zaterdag 23 mei 2015

Speurtocht naar een kamer

 Vandaag had ik een afspraak met een professor aan de Rijks Universiteit Groningen voor een interview over de biologische klok van mens en dier. Zijn kamer is in de Linneausborg, een tamelijk spectaculair gebouw. Het is van een opvallende, blauwgroene kleur en gebouwd in een zigzagvorm. Het middengedeelte rust op palen en er loopt een weg onderdoor. Aan de ene kant van dit lange brug-deel maakt het gebouw een scherpe knik naar voren en aan de andere kant naar achteren. Beide kanten lopen naar beneden af tot op de grond, zodat je op het dak kunt kijken, dat begroeid is met groene en oranje sedum. Ik vind het er mooi uitzien.
 
In een mail schreef de professor me dat zijn kamer een beetje lastig te vinden was. Daarom beschreef hij nauwgezet hoe ik er moest komen: eerst met de lift naast de receptie naar de vijfde verdieping. Dan het hele gebouw door naar de lift aan de andere kant. Met die lift terug naar de derde verdieping, om de vide heen en daar is de bewuste kamer.

Met de beschrijving in mijn hand vind ik de kamer en meld me netjes op de afgesproken tijd. Ik vraag of er ergens in het gebouw een obstakel is of een storing waardoor deze vreemde omweg met twee liften nodig is, maar hij legt uit dat het gebouw zo in elkaar zit, dat je vanaf de hoofdingang simpelweg niet in één keer met de lift naar deze plek op de derde verdieping kunt komen. Er is weliswaar nog een andere ingang, maar daar kun je om veiligheidsredenen alleen met een pasje naar binnen.

 Als ik na ons gesprek weer naar huis rijd, denk ik na over het vreemde gebouw en vraag me af of de architect van zoiets behalve met vormgeving ook bezig is met de gebruiksvriendelijkheid. Weer thuis zoek ik de Linneausborg op op internet en vind de volgende trotse beschrijving van het verantwoordelijke architectenbureau
 
“Het is in de eerste plaats een functioneel en efficiënt resultaat van het samenbrengen en ruimtelijk verbinden van drie verschillende onderzoeks sferen: Dierenbiologie, plantenbiologie en micro- en biotechnologie.”

Ja dus, er is wel degelijk nagedacht over de functionaliteit. In een verklarend artikel van de architect gaat het over interactie, dynamiek, flexibiliteit en zichtlijnen. Dat is dan wel een ander niveau dan binnenkomen en de plek vinden waar je moet wezen. Maar dan zijn dan ook wel erg aardse dingen voor een bevlogen architect om zich mee bezig te houden

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...