. Ze kwam naar me toe. Ik wenste de rollatorman sterkte en draaide me naar E. Ze lachte:
‘Zo, heb je vrienden gemaakt?’

Ik zit te glimlachen naar de regen achter het raam en concentreer me weer op m’n werk. Terug naar ‘Ons lieve heer op solder.’ Het wordt een mooie reportage.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...