maandag 29 juli 2013

Home Alone

“Dag, veel succes vandaag”.
Ik hoor de auto starten en wegrijden en ik ben alleen. Het is zeven uur in de morgen en ik ben een heel klein beetje zenuwachtig. Vandaag ben ik alleen in huis. Het is mijn eigen, vertrouwde plek, maar er waart een monstertje rond dat heet ‘Kannietbij’. In mijn rolstoel of met krukken zijn veel plaatsen in huis op dit moment onbereikbaar voor mij. Bijvoorbeeld de bovenverdieping, waar mijn kleren liggen. En de kopjes en glazen  in een hoge keukenkast. En dingen die op de grond vallen.

Daarom heb ik van te voren een lijstje gemaakt met dingen die ik absoluut binnen handbereik moet hebben. Bovenaan staat natuurlijk mijn telefoon: lijntje met de buitenwereld. Ook heb ik voor alle zekerheid aan mijn vriend W. gevraagd of hij in noodgevallen bereikbaar is vandaag.
Welke noodgevallen? Nou ja, er kan niet zo veel mis gaan, maar het is gewoon de eerste keer sinds ik uit het ziekenhuis ben, dat er een hele dag niemand om me heen is.
De auto is de straat uit en ik manoeuvreer me vanaf de rand van het bed in de rolstoel. Er liggen schone kleren klaar en een handdoek en washandje om me bij het aanrecht te wassen. Maar eerst rol ik even naar de achterdeur en kijk naar buiten. Het is een bewolkte zomerdag. In de tuin doen merels zich tegoed aan de laatste rode besjes die we voor ze hebben laten hangen. Op een tuinstoel dicht bij de deur ligt een dik kussen voor me. Naar buiten kan alleen met krukken en ik heb nog geen manier kunnen bedenken om zo’n kussen dan te transporteren.





Ik draai om en rij terug naar de keuken, voorzichtig meebewegend met mijn voeten; dat mag. Aan mijn rechtervoet zit een sok. Ook al uit voorzorg omdat ik gisteren koude voeten had en geen manier weet om zelf een rechtersok aan te trekken. Uit kan wel.

Een tijdje later zit ik fris gewassen op een rechte stoel aan tafel achter mijn computer. Een zonnestraal komt door de wolken. Ik heb de hele dag voor me, laat ik beginnen met een blogje…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...