zondag 4 mei 2014

Vechtende futen

aanlegplaats boot
Het is 4 mei, dodenherdenkingsdag, maar het water is juist vol leven. Voor het eerst in lange tijd varen we in de kano vanaf onze kleine steiger door de vaarten en slootjes in de wijk. Al na een paar meter zien we de eerste familie meerkoet. De twee jongen nog klein, met de kenmerkende rode koppies. De meerkoet-ouders steken hun kleintjes liefdevolle snaveltjes prut toe en maken boze scharnier-geluiden naar onze passerende boot.  
Als we verderop het Ganzeneiland ronden, zien we onder een waterterras op palen een futennest. Moeder fuut zit er op te broeden en als we er langs varen, staat ze juist op om met haar snavel de eieren onder haar buik wat te verschikken. We zien in een flits vijf mooie eitjes in het nest liggen. 
Het Ganzeneiland doet z’n naam eer aan. Aan de overkant klimmen drie, vier, vijf ganzengezinnen de wal op. Elk met minstens vier jongen. Een grote troep donzige, grijze kuikens met daartussen de volwassen ganzen die waakzaam om zich heen kijken. Kom maar jongens, lekker grazen. Een zesde koppel met jongen haast zich ook nog naar het feest. H. kijkt misprijzend naar het gekrioel op het gras. Hij associeert ganzen met overlast voor de boeren. Maar ik vind het leuk om naar die vrolijke ganzencommune te kijken. 
fuut met jong op de rug
Als we het eiland achter ons hebben gelaten, zien we weer een fuut. Met een jong op haar rug. Het gestreepte kopje op de lange nek strekt zich nieuwsgierig naar alle kanten. Heel voorzichtig drijven we langs, terwijl H. z’n fototoestel pakt. Normaal zou de fuut al lang onder gedoken zijn, maar met het kleintje op haar rug blijft ze ons alleen maar argwanend aankijken. 

We gaan een smal slootje in en verdwijnen tussen het riet. Voor de haag van hoge, verdroogde rietstengels groeit een lagere rand nieuw, groen riet. Een mooi decor voor toefjes watermunt, boterbloemen en andere bloeiers. Als je oplet, zie je op veel plaatsen nesten met of zonder broedende meerkoeten. Eenden met hele ritsen kuikentjes duiken de kant in als we er aan komen. Een achtergebleven donsbolletje rent in paniek over het water achter z’n moeder en broertjes aan. Het ziet er zo grappig uit dat we allebei in de lach schieten. 
Als we weer op een breder stuk water zijn, zien we het begin van een gezinsdrama. Drie futen met één jong zwemmen om elkaar heen. Twee van hen liggen snavel aan snavel tegenover elkaar. Er klinkt een dreigend keelgeluid en het jong piept onophoudelijk. We stoppen met roeien om te zien wat er verder gebeurt. Even later barst een gevecht los. De twee futen happen naar elkaars snavel en verdwijnen met klapperende vleugels onder water om verderop vechtend weer boven te komen. Weer gaan ze onder. Deze keer floepen ze los van elkaar naar boven, vlak bij een meerkoet, die zich er ook even venijnig mee bemoeit. Na een derde duik is het gevecht beslist. Eén fuut druipt af. We zien hem in de verte nog maar nauwelijks boven water uit komen. Zou hij gewond zijn? De ander legt z’n kop teder tegen de kop van fuut nummer drie. Tegenover elkaar met hun snavels naar beneden en hun halzen gekromd, maken ze een hart. Alleen het vioolmuziekje ontbreekt. 
We varen verder. De natuur is ook niet altijd even vreedzaam. Maar wel mooi. Op deze dodenherdenkingsdag in het vroege voorjaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...