zaterdag 26 maart 2022

Regels of geen regels

Zondag 20 maart.
Best een tijd geleden dat ik met de trein ging. Veel coronaregels zijn afgeschaft, maar mondkapjes in het OV moeten nog even. Lastig als je een leesbril nodig hebt, maar qua veilig-gevoel vind ik het toch wel prettig, want het is erg druk. Ik zit aan het raam en mijn tas staat op de stoel naast me. Maar al gauw maakt er iemand aanstalten om op die plek te gaan zitten en trek ik de tas op m’n schoot.

Het is een vrouw die, zonder me aan te kijken, al mompelend gaat zitten, terwijl de grote tas die ze aan haar schouder heeft half op mijn schoot terecht komt. Ze is zich onhandig aan het installeren, jas uit, uiteindelijk wordt de tas binnengehaald en zit ze blijkbaar goed. Het mondkapje dat ze op heeft, laat haar neus vrij, wat ik niet echt fijn vindt, want ze is onophoudelijk aan het kuchen en haalt af en toe haar neus op.

Ik probeer het te negeren en wijd me aan de sudoku waar ik mee bezig was. Na een paar minuten kijkt de vrouw opzij en zegt tegen me: ‘Oh, u bent een sudoku aan het maken…. U bent er goed in zo te zien.’  Ik vraag me af waar ze dat aan denkt te zien, want het schiet niet erg op. Ik zegt iets vaags beleefds terug en blijf puzzelen.

‘Oh, wat is onrustig,’ hoor ik de vrouw tussen het kuchen en keelschrapen door. Dan wendt ze zich weer tot mij: ‘Is het nou eigenlijk nog verplicht, zo’n mondkapje?’ Ik weet het niet helemaal zeker, maar zeg dat het volgens mij binnenkort wordt afgeschaft, maar nu nog niet.  ‘Sja, ik doe het maar wel,’ zegt ze, ‘er zitten zó veel mensen in de trein!’ En ze trekt het kapje zowaar over haar neus.
In een coupé verderop is een groepje mannen vrolijk aan het praten. Af en toe klinkt er een lachsalvo. ‘Uche uche onrustig zeg,’ klinkt het naast me. Ze haalt nog eens haar neus op en dan staat ze ineens op. ‘Ik ga kijken of ik een rustigere plek kan vinden,’ zegt ze, ‘Daag,’ en ze verdwijnt naar een andere coupé. Ik vind het helemaal niet erg.

Even later zijn we bij het volgende station en komen er nieuwe mensen binnen. Een man die een coupé verderop gaat zitten, roept iets over mondkapjes en afschaffen en onzin. Zonder mondkapje neemt hij plaats. Nog geen vijf minuten later klinkt over de intercom: ‘Beste reizigers, denk eraan dat mondkapjes verplicht zijn. De boete voor reizen zonder mondkapje bedraagt 95 euro.’ Ik zie de kapjesloze man een klein beetje schrikken, denk ik. Maar hij heeft zo’n ding blijkbaar niet bij zich.
Niet veel later komt er een conducteur langs en ik ben benieuwd wat er gaat gebeuren. ‘Plaatsbewijzen alstublieft. Goedemorgen. Ja, dank u wel, goede reis verder,’ Bij elke coupé dezelfde woorden. ‘Dank u wel, dank u wel, goede reis,’ De man komt bij de coupé met de man zonder mondkapje. Hij bekijkt de chipkaart, kijkt de man vluchtig aan en gaat door naar de volgende passagier.

Nou jaaa… Ik merk dat ik verontwaardigd ben. Waarom? Zouden die mondkapjes nou echt zoveel verschil maken? Misschien niet, maar als er nét omgeroepen is dat geen kapje 95 euro boete betekent, en vervolgens blijkt er niet gereageerd te worden als iemand er geen draagt, dan vind ik dat toch raar. Ik ben blij als ik op m’n bestemming ben en uit kan stappen. Ik ben ook wel klaar met de coronaregels, maar met z’n allen bij elkaar in een kleine ruimte voelt nog steeds onveilig. Corona is echt nog niet weg, al worden alle beperkingen straks afgeschaft.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

To test or not to test

Eén streepje. Geen corona dus. Voor de vierde keer deze week gooi ik na een negatieve test een pakketje afval in de prullenbak. Oké, het zij...