vrijdag 13 augustus 2021

Tien vrouwen

Al bij het hek aan de weg staat een vrijwilligster met een geel hesje om ons de ingang te wijzen van de Melkfabriek in Arnhem. H. wil de toegangskaartjes al opdiepen uit z’n rugtas, maar de vrouw zegt lachend dat dat hier nog niet hoeft.
‘Anders hebben m’n collega’s verderop niks meer te doen.’
Buiten het grote, oude fabrieksgebouw staat rechts een tafel met aan beide korte kanten iemand in een geel vrijwilligershesje. Aan de linkerkant staat een groep mensen, allemaal in het wit gekleed. Er stijgen een paar saxofoonklanken op.

Wij gaan naar rechts, waar we nu wél de kaartjes moeten laten zien en dan door een enorme, lege hal wandelen, waarna we in een nog grotere ruimte komen die voor de helft met stoelen is gevuld. Op ruime afstand van elkaar, zodat we op de vijfde rij oneindig ver van de lege helft af zitten, waar straks de voorstelling zal zijn.
Gekleurd licht geeft de fabriekshal een wonderlijke uitstraling.

Niet veel later komen een voor een de wit geklede jonge vrouwen binnen die we eerder bij de ingang zagen. Ze verspreiden zich, zetten her en der hun muziekstandaard neer en na een tijdje klinkt er heel zacht een gezongen toon, waar zich andere tonen bijvoegen, tot een kluwen van dissonante klanken de ruimte vult. Steeds luider. En ineens zit er stiekem een saxofoon doorheen die overal bovenuit stijgt.

‘Ik droomde dat ik langzaam leefde,
Langzamer dan de oudste steen’
Het gedicht ‘Tijd’ van Vasalis zet de toon en komt later afrondend terug…

Saxofoniste Kika Sprangers speelt samen met negen zangeressen de voorstelling ‘Dochter.’ Een afwisseling van zang, instrument en voorgedragen teksten. Poëtisch, abstract, mooi om te zien en met negen stemmen die van zacht en lieflijk tot wringend en schreeuwend de hele ruimte vullen. En natuurlijk die saxofoon. Het past wonderlijk goed bij elkaar.

In de aankondiging van de voorstelling werd iets verteld over het verhaal dat achter de voorstelling zit, maar ik onderga eigenlijk gewoon wat er te horen en te zien is. Een uur is snel voorbij en dan staan we met z’n allen heel hard te klappen. Tegen de tijd dat we teruggelopen zijn naar de ingang/uitgang, staan de tien jonge vrouwen al weer buiten. H. roept naar ze dat het mooi was. ‘HEEL MOOI!’ Als ze omkijken en ‘dank je wel’ zeggen steekt hij twee duimen op. ‘Echt héél mooi!!’ roept hij nog harder. Ze lachen en zwaaien.

In de auto terug naar huis zijn we het er over eens dat het een geslaagde avond was. Op grond van de beschrijving hadden we maar een vaag idee van de voorstelling, maar het was echt mooi. Fijn dat dit soort dingen weer kunnen!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...