vrijdag 3 januari 2020

Strijp S. en Piet Hein Eek

De laatste vrijdag van de kerstvakantie gaan we naar Eindhoven. Strijp S. schijnt leuk te zijn. De wijk waar de voormalige Philipsfabriek is omgebouwd tot een verzameling kleine winkeltjes, bedrijfjes, restaurants en plekken waar je dingen kunt doen of bekijken. We parkeren de auto in een straatje tussen Strijp S. en het Piet Hein Eek restaurant, waar we eerst koffie gaan drinken.

H. wil daarna graag naar de Piet Hein Eek fabriek/werkplaats/winkel ernaast. Ik ben niet meteen enthousiast, want de sloophout meubelen van die man heb ik nou wel een beetje gezien. Tafeltjes en stoeltjes van ouwe planken met restjes afgeschuurde verf. Je ziet ze al dertig jaar te pas en te onpas te koop of op terrasjes. Van echt hout of, heel lelijk, van plastic met een nephout-motief. Maar als we er toch even binnen gaan, blijkt het anders te zijn dan ik dacht. Piet Hein Eek heeft ook veel subtielere meubels van resthout ontworpen. En heel andere dingen, zoals aardewerk, kandelaars en lampen van oude fabrieksbuizen, enorme leeszaaltafels van een plak boomstam, tassen van afdekzeil dat ooit op vrachtwagens zat …  Eigenlijk ben ik erg vóór dat hergebruik van allerlei materialen. We lopen een hele tijd rond in het grote gebouw. De prijzen van al deze design-spullen zijn om steil van achterover te slaan, maar we hoeven niets te kopen, dus dat maakt niet uit.

Tegen de tijd dat we echt naar Strijp S. gaan, is het al halverwege de middag. Met opgestoken paraplu’s lopen we door de druilregen naar het klokgebouw met bovenop het Philips logo. Daar moet het ongeveer zijn. Door een paar grote ramen met ruitjesgaas ervoor zien we een indoor skatebaan. Om de hoek is een metalen deur waardoor we naar binnen kunnen en dan naar boven. Van daar af kun je zien hoe beneden de skaters en rolschaatsers hun kunsten doen. Verderop is het nog leuker, daar wordt met stepjes en fietsen gestunt. We kijken een tijd hoe jongens en soms een meisje zich op hun fietsjes naar beneden storten, verderop tegen een helling op rijden, op een achterwiel draaien en terug naar beneden zoeven. In een hoek staat een grote bak met blokken schuimrubber aan het eind van een helling. Jongens proberen er salto’s uit waarna ze met fiets en al in het schuimrubber verdwijnen en er dan met moeite weer uit klauteren.

In een ander gebouw is een enorme hoeveelheid piepkleine winkeltjes onder één dak. We dwalen van het een naar het ander. Kleding, sieraden, kinderboeken, serviesgoed, materialen voor graffiti, zeep, sokken. Hele mooie sokken, met Perzisch-tapijt-motieven. Ik koop er een paar van een Engels sprekend meisje. Ik vraag haar of ze helemaal geen Nederlands spreekt en ze vertelt dat ze het best wil leren, maar het is moeilijk, want iedereen hier spreekt Engels met haar. En het valt ook niet mee om een goede lesmethode te vinden. Ik wens haar succes. Na een tijd hebben we genoeg van alle winkeltjes. We gaan nog iets drinken en dan wandelen we, nog steeds door de regen, langzamerhand terug naar de auto.

Onderweg naar huis evalueren we de dag. Strijp S. is best oké, maar waarschijnlijk toch veel gezelliger in de zomer. En het leukst van de dag was toch eigenlijk wel alles van Piet Hein Eek. Nou ja, alles behalve de prijskaartjes dan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...