zondag 12 juli 2020

Stapstenen pad

Zo blij als ik was dat het na een hete, droge periode ging regenen, zo blij ben ik nu met een zonnige zondag. Alles in de tuin is door al dat vocht enthousiast gaan groeien. De hortensia is prachtig, de phlox knalt er vrolijk roze uit en overal staan gele toortsen en hertshooi.

Maar al die nattigheid van de afgelopen tijd heeft ook z’n nadelen. Alle bloeiende planten langs het stapstenen pad zijn door de regen zo zwaar geworden dat er heel wat bloeiende stengels languit over de stenen zijn gaan liggen. En de slakken hebben de tijd van hun leven. De grote, gele bloemen van m’n (spontaan opgekomen) courgette – het kan ook een komkommerplant of een pompoen zijn - verdwijnen ’s nachts spoorloos. Waarbij de dieven een glinsterend slijmspoor achterlaten.

Vandaag schijnt de zon. Samen met H. loop ik de tuin door om te bekijken wat de meest noodzakelijke klussen zijn. Het pad vrijmaken, de pispotjes (haagwinde) wegtrekken die alles aan elkaar weven en de woeste, stekelige acantus flink terugknippen. We beginnen ieder aan een kant van het rondlopende pad.

Ik zit op m’n hurken te knippen. Als een koempel in de Limburgse kolenmijnen, weet ik sinds kort. Die zaten altijd op hun hurken omdat ze dat gewend waren, door het werken in lage gangen. Maar ik zit in de buitenlucht. In het veldje zeepkruid naast me zoemt het en krioelt het van de bijen. Ik vind het een vrolijk geluid. Het mag dan slecht gaan met de bijenpopulatie in Nederland, daar hebben deze beestjes geen benul van.

Na anderhalf uur hebben we allebei ons deel van het pad weer begaanbaar. Tijd voor een pauze. Tevreden bekijken we elkaars werk. Er moet nog veel meer gedaan worden, maar eerst gaan we een tijdje op het terras zitten genieten van deze afgeronde klus. De rest komt later wel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...