woensdag 24 juli 2013

Mevrouw Thijssen

Als je van je fiets valt en je heup breekt;
Als je door twee ambulancemannen heel, heel voorzichtig met een tweedelige brancard uit de berm geschept wordt;
Als je volgespoten met pijnstillers door de molen van de spoedhulp bent gegaan, 10 keer je geboortedatum hebt bevestigd en uiteindelijk heel, heel voorzichtig op een ziekenhuisbed bent geschoven;
Als je dan in afwachting van een operatie een zaal op wordt gereden, heb je niet zo veel oog voor je zaalgenoten. Sterker, ik had niet eens in de gaten dat er nog meer mensen lagen.
Pas de volgende middag, toen ik terugkwam uit de operatiezaal, was ik me daar vaag van bewust. En het duurde nog een nacht voordat de medepatienten een gezicht voor me kregen.
Uit het bed tegenover me kwam 's nachts onrustig gemompel en gesnurk. "Als je moe poepen dan mohje poepen", hoorde ik een keer.  's Morgens heel vroeg zag ik een klein mevrouwtje achter een rollator naar de wc lopen. Ik had nog niet in de gaten dat ze een stukje zonnestraal had ingeslikt. Toen ik om 7 uur mijn ogen weer open deed, zat ze vanuit haar bed naar me te kijken. Ik zwaaide voorzichtig en ze lachte en zwaaide terug. 
Daarna zag ik het voor de eerste keer gebeuren. De dienstdoende zuster was begonnen met de bloeddruk- en temperatuur ronde. Vriendelijk en geduldig hielp ze patiƫnt nr. 3 en mij; toen ze bij het mevrouwtje kwam, ging de vriendelijkheid een onmiskenbaar tandje hoger. "Goeiemorgen mevrouw Thijssen", zong ze, "heeft u lekker geslapen?"
Ik concludeerde dat mevrouw Thijssen gewoon al wat langer op deze zaal lag. 
Maar de rest van de dag gebeurde het steeds weer. Iedere medewerker die aan haar bed kwam, kreeg ineens iets zonnigs over zich. Van de moederlijke cateringmevrouw tot de stugge, beginnende verpleeghulp. Ook mensen die zich nieuw aan haar voorstelden.
Ik weet niet precies wat er voor bijzonders met mevrouw Thijssen was, behalve dat ze voor haar 87 jaar erg helder was. Zeuren deed ze niet, maar overdreven vriendelijk was ze ook niet. Wel heel nuchter. Ze snurkte en mompelde in haar slaap en praatte in zichzelf als ze achter de oranje rollator naar de wc stommelde. Verder zat ze een groot deel van de dag stilletjes op een stoel als een onooglijk, grijs muisje. 
Toch had ze dat prachtige effect op iedereen. Ook op mij. Ik wilde naar haar glimlachen en zwaaien, aardige dingen zeggen. Op de dag dat ik naar huis mocht, hinkte ik op mijn krukken naar haar toe om dag te zeggen. H., die me kwam halen, gaf haar spontaan de grote zak pepermunt die nog op mijn nachtkastje lag. Ze nam hem aan en lachte zonnig. Ja, ze moet ooit per ongeluk een stukje zon hebben ingeslikt.  Mevrouw Thijssen. Zulke patiĆ«nten geven een extraatje aan het ziekenhuisleven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...