zondag 1 november 2015

Halloween


Hij ziet er uit als een halve edammer kaas, maar het is de helft van een pompoen. Ik heb hem gekocht aan een kraampje langs de weg, waar je gewoon het geld in een blikje kon gooien en een pompoen uitzoeken. Kleintjes voor vijftig cent en de grootste voor twee euro. Ik hou van dat vertrouwen en betaal netjes de prijs die op het geschreven karton staat dat aan het kraampje hangt.
Helaas valt ie een beetje tegen. Niet dat de pompoen niet goed is, maar deze gele jongen heeft gewoon wat minder smaak dan de traditionele oranje soortgenoten die je nu overal met halloween-gezichten ziet liggen. Hij is net iets wateriger. Daar kwamen we achter toen we soep van de eerste helft maakten. Nu zijn we gewaarschuwd en maken de tweede lichting wat pittiger.

In de schuur ligt al weer een oranje exemplaar. Die roosteren we volgende week in de oven. Ondanks de halloweengezichten op de groenteafdeling zijn we bij het boodschappen doen vergeten om snoep mee te nemen. Ik was het van plan, voor alle zekerheid, hoewel er vorig jaar geen kinderen aan de deur kwamen op 31 oktober.  Als ik er achter kom dat we niets in huis hebben om aan de deur uit te delen, haal ik m’n schouders op. De meeste kinderen in onze buurt zijn net iets te groot om verkleed langs de deuren te gaan en om snoep te bedelen.
We zijn net klaar met de afwas als de bel gaat. Buiten klinkt in de verte gegil en gelach. We kijken elkaar aan. Opendoen? En dan zeggen dat we vergeten zijn om snoep te kopen? Dat is teleurstellender dan gewoon niet te reageren op de bel. We besluiten tot het laatste. Na een paar minuten gluur ik onder de luxaflex door. Niemand bij de voordeur. Ik doe de luxaflex nog wat strakker dicht en het licht in de keuken uit.

Als kind deed ik niet aan Halloween, maar we liepen wel Sint Maarten op elf november. Verkleed en met lampions met echte kaarsjes erin. Soms, als het hard waaide, ging er zo’n lampion in de fik. Dat maakte het extra spannend. Ik woonde in een dorp en je wist ongeveer wat je bij welk huis kon verwachten. Hier zijn ze gul met snoep, hier krijg je alleen een gezond appeltje en dáár kun je beter niet aanbellen want dan komt er iemand met een groot mes achter je aan. (Zeiden ze. Ik hoorde niet bij de dapperen die zoiets uit durven te proberen)
Ik baal ervan dat we het snoep vergeten zijn. Liever zou ik hebben dat onze deur bekend staat als de plek waar je iets lekkers kunt verwachten. Of iets leuks, zoals een paar jaar geleden; toen kwam er een groepje aan de deur dat brutaal in koor riep: “Snoep of je onderbroek!” H. deed de deur snel wijd open, riep: “Dan maar mijn onderbroek!” en deed net of hij die uit wou gaan trekken. Dat leverde een hoop gegil en gegiechel op.

Volgend jaar zorg ik dat er iets in huis is om uit te delen. Zul je zien dat er dan weer niemand op het idee komt om bij ons aan te bellen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...