dinsdag 12 december 2017

Vroeg op

Het is nog donker als ik aanbel bij m’n Syrische taalmaatje en vriendin N. Even voor zevenen in de ochtend. Ze doet meteen open. Op pantoffeltjes, in haar dikke badjas met tijgerprint, een wollige hoofddoek om, haar zwangere buik ver vooruit stekend. Achter haar staat haar man H. Ze begroeten me blij en lopen voor me uit naar de kamer.
Binnen zitten de kinderen op de bank voor de televisie. Jassen aan, schoenen aan, rechtop naast elkaar. Ze zien er een beetje slaperig en onwennig uit.
“Wil je koffie?” vraagt H., maar het is me nog te vroeg voor koffie.
“Thee misschien?”
“Ja, lekker.”

Ze lopen allebei ongedurig heen en weer tot de bel weer gaat. Daar is de vriendin die ze naar Nijmegen zal brengen. Koffertje mee…
“Heb je niets anders voor aan je voeten?”
De pantoffeltjes worden ingeruild voor laarzen. De kinderen worden allebei drie keer geknuffeld en ik krijg ook een knuffel. Ik zie N. een traantje wegpinken maar ze lacht dapper, roept nog een keer dag en dan gaan ze. Met de auto naar het ziekenhuis, waar de baby met een keizersnee geboren zal worden.

Daar zitten we dan op de bank. Een tijdje zitten de twee kleine kinderen zwijgend naar de televisie te kijken. Dan komt het meisje naar me toe met een speelbeestje dat ze over mijn handen laat lopen. De jongen zapt heen en weer op zoek naar iets leuks op TV. Ik praat een beetje tegen ze. Dat vandaag hun zusje geboren wordt. Spannend hè, en of in hun rugtasjes eten zit, en fruit en een beker. Dat we straks naar school gaan lopen door de sneeuw. Ze geven netjes antwoord, maar blijven wat stilletjes. Het is ook wel vreemd allemaal.

Om kwart voor acht vraag ik of er nog iemand plassen moet, want we gaan naar school. Ze komen meteen in beweging. De TV gaat uit, de rugzakjes om en terwijl ik in de gang mijn schoenen aantrek, worden netjes alle lichten uitgeknipt. Het is een flink eind lopen naar de school. A. wijst vastberaden welke kant we op moeten; over het brede fietspad. Het is niet de kortste route, maar ik laat hem de weg maar bepalen.

Terwijl we door de sneeuw lopen, komen ze los. D. houdt mijn hand vast en vertelt van alles in een mix van Nederlands en Arabisch. A. schopt brokken sneeuw kapot en wordt een beetje baldadig. Ik vraag hem of hij net als zijn zusje twee juffen heeft, en hij roept: “nee, zes juffen.”
Dan zijn we bij de school. Ik loop met ze mee naar binnen en lever ze bij hun klas af. 

Een half uur later ben ik thuis en begin ik aan een gewone werkdag thuis. Nou ja, gewoon… halverwege de middag krijg ik een fotootje toegestuurd van een gaaf, rond babykoppie op een roze dekentje.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

To test or not to test

Eén streepje. Geen corona dus. Voor de vierde keer deze week gooi ik na een negatieve test een pakketje afval in de prullenbak. Oké, het zij...