vrijdag 12 december 2014

Interview met een breinonderzoeker

Aan het eind van het Jaar van het Brein maken we op de valreep een Brein-special: een cd vol wetenswaardigheden over het brein in relatie tot onze doelgroep: blinden en slechtzienden. Mijn collega’s verzamelen materiaal uit kranten, tijdschriften en van internet en zoeken geschikte kandidaten voor aanvullende interviews. Mijn taak is het om Professor Kupers te interviewen, een neurowetenschapper die onderzoek doet naar de hersenen van blinde proefpersonen. Hij woont en werkt in Kopenhagen, maar zal in november een weekend in Maastricht zijn, waar ik hem kan spreken.

Na de toezegging blijft het lang stil. Ik krijg de professor pas te pakken vlak voordat hij naar Nederland komt en de afspraak komt op zondag terecht. Dan heeft hij tijd. Op zaterdagavond bekijk ik nog even mijn mail en zie een berichtje van Professor Kupers, dat zijn programma veranderd is. Hij moet op zondag met twee blinde Deensen een rondje Maastricht doen. Maar misschien kan ik hem tijdens de lunch interviewen? Of anders daarna op de Universiteit.

Zo komt het dat ik op zondag 23 november om half 12 over het Vrijthof wandel, op weg naar een kop koffie. Er staat een kermis op het Vrijthof, omringd door hoge hekken. Van het mooie plein is daardoor erg weinig te zien. Vanaf de gezellige terrasjes zie je niet de Sint Janskerk, maar rommelige hekken en daar bovenuit een reuzenrad. Ik zoek een plekje in de zon (ja, deze 23e november is een prachtige dag) en tegen twaalven bel ik het telefoonnummer dat ik heb gekregen. De professor en zijn blinde dames zijn vlakbij. Ze komen naar me toe.
Het kan niet missen. Een kleine, kalende man met aan elke kant een jonge vrouw met witte stok; en dan nog een gids die ze de stad door heeft geleid. We schudden handen en stellen ons aan elkaar voor. De gids verlaat het groepje en wij zoeken een plek waar we rustig kunnen lunchen.

Ik heb een reliëfkaart van het brein meegenomen voor Professor Kupers, die ik meteen te voorschijn haal en op tafel leg. Het is een kleurige, schematische afbeelding van de menselijke hersenen waar overheen een doorzichtig vel hard plastic, met dezelfde afbeelding in reliëf. De vrouwen gaan om de beurt met hun vingers over de plaat. Ze vertellen dat in Denemarken reliëfafbeeldingen bij studiemateriaal op een andere manier gemaakt zijn. Op swell paper, papier waarop bij verhitting getekende lijnen omhoog komen. 


We hebben een geanimeerd gesprek over aanpassingen van studiemateriaal en de problemen die daar bij komen kijken (ook in Denemarken leveren opleidingen hun boekenlijsten vaak erg laat aan) en intussen worden er broodjes gebracht en leren de Deensen de Hollandse Kroket kennen.

Dan is het ineens hoog tijd dat we opstappen, want de dames proefpersonen worden op de Universiteit verwacht voor een hersenscan. De tocht naar de parkeergarage over ongelijke keitjes en langs sluipweggetjes tussen hekken door valt niet mee. Ik loop met één van de vrouwen aan de arm mee tot de auto en zij vertrekken haastig om nog op tijd te komen. Ik kom wat later bij de Universiteit aan.

Het gloednieuwe gebouw van Brains Unlimited is uitgestorven. Professor Kupers wijst me een hoek met zitjes waar we het interview kunnen doen. Hij heeft nu alle tijd, want voor het onderzoek van vandaag hoeft hij alleen in de buurt te zijn voor mogelijke problemen. Uitgebreid beantwoordt hij al mijn vragen. Hij houdt zich bezig met dat deel van de hersenen dat mensen gebruiken bij het kijken: de visuele cortex. Het is een groot stuk van het brein en Kupers wil weten wat daar gebeurt als iemand níet ziet. Wordt het dan voor iets anders gebruikt? Intussen is wel duidelijk dat de visuele cortex van een blind persoon ingezet wordt voor andere dingen. Voelen bijvoorbeeld (braille lezen) en ruiken. Maar er valt nog véél meer aan te onderzoeken.


Met ruim een uur aan materiaal ga ik later op de middag de deur uit. Het wordt nog een hele klus om daar een interview van 12 minuten van over te houden, maar dat gaat wel lukken. Ik zet de autoradio aan en rij door het zonnetje naar huis. Werken op zondag moet geen gewoonte worden, maar voor een keertje vind ik het op deze manier helemaal niet erg.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...