vrijdag 23 september 2022

Fietsen langs de Rijn (deel 3)

(Fietsen langs de Rijn deel 2: etentje in Weil am Rhein)

Bazel is onze eindbestemming. Daarvandaan hebben we de trein(en) terug geboekt. Maar dat is pas op 16 september, de 21e fietsdag. We gaan dus nog even verder richting Bodenmeer. Nou ja, even…

Vanuit de B&B waar we hebben geslapen, is het even zoeken om weer op de Rijn-fietsroute te komen. Als we op een stoepje stilstaan om mevrouw google erbij te roepen, stopt een fietser naast ons en vraagt of hij kan helpen. We zeggen tegen hem dat we langs de Rijn op weg zijn naar Konstanz en hij begint ons enthousiast te vertellen over hoe schön het is om rondom de Bodensee te fietsen. ‘Warte, warte,’ roept hij als we na een praatje verder willen fietsen. Hij zoekt in zijn tas en haalt een kaart tevoorschijn van het gebied rond het meer. Die krijgen we van hem. Hij heeft hem niet nodig, want hij kent het gebied al dertig jaar als z’n broekzak. Aardig!

We zitten op het randje van Zwitserland en dat zullen we weten. Bergen zijn er nog niet, maar Nederland is toch echt platter. Als we onze gemiddelde 80 km. gefietst hebben, ben ik moe, maar vandaag is de route wat langer. Nog een ruime 10 kilometer vals plat en dan pas zijn we in Lienheim. De twee trappen in het kasteel-achtige hotel kom ik nauwelijks op. Gelukkig kunnen we hier op het terras eten en hoeven we niks meer.


De volgende dag pauzeren we wat vaker. Een keer bij de waterval van Schaffhausen, een serieuze waterval in de Rijn, waar we een hele tijd naar blijven kijken. Later, in het stadje Stein am Rhein worden we verrast door een plein dat omringd is door overdadig versierde en beschilderde huizen. In Konstanz, vlak voor onze eindbestemming, eten we een ijsje en als we in Waldhaus Jacob zijn aangekomen, aan de punt van het Bodenmeer, hebben we nog energie genoeg om naar het water te wandelen en daar te kijken naar het wonderlijke namiddaglicht en de bergen in de verte.

Op de terugweg merken we pas goed hoeveel we de twee dagen ervoor geklommen hebben. Het gaat nu een stuk makkelijker. We gaan terug naar hetzelfde hotel in Lienheim, waar ze op dinsdag een rustdag hebben. Het betekent dat we met een code een sleutel uit een kluisje moeten halen. Het drukke terras van zondag is nu leeg. We komen in de stille hal en lopen de trappen op. Drie deze keer. De zolderkamer is groter en mooier dan de kamer die we eerder hadden. Maar wat voelt het vreemd om hier nu met z’n tweeën te zijn. Na een uurtje horen we nog een paar mensen binnenkomen en de volgende morgen aan het ontbijt, blijken er toch nog meer gasten te zijn. We vertrekken met een beetje regen en het hele slopende stuk van afgelopen zondag gaan we nu fluitend met een vaartje omlaag.

Bazel zelf valt een beetje tegen. Er zijn wel wat mooie gebouwen, maar winkelen is echt niet leuk. Behalve dat alles astronomische bedragen kost, bestaat de markt uit een paar saaie groentekramen en zijn er weinig gezellige wijkjes met bijzondere winkels. Leuke souvenirs vinden we niet. Jammer dan. De leukste plek die we tegenkomen, is eigenlijk de oude fabriek waarin ook het hostel zit waar we verblijven. In de gezamenlijke keuken hebben we leuke gesprekken met reizigers uit Pakistan, Italië en Amerika.

En na de extra dag Bazel is het tijd voor de terugreis. Met de trein.  

Fietsen langs de Rijn deel 4

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...