zaterdag 3 augustus 2013

Shotje zetten

Elke dag moet ik mezelf een dosis clexane toedienen; een tromboseprikje.
Toen ze me dat in het ziekenhuis vertelden, vroeg ik me af of dat nou echt zes weken lang nodig was. Ik vroeg het aan een verpleegkundige van de oude stempel, die gewoon zei dat dat nou eenmaal moet. Ik vroeg het aan de chirurg, die uitlegde dat statistisch net wat vaker trombose voorkomt bij mensen die een been langdurig niet mogen belasten. “Misschien aan de voorzichtige kant, maar we nemen dan liever het zekere voor het onzekere”, zei hij. Hij vertelde ook dat het niet echt een bloedverdunner is, maar dat het wel stolsels voorkomt. Ik was overtuigd.
(Dit ben ik dus niet hè!!)
De volgende morgen leerde de verpleegkundige me hoe ik zelf moest prikken. Met een heel dun naaldje in een richeltje buikvet, dat je tussen duim en wijsvinger naar voren moet knijpen.
Niet echt moeilijk, maar prettig is het niet.
Vier dozen met elk tien spuitjes heb ik uit de apotheek, een verantwoord wegwerpbakje voor de gebruikte naalden en een flesje alcohol om eerst de prikplek schoon te maken.

Elke avond zie ik een beetje tegen de prik op. De eerste dag deed ik iets verkeerd waardoor er een kleine blauwe plek kwam, die lang bleef zitten. Ik zag voor me hoe m’n buik na zes weken voorgoed gevlekt en gespikkeld zou zijn en al loop ik niet meer met mijn navel te koop, daar baalde ik van. Maar inmiddels spuit ik met meer routine en zonder bril zie ik de achterblijvende stipjes nauwelijks.

“Ik moet m’n spuitje nog”, zucht ik ’s avonds tegen H. Hij lacht: “Ga jij maar even je shotje zetten hoor.” En dan gooit ie heel lief het injectiespuitje voor me in het bakje, zodat ik er niet helemaal op m’n krukken heen hoef. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

To test or not to test

Eén streepje. Geen corona dus. Voor de vierde keer deze week gooi ik na een negatieve test een pakketje afval in de prullenbak. Oké, het zij...