zaterdag 2 december 2017

Van schaap naar vest

Half april was het, toen ik met een vuilniszak vol zwarte wol thuiskwam. Onbewerkt, ongewassen, sterk ruikend naar schaap en een beetje naar schapenmest. Ik haalde m’n spinnewiel uit z’n stofhoekje en begon opgewekt met mijn project vest.
Een project dat geen haast had, de winter was nog ver en er zijn altijd nog zoveel andere dingen die je wilt en moet doen. Maar tussen de bedrijven door veranderde steeds meer ruwe wol in draad. 

Eerst een enkele, dunne draad, dan twee daarvan in elkaar gedraaid (getwijnd) tot een dubbele draad. (Weet je dat je van de lanoline die in schapenwol zit, heel zachte handen krijgt?)
In september had ik vijf strengen klaar. Die gingen uitgebreid in bad. Wassen en spoelen, wassen en spoelen, tot de hevige schapengeur er zo goed mogelijk uit is.

Toen ze droog waren, maakte ik er bollen van.

Ik wist hoe het vest er uit moest zien, maar moest een paar keer een stuk overdoen, omdat een achterpand toch te smal uitviel, omdat de kop van een mouw toch minder schuin moest lopen. Vijf strengen wol bleken nét niet genoeg en weer moest er gesponnen worden. En toen… was ie helemaal klaar. Nog één keer wassen, rits erin zetten en voila: net nu het er buiten echt winters begint uit te zien, met rijp in de tuin en dichte autoruiten, is project vest afgerond.
 
In arbeidsuren is ie onbetaalbaar, maar als bijproduct van een hobby is het een cadeautje. En ik ben er best trots op.

1 opmerking:

To test or not to test

Eén streepje. Geen corona dus. Voor de vierde keer deze week gooi ik na een negatieve test een pakketje afval in de prullenbak. Oké, het zij...