woensdag 3 maart 2010

Begrafenis

We gaan naar de begrafenis van tante N.
Ze was de oudere zus van mijn schoonmoeder en haar grote voorbeeld. Op haar negentigste fietste ze nog wekelijks naar de kerk in het buurdorp en had ze een druk sociaal leven. Een vitaal mens. Ook mijn schoonmoeder bleef altijd in beweging. Toen ze negenentachtig was stierf ze. Tante N. woonde de begrafenis bij in een rolstoel, revaliderend van een gebroken enkel. Een paar maanden later fietste ze weer en we dachten dat ze honderd zou worden.
Maar dat heeft ze niet gehaald.
Dezelfde kerk, hetzelfde kerkhof. Het lijkt een herhaling van de begrafenis van haar zus. Net als toen zit de kerk vol. Ontroerde kleinkinderen vertellen over hun herinneringen aan deze geliefde oma. Over logeerpartijen, boterhammen met dik suiker en uitstapjes naar de Zaanse Schans met als hoogtepunt het snoepwinkeltje. Vertederende achterkleinkindjes kijken met grote ogen naar de kist met hun “witte oma” en mogen elk – samen met papa of mama – een kaars aansteken.
De dominee vertelt over het bewogen leven van tante N., dat natuurlijk nauw verbonden was met dat van haar kleine zus. Het is een verhaal als een zielig kinderboek. Al jong werden de zusjes wezen en moesten ze aan het werk. Een oudere zus, eeuwig zwanger, kon wel hulp gebruiken in het huishouden. Op haar veertiende kwam N. er in huis, om op haar zestiende te vluchten; de verpleging in. Het zusje van twaalf mocht het stokje overnemen en heeft lange jaren de hele huishouding van dat uitdijende gezin gedaan. Een vriendelijke zwager kon nog net voorkomen dat haar erfdeel werd ingepikt om de kost en inwoning te vergoeden. Geen van de twee zussen had later rancunes over deze gang van zaken. Ze waren allebei taai, eigenwijs en optimistisch. Tot op hoge leeftijd.
Na de dienst loopt een lange stoet mensen naar het kerkhof, een halve kilometer verderop. Net als bij die andere begrafenis.
Haar graf is vlakbij dat van mijn schoonmoeder. Alleen de man van tante ligt er tussen. Die ligt er al 50 jaar. Zolang heeft ze het alleen gerooid.
Terug bij het kerkje krijgen we koffie en een broodje. Het is geen treurige bijeenkomst. De broers van H. zijn er met hun vrouwen, en H. ziet veel mensen van vroeger. Veel van hen zijn langs onnavolgbare lijnen verre familie van hem. Ook komen we mensen tegen die om verschillende redenen niet meer thuis konden of wilden wonen en tijdelijk onderdak vonden bij tante in huis. Bijzonder.
Het is al laat in de middag als we terugrijden. We zijn tevreden dat we er bij waren. De begrafenis van een speciaal mens.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Rood fruit

Na twee weken fietsvakantie zetten we de fietsen weer in onze eigen schuur, laden de tassen af en maken koffie in onze eigen keuken. Tot z...