zondag 26 juli 2020

Een afscheid


Van de drie bloemenwinkels in het winkelcentrum zijn er twee gesloten wegens vakantie. In de derde zaak kijk ik een tijdje rond maar er zijn maar een paar bloemstukken en die zijn óf heel klein óf helemaal wit. En op de rouwkaart stond juist dat ze van kleurige bloemen hield. Daarom loop ik op zondagmorgen om acht uur in de tuin en knip bloemen om dan zelf maar een fleurig bloemstukje te maken. 

We gaan afscheid nemen van de schoonmoeder van mijn broer. Of eigenlijk gaan we hem en z’n gezin condoleren. Want de overledene kenden we natuurlijk wel, maar nou ook weer niet heel goed. In het kleine uitvaartcentrum waar ze ligt, zit mijn schoonzus te praten met een collega die ook kwam condoleren. Ze vertelt over de laatste wensen van haar moeder en dat ze altijd erg duidelijk was.
“Je hoefde je bij haar nooit af te vragen wat ze bedoelde, want ze was heel direct.”
“Een beetje té direct soms,” mompelt neef M. met een lachje en iedereen lacht mee.

Oma woonde met het gezin onder één dak. Ze had haar eigen gedeelte in de woning, maar de kinderen van m’n broer kwamen dagelijks bij haar over de vloer. Ze zullen haar dan ook erg missen. Maar tegelijk is het een opluchting dat ze nu dood is, want haar laatste dagen waren een akelige worsteling.

We hebben onze bloemen bij de kleurige bloemenzee op de kist gezet, krijgen koffie en praten. Over hoe het de laatste weken ging. Hoe ziek oma was (ze had kanker) maar toch aarzelde ze telkens over de mogelijkheid van euthanasie. Uiteindelijk is ze zelf overleden, met al haar geliefden om zich heen.
Mijn schoonzusje zucht. Ze zal haar moeder missen. 

“Maar nu krijg ik wel mijn leven terug.”
Ze vertelt hoe ze het afgelopen jaar op de klok leefde. Om de paar uur moest er sondevoeding of medicijn worden toegediend. ’s Nachts sliep ze licht omdat er vaak iets aan de hand was waarvoor ze even naar haar moeder moest. Vooral de laatste weken waren erg zwaar geweest, want oma kon eigenlijk niets meer zelf. 

Ze hoeft nergens spijt van te hebben, mijn schoonzus. Terwijl veel ouderen in dit corona-tijdperk weg zaten te kwijnen in eenzaamheid, werd oma B. met zorg omgeven en had ze mensen om zich heen als ze daar behoefte aan had. Ik heb er veel respect voor. Denk niet dat ik dat had kunnen volhouden, maar zij deed het gewoon. Als er iemand een applaus verdient voor het verlenen van zorg, is zij het wel. Maar nu is het over. Ze heeft haar leven terug, maar het zal wel even wennen zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...