zaterdag 27 december 2014

Hondjes en paarden

Mijn broer en schoonzus komen Tweede Kerstdag bij ons. Met twee kinderen en drie honden.
"Ik zal een dekentje voor ze neerleggen", zei ik toen mijn broer de hondjes aankondigde.
"Oh, een zakdoek is ook wel groot genoeg", grinnikte hij toen; het is een chihuahua moeder met twee jonkies.
Als het hele stel binnenkomt, draait alles meteen om de hondjes. Ze hollen in het rond, tikkend met hun nageltjes op ons gladde laminaat, maar al gauw vinden ze het tapijt in de zithoek. Ze wroeten er enthousiast met hun snoetjes in rond. Waarschijnlijk denken ze dat het een vreemd soort gras is.
We drinken thee, eten toastjes met paling en praten bij terwijl de hondjes van de een naar de ander springen en door iedereen geaaid en geknuffeld worden.

Na een uurtje besluiten we even naar buiten te gaan. Het is na een week miezeren eindelijk een heldere, droge dag en we gaan met z'n allen naar de uiterwaarden. Daar zitten na vijf minuten alle schoenen en laarzen onder de modder, maar dat houdt ons niet tegen. Vanaf de dijk struinen we naar de Waal. Bij het water zien we een paard lopen en nog een. Tegen de tijd dat we bijna bij het eerste waalstrandje zijn, komt ons een hele kudde tegemoet.

"Doen ze niks?" vraagt m'n neefje een beetje angstig en voor alle zekerheid kruipt hij weg achter een boomstronk. De voorste paardjes lopen ons voorbij, maar als er één nieuwsgierig aan de jas van mijn schoonzus snuffelt, blijven er meer staan. Ineens zijn we omringd door de ruige Konikpaardjes. Hun dikke, pluizige vacht zit vol klittenbollen, waardoor ze er nogal mottig uitzien. Van achter zijn boomstronk kijkt mijn neefje toe hoe zijn moeder en zus de zachte, bruine paardenneuzen aaien.
Als ik een portretfoto van een van de paardjes probeer te maken, duwt m'n fotomodel z'n neus tegen mijn telefoon. Een ander knabbelt aan mijn jas. Na een tijdje lopen de dieren weg achter de kudde aan, die van de rivier af loopt terwijl wij daar juist naar toe willen
De hondjes, die veilig opgetild waren om ze te beschermen tegen blubber en paarden, worden op het gladde, natte zand van het waalstrand gezet. Hier kunnen ze zelf rondlopen, terwijl de mensen platte stenen zoeken om over het water te keilen. De beste worp stuitert wel acht keer.
Als we het koud krijgen, zompen we dwars door een drassige grasvlakte terug naar de dijk. Daar stampen we de ergste kluiten van onze voeten en een kwartier later staan alle modderschoenen op een rijtje in de schuur. Tijd om de laatste hand te leggen aan een maaltijd met heel veel lekkere hapjes.
Terwijl we eten, rollen de hondjes over elkaar heen op ons grasveld-tapijt. Ze vermaken zich prima, en wij ook. Een beestachtig gezellige Tweede Kerstdag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...